Zakenman mag ‘Couperushuis’ niet opeisen in miljoenenclaim tegen Egypte

Een Finse zakenman mag geen beslag leggen op het herenhuis waar Louis Couperus ‘Eline Vere’ schreef. Hij had het monumentale pand, dat eigendom is van Egypte, opgeëist als schadevergoeding.

Door

Vorig jaar haalde de voorzieningenrechter al een streep door de beslaglegging, omdat het gebouw diplomatieke bescherming geniet. Dinsdag werd de claim ook in hoger beroep afgewezen.

De Finse zakenman Mohamed Bahgat (81) had beslag gelegd op het pand in de Surinamestraat in de Archipelbuurt. Egypte is hem een schadevergoeding van 97 miljoen euro verschuldigd na een onterechte onteigening en veroordeling. Na jaren procederen wees het Permanent Hof van Arbitrage, gevestigd in het Vredespaleis, hem de schadesom toe.

 

Immuniteit is geen absoluut recht
Rogier Schellaars, advocaat Mohamed Bahgat

 

Omdat Egypte weigert te betalen, legde Bahgat beslag op bezittingen van het Arabische land. In de regel is dat onmogelijk, omdat eigendommen van buitenlandse staten, zoals ambassadegebouwen, diplomatiek onschendbaar zijn.

Huis Couperus verwaarloosd

Zo ook het herenhuis op de Surinamestraat 20. Het werd ooit gebouwd in opdracht van de vader van Couperus. De schrijver zelf zette er zijn meesterwerk ‘Eline Vere’ op papier. Al decennia is het pand eigendom van Egypte, dat er vroeger zijn ambassadeur huisvestte. Het monument staat inmiddels vijftien jaar leeg en is al die tijd verwaarloosd, tot ongenoegen van buurtbewoners en de politiek. Pas recentelijk is een renovatie in gang gezet.

Hier kan niet langer sprake zijn van diplomatieke bescherming, betoogde Rogier Schellaars, de advocaat van Bahgat, in september bij het Haagse gerechtshof. ‘Immuniteit is geen absoluut recht.’ Uit niets blijkt dat Egypte op het moment van beslaglegging de intentie had het gebouw weer in gebruik te nemen, stelde hij. Zo heeft het pand jarenlang te koop gestaan en werden de renovatieplannen pas concreet nádat zijn cliënt er beslag op had gelegd.

 

Dit is de prijs van soevereiniteit
Wemmeke Wisman, advocaat van de staat

 

De Egyptenaren beweren echter dat die intentie er wel was. Ze hebben dit kenbaar gemaakt in een briefje aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, een zogeheten ‘note verbale’. De tegenpartij, de Nederlandse staat, ziet geen reden om aan dit briefje te twijfelen. ‘Het is niet aan de rechter om interstatelijke communicatie te onderzoeken of te betwisten,’ zei advocaat Wimmeke Wisman.

Het gerechtshof geeft de staat gelijk. Ook al heeft Egypte het pand jarenlang verwaarloosd, het is niet bewezen dat Egypte niet de bedoeling had om het ooit weer te gebruiken. Daarmee heeft het huis een ‘publieke bestemming’ en is het juridisch onaantastbaar.

Onmogelijk

Het vraagstuk van immuniteit is de afgelopen tien jaar hoog opgelopen in juridische kringen. De Hoge Raad heeft een aantal uitspraken gedaan die, zo blijkt ook in deze zaak, een beslaglegging op bezittingen van buitenlandse staten nagenoeg onmogelijk maken. Op de zitting noemde advocaat Wisman dit ‘de prijs van soevereiniteit’.

De gemeente zit in haar maag met meerdere (voormalige) ambassadegebouwen die in slechte staat verkeren. Vanwege diplomatieke immuniteit kan het stadhuis geen dwangsommen opleggen.

Wilt u meer Haags nieuws lezen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal

Standaardportret
Bekijk meer van