Asielzoekers aan het woord: ‘Hier zijn zonder gezin, is een hoge prijs’

Den Haag worstelt met de wettelijk verplichte opvang van asielzoekers. DHC belicht dit probleem met een serie. Vandaag deel 2, over de opvang aan de Maanweg. “Ik hoef niet veel geld te verdienen, ik zou graag wat terugdoen voor Nederland.”

Door

Wat meteen opvalt, is hoe sober de opvanglocatie is ingericht. Karig is een understatement: kale muren, geen planten, oud meubilair. Het enige speelse is de pooltafel in de entree. Drie asielzoekers spelen een potje, ze knikken vriendelijk. “Wij zijn verantwoordelijk voor het sociale beheer,” zegt locatiemanager Daan van Dijk van No Kidding Zorg. Hij geeft een rondleiding door de gemeentelijke opvang voor asielzoekers aan de Maanweg. “Wij zorgen ervoor dat de locatie schoon, heel en veilig is.”

Deel 1, Participatie met hangen en wurgen, verscheen op 14 augustus.

Privacy is hier schaars. De badkamers bestaan uit vijf douchehokjes op een rij, afgeschermd door klapdeuren die zowel aan de onder- als bovenkant open zijn. Pal ertegenover in hetzelfde vertrek: drie wc’s met identieke deurtjes. De bewoners delen met een, twee of drie huisgenoten een kamer. Alleen voor asielzoekers met zware psychische problemen zijn er een paar eenpersoonskamers.

 

Ik heb ook dingen meegemaakt waarover ik niet kan praten
Mohamed Dahman Hilaly, asielzoeker

 

Aan het einde van de rondleiding loopt Van Dijk naar de buitenruimte, een smalle strook van drie meter breed aan de achterkant van het gebouw. Hij wijst enthousiast op het rookhok. “De bewoners wilden beschut een sigaretje kunnen roken en kwamen zelf met het idee om een hok te timmeren,” zegt hij. “Ze hebben er dagen aan geklust.” Ook niet-rokers kunnen er genieten van het weidse uitzicht op de Caballero Fabriek en de nieuwe hoogbouw aan de overkant van de Binckhorsthaven.

Illegaal in Libanon

Terug naar binnen. “Nederland is het land van vrije meningsuiting, dus ik ga zeggen wat ik wil,” lacht Mohamed Dahman Hilaly (50). We zitten in een kleine kamer, naast de entree. Hij spreekt geen Engels, een tolk vertaalt zijn woorden. Mohamed komt uit Aleppo, Syrië. Hij is getrouwd en is vader van vier kinderen van 9, 16, 18 en 20 jaar oud. Achter zijn vrolijke, levendige voorkomen gaat een verleden schuil waarover hij niet in detail wil spreken. “Aleppo is vaak gebombardeerd tijdens de oorlog. Ik heb afschuwelijke dingen gezien: ledematen van mensen op straat, veel bloed. Maar ik heb ook dingen meegemaakt waarover ik niet kan praten.”

 

Omdat ik losgeld heb betaald, kon ik na tien dagen terugkeren naar mijn destijds zwangere vrouw
Mohamed Dahman Hilaly, asielzoeker

 

Hilaly leidde in Aleppo een goedlopend bedrijf in de kledingindustrie met zo’n vijftig man personeel. Als ondernemer liep je er gevaar, vertelt hij. “Ik ben twee keer ontvoerd. Eerst in Idlib door de voorloper van Hayat Tahrir al-Sham (de islamitische militie die in december 2024 het Assad-regime verdreef, red.). Omdat ik losgeld heb betaald, kon ik na tien dagen terugkeren naar mijn destijds zwangere vrouw. Maar begin 2016 werd ik opnieuw ontvoerd, ditmaal door aanhangers van Assad die me 30.000 dollar en al mijn voertuigen hebben afgenomen.” Toen hij ook nog werd gezocht om als reservist voor het Syrische leger te dienen, vluchtte hij naar Libanon. Zijn gezin voegde zich later bij hem.

Ze verbleven er jarenlang zonder papieren. “Mijn kledingfabriek in Aleppo is gebombardeerd, maar ik heb de grond nog kunnen verkopen. Daarmee heb ik veel kunnen bekostigen. Maar de situatie was niet oké in Libanon. Als illegaal heb je geen rechten, m’n kinderen konden niet naar school en ik betaalde een torenhoge huur.” Het voortdurende risico om opgepakt en uitgezet te worden, brak hem uiteindelijk op. Met hulp van mensensmokkelaars vluchtte hij vorig jaar zomer naar Nederland. Na een lange reis – via Turkije, Roemenië en Duitsland, deels achter in een vrachtwagen – kwam hij op 3 september 2024 aan in Ter Apel.

Burgeroorlog Soedan

Een week eerder stapte Ibrahim Abdelbagi (54) vanuit Caïro op het vliegtuig naar Amsterdam. Ruim twee jaar geleden is hij met zijn vrouw, drie dochters en twee zonen vanuit de Soedanese hoofdstad Khartoem naar Egypte gevlucht. Sinds 2023 woedt in Soedan een bloedige burgeroorlog tussen het reguliere leger (SAF) en de Rapid Support Forces (RSF), een paramilitaire beweging die voortkomt uit de islamitische Janjaweed-milities. Volgens UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, zijn al bijna 13 miljoen Soedanezen het oorlogsgeweld ontvlucht.

 

Egypte zet ook mensen met een voorlopige verblijfsstatus uit, zelfs kinderen van 12 tot 17 jaar
Ibrahim Abdelbagi, asielzoeker

 

“Een jaar voordat de burgeroorlog uitbrak, was het al heel onstabiel in Khartoem,” licht Abdelbagi toe. “De sfeer werd steeds grimmiger, er waren gewapende milities actief die de straten en strategische plekken controleerden. Ik voelde dat het misging en heb tickets gekocht voor Caïro. Mijn moeder en zussen heb ik op het vliegtuig naar Saoedi-Arabië gezet, waar mijn broer woont.”

Net als Hilaly in Libanon, verbleef Abdelbagi illegaal in Caïro. “Als gezin kwamen wij niet in aanmerking voor een verblijfsstatus; er komen ook steeds meer vluchtelingen uit Soedan bij. Het eerste halfjaar hadden we een toeristenvisum, maar dat is geen garantie dat je kunt blijven. Egypte zet ook mensen met een voorlopige verblijfsstatus uit, zelfs kinderen van 12 tot 17 jaar.”

Voor de burgeroorlog werkte Abdelbagi als ingenieur bij een consultancybedrijf in de olie- en gassector. Hij spreekt vloeiend Engels, reisde veel voor zijn werk, binnen Afrika, maar ook naar China en Europa. Daardoor beschikte hij over een Schengen-visum, wat hem toegang tot de Europese Unie gaf. In augustus 2024 zag hij geen andere uitweg meer en boekte hij een vlucht naar Amsterdam. Hij hoopt hier asiel te krijgen en herenigd te worden met zijn gezin. “Ik had voor mijn gevoel geen keuze. De Egyptische autoriteiten konden ons elk moment uitzetten. Ik dacht: met mijn visum heb ik in elk geval een ingang die ik kan proberen. Het ergste vind ik dat mijn gezin daar nog steeds zit en je niet weet wat er morgen gebeurt. We hebben al ons bezit achtergelaten, alles is gewoon weg.”

 

We moeten dankbaar zijn voor wat we hebben gekregen
Mohamed Dahman Hilaly, asielzoeker

 

No Kidding Zorg vangt aan de Maanweg negentig asielzoekers op, grotendeels alleenstaande mannen tussen de 18 en 45 jaar oud (89 procent). Meer dan de helft is afkomstig uit Syrië. Bewoners ontvangen wekelijks 70 euro leefgeld, omdat er op deze locatie geen eten en verzorgingsproducten worden verstrekt. “Wij verzorgen activiteiten, zoals spelletjesavonden, voetbalwedstrijden en pooltoernooitjes,” vertelt locatiemanager Van Dijk. “Maar we helpen ze ook met het maken van een cv of bij het regelen van psychologische hulp. Het voordeel van een kleinschalige opvang is dat je met al je bewoners individueel contact hebt. Daardoor kun je veel gerichtere en betere zorg leveren.”

Werk of geen werk

Mohamed Dahman Hilaly en Ibrahim Abdelbagi zijn positief over de opvang. “We moeten dankbaar zijn voor wat we hebben gekregen,” zegt Hilaly. “We zijn heel warm ontvangen en worden goed geholpen; de medewerkers van No Kidding Zorg zijn echt fantastisch. En ik ben verliefd geworden op de schoonheid van de natuur in Nederland.” De taal vindt hij nog lastig. Hij volgt lessen en probeert elke week af te spreken met een Nederlandse vriend die hij in een café in het centrum leerde kennen. “We gaan altijd een stuk wandelen, tegelijkertijd leer ik dan een beetje de taal. Ik houd ook niet van stilzitten, wil naar de toekomst kijken. Iedereen hier wil werken, wij begrijpen natuurlijk ook wel dat we geld kosten.” Zelf pakt Hilaly groenten in bij Hello Fresh. Met het geld dat hij ermee verdient, ondersteunt hij zijn gezin. Lachend: “Nu weet ik wat Nederlanders voelen als ze belasting betalen.”

 

Het moeilijkste is dat ik geen werk heb
Ibrahim Abdelbagi, asielzoeker

 

Ook Abdelbagi prijst de hulp die hij ontvangt. Het eerste wat hem opviel, was dat hij zich meteen veilig voelde in Nederland. “Je wordt geholpen, er wordt niet gediscrimineerd en de mensen zijn ook vriendelijk. Dat waardeer ik in dit land.” Twee keer in de week gaat hij naar taalles, daarnaast volgt hij een cursus catering en leert hij op de Ithaka Academie hoe de arbeidsmarkt werkt. Maar zijn situatie stemt hem somber. “Het moeilijkste is dat ik geen werk heb. Ik heb drie maanden komkommers geplukt, toen kon ik tenminste mijn familie financieel ondersteunen. Maar vanwege mijn diabetes hield ik het fysiek zware werk niet vol. Ik heb wel gesolliciteerd op functies binnen mijn sector, maar dat lukt niet zolang ik geen verblijfsvergunning heb. Zonder werk leer je ook geen mensen kennen. Mijn telefoon is mijn beste vriend.”

Weerstand in samenleving

Door de geïsoleerde ligging van de opvang op het bedrijventerrein in de Binckhorst blijft het contact met de buurt beperkt tot de ondernemers die er zitten. “Er was bij hen in het begin veel weerstand tegen de opvanglocatie,” zegt Daan van Dijk. “Sommige ondernemers waren bang voor overvallen, of voor dagelijkse overlast die hun klanten zou wegjagen. Maar we hebben iedereen gesproken en uitgelegd dat we met iedere bewoner actief bezig zijn. En we prikken regelmatig afval met de bewoners en we houden de groenvoorziening in de buurt netjes, dus inmiddels is het beeld bijgedraaid. De ondernemers in de directe omgeving zijn nu juist blij met de opvang. Vroeger trok het parkeerterrein veel ongure types aan die tot diep in de nacht lachgas gebruikten, maar door onze aanwezigheid zijn die verdwenen.”

 

Als je ergens te gast bent, moet je je aanpassen, integreren
Mohamed Dahman Hilaly, asielzoeker

 

Hilaly en Abdelbagi volgen dagelijks het nieuws en krijgen de protesten tegen azc’s mee. Het asielprotest op het Malieveld dat in september uit de hand liep, is volgens Hilaly niet representatief voor Nederland. “We werden toen gewaarschuwd om niet de stad in te gaan, in die zin zit het wel in je achterhoofd. Maar het zijn niet enorm grote demonstraties, lang niet iedereen deelt die mening.” Hij vindt er hard moet worden opgetreden tegen asielzoekers die voor overlast zorgen, voor het afschrikwekkende effect. “Als je ergens te gast bent, moet je je aanpassen, integreren. Op het moment dat je problemen veroorzaakt, heb je hier niks te zoeken. Trek de verblijfsvergunning in als iemand een misdrijf begaat.”

Toekomst

Zelf wachten beide mannen inmiddels veertien maanden op een verblijfsvergunning. Het is onduidelijk wanneer de Immigratie- en Naturalisatiedienst beslist over hun asielaanvraag, de wachttijden kunnen oplopen tot meer dan vijftien maanden.

Die onzekerheid knaagt aan hem, zegt Abdelbagi: “Als je een afwijzing krijgt, weet je tenminste waar je aan toe bent en kun je verder met je leven. Ik ben ook bang dat mijn dochters vanwege hun leeftijd niet meer in aanmerking komen voor gezinshereniging als het nog veel langer gaat duren.” Het liefst zou hij terugkeren naar Khartoem, maar hij heeft weinig hoop dat het snel veilig wordt in Soedan. “Dat mijn gezin niet bij me kan zijn, is een hoge prijs om te betalen. December is voor mij dan ook een deadline. Als er dan niks is veranderd, ga ik kijken of ik op een of andere manier terug kan naar mijn familie in Caïro.”

Hilaly mist zijn kinderen ook. “Ik bel ze dagelijks voordat ze naar school gaan om ze gerust te stellen. En als ze terugkomen, bel ik opnieuw, want er vindt nog steeds veel geweld plaats.” Hij hoopt dat hij in Nederland mag blijven, zodat zijn kinderen hier kunnen studeren. Zelf zou hij een kleine onderneming willen starten, bijvoorbeeld een bedrijf in kinderkleding. “Ik hoef niet veel geld te verdienen, ik zou graag wat terugdoen voor Nederland. Maar als Syrië weer wordt zoals het was in 2010, wil ik terug naar mijn vaderland.”

De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten

Standaardportret
Bekijk meer van