Lucas en Arthur, eigenlijk één pianist met vier handen
De broers Lucas en Arthur Jussen schitterden maandag in een recital in de Nieuwe Kerk. Op het programma onder meer Bach en Schubert.
Ze deden het al eerder in Den Haag en nu weer met succes: invallen voor hun ziek geworden voormalige Portugese leermeester Maria João Pires in de serie van World Master Pianists. Dit keer speelden Lucas en Arthur Jussen in de Nieuwe Kerk.
Een bloedhete kerk was het en het plaatsen vinden verliep enigszins chaotisch door de verschillende soorten kaartjes. Maar wat echt telde klopte: de muziek.
Het hoogtepunt was, hoe kan het ook anders, de grote ‘Fantasie in f klein’ van Schubert. De broers hebben het stuk al heel lang op het repertoire en dat merk je. Er zat eigenlijk maar één pianist achter de vleugel, maar dan wel een met vier handen. In dit late werk toont Schubert zijn meesterschap in alles: de melodieën, de afwisseling, de ritmes. En telkens keert het ingetogen, romantische begin terug met de karakteristieke wisseling van mineur naar majeur. De Jussens speelden het stuk briljant; het was vooral knap hoe ze telkens de spanning vasthielden, bijvoorbeeld door even in te houden bij de terugkeer van dat schitterende thema.
Drie koraalvoorspelen
Ze begonnen hun recital met Bach. De drie bewerkingen van koraalvoorspelen klonken ingetogen en glashelder. Geheel in stijl met de visie van Pires op wat de rol van de solist is. Hij is uitvoerder van de muziek en de ideeën van de componist en niet herschepper ervan. De Bach van Jussen zou daardoor te droog zijn, schreef een criticus twee jaar geleden. Dat kun je vinden. Maar bij de Jussens hoor je wel Bach in een pure vorm met een terecht in toom gehouden vleugel. De schoonheid in deze vertolkingen kwam primair voort uit de muziek zelf. Dat gold zeker voor het bekende ‘Schafe können sicher weiden’ (arrangement Mary Howe) dat vroeger een van de herkenningsmelodieën van Radio 4 was.
Slavische oermuziek
Totaal anders, modern en geëexalteerd, is het karakter van ‘VAN’ van de Poolse componiste Hanna Kulently (1961). Het is een soort gespierde, Slavische variant op de minimal music. Zelf spreekt de componiste van ‘verticale archaïsche narrativiteit’. Het is hyperritmische oermuziek waar de Jussens wel raad mee wisten. En dan opeens stilte en een motiefje in meest rechtse hand, als een avondklokje dat over de velden klept. Weer zo’n theatrale overgang die bij het duo door timing en gevoel een extra lading krijgt.
Tot besluit de ‘Six Morceaux’, een vroeg werk van Rachmaninoff. Op de een of andere manier viel dat tegen na wat er allemaal al geklonken had. Eén toegift was er, een deel uit ‘Ma Mère l’Oye’ van Ravel. Daarin lieten de Jussens horen dat ook het Franse repertoire, waaraan ze eerder een cd wijdden, hun goed ligt. Tot meer extra’s kwam het niet; het Haagse publiek was, zoals wel vaker, wat karig met applaus. PS: Maria João Pires hoopt volgend jaar terug te keren naar Den Haag. Ze treedt op 20 april op in Amare met André Hamelin.
- Lucas en Arthur Jussen, recital, gehoord 7 juli jl, Nieuwe Kerk, Den Haag.