Herman Tjeenk Willink: ‘De vraag is niet óf Europa nodig is, maar wélk Europa’

Adviseur, informateur, vicepresident Raad van State, ja, zó kennen we Herman Tjeenk Willink (77). Hij is het in zijn lange loopbaan op het Binnenhof allemaal geweest. Minister van Staat is hij nog steeds. Integer, erudiet, dat is hij zeker. Tijdens een openhartig gesprek met Floor de Booys blijkt dat er nog steeds een rebel in hem schuilt.

Door

Uitgever Mai Spijkers van Prometheus vertelde tijdens de presentatie van ‘Groter denken, kleiner doen’, afgelopen december op de Campus Den Haag – Universiteit Leiden, hoe verbaasd hij was dat een éminence grise zo’n opruiend pamflet had geschreven. Zelf ziet Herman Tjeenk Willink dat niet zo, vertelt hij een klein halfjaar later thuis in de woonkamer van het huis in Scheveningen waar hij met zijn man Quintus Marck woont. “Eigenlijk vertel ik dit verhaal, over hoe marktdenken in de publieke dienstverlening en regelzucht de democratische rechtsorde uithollen, al dertig jaar. Maar nu is de tijd er blijkbaar rijp voor.”

Wat is die democratische rechtsorde nu precies? “Het zijn, grof gezegd, de spelregels over hoe de overheid met ons en wij met elkaar omgaan; ons gemeenschappelijk fundament om het met elkaar te rooien. Zonder die spelregels valt de boel uit elkaar en ligt het veld open voor autoritaire krachten, het recht van de sterksten, met de beste informatie, met het meeste – al dan niet witgewassen – geld, met de meeste kracht.”

Persoonlijke memoires zullen van zijn hand niet verschijnen, hij is nooit zo geporteerd van te veel aandacht voor de persoon achter de functionaris. Zie dit boekje als zijn intellectuele nalatenschap – de kers op de taart. Maar reden voor een feestje is er helaas niet. Herman Tjeenk Willink maakt zich zorgen over de professionals op de werkvloer in het onderwijs, in de zorg, bij de politie en in de rechtsspraak. “Zij kunnen het werk waarvoor ze zijn opgeleid en aangenomen niet meer goed doen omdat ze omkomen in regels en het gevoel krijgen niet vertrouwd te worden.” Hij hoopt dat ‘Groter denken, kleiner doen’ hen sterkt in de mening dat ze tegenwicht moeten bieden en de regie in eigen hand moeten nemen. Dat is de essentie van zijn boekje.

Herman Tjeenk Willink en signeersessies

Mínder doen is er door de waardering voor zijn boekje – de tiende druk is een feit – in elk geval nog niet van gekomen. “Morgen heb ik een signeersessie,” zegt hij gespeeld koket. Hij beleeft aan die sessies door het hele land veel plezier. “Het contact met mensen uit de praktijk heeft me altijd geïnspireerd. In politiek Den Haag kreeg ik nogal eens het verwijt dat ik te abstract was, terwijl de professionals op de werkvloer zeiden: eindelijk iemand die probeert te begrijpen hoe de in Den Haag bedachte regels uitpakken en waar wij in onze dagelijkse praktijk tegen aanlopen.” Zo ging hij bijvoorbeeld met politieagenten mee in de Schilderswijk. “Geen makkelijke klus om in zo’n superdiverse wijk, met meer dan honderd nationaliteiten, je werk goed te doen. Daar kunnen beleidsmakers van leren.”

 

 

De – misschien ongemakkelijke – feiten zijn: Nederland kan zijn eigen democratische rechtsorde niet op eigen kracht overeind houden.
Herman Tjeenk Willink

Voor het hoofdstuk over Europa in ‘Groter denken, kleiner doen’ is nauwelijks aandacht geweest. Dat past volgens Herman Tjeenk Willink helaas in een beeld. “In Nederland wordt al bijna twee decennia geen fatsoenlijk inhoudelijk debat over Europa gevoerd. De eurosceptici krijgen alle ruimte. Er wordt nauwelijks inhoudelijk – met feiten gestaafd – tegenwicht geboden door partijen die beter weten. Waar dat toe kan leiden? Kijk naar Engeland. De – misschien ongemakkelijke – feiten zijn: Nederland kan zijn eigen democratische rechtsorde niet op eigen kracht overeind houden. Alle grote problemen zijn grensoverschrijdend. In een wereld waar de machtsverhoudingen snel wijzigen, is het voortbestaan als nationale staat afhankelijk van Europese samenwerking. Europa vertegenwoordigt ook een beschavingsideaal. Dat moet worden verdedigd en uitgedragen. De vraag is niet óf Europa nodig is, maar wélk Europa. Dat is de kern van het publieke debat dat in en over Europa moet worden gevoerd,” betoogt hij vol vuur.

Golf

Zijn gedachtegoed werd gevormd toen in de jaren tachtig de golf van het neoliberalisme via het Groot-Brittannië van Thatcher naar het Nederland van Lubbers rolde en de ‘BV Nederland’ ontstond. “Het is misgegaan toen we over de overheid zijn gaan denken als bedrijf en het marktdenken in de publieke sector leidend werd. We hebben nu voor het zesde jaar op rij economische groei, het gaat dus goed, wordt ons voorgehouden, maar het schrijnende is dat veel mensen dat niet zo voelen. De tweedeling in de samenleving wordt scherper. Kim Putters (directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, red.) hamert daar ook op. Hoeveel ongelijkheid kan een democratische rechtsorde verdragen? Niet veel en zeker niet permanent.”

Zijn loopbaan overziend realiseert hij zich dat hij geluk heeft gehad. “Ik heb in luxeposities gezeten. Maar het is ook anders geweest. In de jaren tachtig was ik jaren werkloos. Ik schreef me in bij het arbeidsbureau, maar ze wisten niet wat ze met me aan moesten. Gelukkig werd ik gekozen tot lid en later tot voorzitter van de Eerste Kamer. Toen een parttimefunctie zonder rechtspositie, maar met presentiegeld. Ik was alleenstaand en had geen gezin, anders was het nijpender geweest. Mijn ouders moeten zich soms wel zorgen hebben gemaakt.”

Vrijzinnig

Herman Tjeenk Willink werd in 1942 geboren in Amsterdam en komt uit een vrijzinnig, progressief gezin. Hij heeft een jongere zuster en broer, die beiden nog leven. “Mijn moeder was remonstrant, mijn vader hervormd, maar dat was niet heel belangrijk want de ontkerkelijking had bij ons thuis allang toegeslagen. Er waren bij ons in Deventer een katholieke en een protestantse banketbakker. De taartjes van de katholieke bakker waren beter. En hoewel katholiek toen nog wel enigszins problematisch was, gaf dat verschil bij verjaardagen de doorslag. ”

Zijn ouders hadden allebei gestudeerd. “Mijn moeder werkte, maar toen ze trouwde, werd ze ontslagen. Zo ging dat toen. Ze heeft vervolgens naast het huishouden altijd veel maatschappelijke taken vervuld: openbare bibliotheek, gezinsverzorging, schoolbesturen. Maar als wij thuiskwamen, zat ze met een pot thee op ons te wachten.”

 

De koning levert een belangrijke bijdrage aan een levende democratie.
Herman Tjeenk Willink

 

Direct na de oorlog werden zijn ouders lid van de PvdA. “Zij waren zich bewust van hun bevoorrechte positie. Mijn tante, Martina Tjeenk Willink, zat sinds 1946 voor de PvdA in de Eerste Kamer. Ik ben mijn hele leven ook trouw gebleven aan het sociaaldemocratisch gedachtegoed.” Als middelbare scholier was Tjeenk Willink al geïnteresseerd in het openbaar bestuur “Ik volgde vanaf de publieke tribune voor mijn plezier vergaderingen van de gemeenteraad.”

Symbool

Als vicepresident van Raad van State was hij ook adviseur van koningin Beatrix, met een duidelijke opvatting over de positie van de rol van de koning in een democratische rechtsorde. “Er wordt wel gezegd dat koningschap en democratie op gespannen voet staan met elkaar. De oude Drees wees er echter in 1966 al op dat dat formeel ongetwijfeld zo kan zijn, maar dat het in de praktijk toch vaak anders uitpakt. Er zijn veel republieken die bepaald geen democratie zijn. En veel constitutionele monarchieën zijn effectieve democratieën. Democratie is nu eenmaal meer dan verkiezingen houden en de gekozen meerderheid beslist. Het gaat ook om het naleven van de gemeenschappelijke spelregels en om de eigen inzet van burgers en hun maatschappelijke betrokkenheid. Wat de koning onder meer doet, is het leggen van verbindingen en het bemoedigen van burgers, ook van hen die een minder harde stem hebben, maar er ook bij horen en mee willen doen.”

De koning is het symbool van wat ons gemeenschappelijk bindt. “Juist in een tijd dat het wij-zij-denken binnensluipt en scheidslijnen scherper worden, is dat belangrijk. De koning levert daarmee een belangrijke bijdrage aan een levende democratie. Een vertegenwoordigende democratie kan niet zonder burgers die zelf maatschappelijk betrokken zijn.”

Levendig

Sinds 1972 woont Tjeenk Willink in Den Haag, dat was handig voor zijn werk. “Ik ben heel erg op Den Haag gesteld geraakt. Het is een leukere en levendigere stad geworden. Terrasjes en restaurants waren er nauwelijks, vergeleken met Amsterdam. Dat is verbeterd, je kunt hier van alles, en de nabijheid van de zee is fantastisch. Den Haag is ook een stad met meerdere gezichten: aan de ene kant groot en aan de andere kant een verzameling dorpen. Dat heeft iets buitengewoon aantrekkelijks, maar ook iets benauwends, want het is ook een gesegregeerde stad. Quintus kwam uit Rotterdam en hem viel op hoe eenzijdig buurten hier, vaak letterlijk, gekleurd zijn.”

Hij beseft al langer dat het gevaar dreigt dat hun wereld kleiner wordt. “Ik wil me niet laten opsluiten in mijn eigen generatie. Een Chinese wijsheid die de door mij bewonderde Lilian Gonçalves (juriste en mensenrechtenactiviste, red.) mij ooit voorhield: een mens moet leven in drie generaties. Geïnteresseerd zijn en de moeite waard blijven voor de andere twee generaties. Daar gaat het om. Zeker als je geen kinderen hebt, zoals wij, moet je daar meer je best voor doen. Maar wij zijn gezegend met jongere mensen om ons heen. Zij doen dingen die wij op hun leeftijd vaak niet aandurfden. Ze delen de wereld niet in rechts of links in. Ze zijn vaak minder gericht op concurrentie, meer op samen doen bij nieuwe initiatieven. Velen zetten zich bijvoorbeeld in voor het klimaat. Daarvoor interesse tonen is meer dan de moeite waard. Het stemt positief.”

De hoofdredactie biedt u dit interview met Herman Tjeenk Willink uit mei 2019 gratis aan. Wilt u meer Haags nieuws lezen? Koop dan elke donderdag de krant Den Haag Centraal in de winkel, of neem een abonnement

Standaardportret
Bekijk meer van