Hans van Manen (1932-2025), de Mondriaan van de dans
Choreograaf en medeoprichter van het NDT, Hans van Manen, is woensdag op 93-jarige leeftijd overleden. Dat heeft het Nationale Ballet bekendgemaakt.
Van Manen was ruim zestig jaar lang Nederlands bekendste choreograaf en werd gezien als één van de grootmeesters van het hedendaagse ballet. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig was hij medeoprichter van het Nederlands Dans Theater (NDT) in Den Haag. Van Manen stierf woensdagavond in zijn huis in Amsterdam een natuurlijke dood. Gedurende zijn carrière creëerde hij meer dan 150 werken. In 1992 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
In totaal maakte Van Manen 62 balletten voor het Nederlands Dans Theater (NDT), verspreid over twee periodes. Het eerste programma van het NDT in 1959 telde twee werken van zijn hand, waaronder ‘De Maan in de Trapeze’. Hij schreef dat in 1957 in eerste instantie voor het Nederlands Ballet, voorloper van het Nationale Ballet. De première moest in het geheim worden voorbereid, omdat het Nederlands Ballet niets mocht weten van de NDT-betrokkenheid. Zelf was hij toen al vertrokken naar Parijs, waar hij zijn muze Gérard Lemaître ontmoette. Een jaar later keerden ze samen terug naar Den Haag om zich aan te sluiten bij het NDT, waar hij al snel werd benoemd tot artistiek directeur.
‘Muzikaal behang’
Van Manen stond bekend om zijn gepeperde uitspraken en opinies. Over de gedachte dat een choreograaf ‘in dialoog’ moet gaan met de muziek zei hij eens: ‘Ik wilde helemaal geen dialoog aangaan met de muziek, ik wil, als ik naar dans kijk, de muziek zien. Wie als choreograaf in dialoog met de muziek gaat, creëert muzikaal behang.’ Verwant hieraan is een ander citaat: ‘Ik houd ervan als iets van A naar Z leidt en niet van A naar Q, naar W naar B. Dat is geen dramaturgie, dat is decoratie. Dat gaat nergens over.’
Hij genoot ook bekendheid als fotograaf van dansers, die niet zelden naakt voor hem poseerden. Hij zei ooit: ‘Ik val op dansers. Ik bedoel, zonder dat het iets met erotiek te maken heeft. Ik kan met ongelooflijk plezier naar ze kijken, het vakmanschap, de raadselachtigheid. Serieus met ze bezig zijn en dan tussendoor heel even ‘Hm geil’ denken.’
Slaande deuren
In 1973 stapte Van Manen over naar Het Nationale Ballet, waar hij tot 1988 zou blijven als huischoreograaf. Daarna keerde hij terug naar het NDT. Deze episode is in zekere zin typerend voor Van Manens hele carrière. Behalve een goede danser en een topchoreograaf, was hij ook een moeilijk mens. In zijn carrière komen vele ruzies en slaande deuren voor. Bij zijn vertrek uit Amsterdam bijvoorbeeld speelde een rol dat er in het nieuwe Muziektheater (‘Stopera’) geen werkkamer voor hem beschikbaar was. Van Manen voelde zich miskend, een gevoel dat niet minder werd toen vanuit het Nationale Ballet niets werd ondernomen om hem terug te halen.
Hans van Manen was van fundamenteel belang voor de identiteit en geschiedenis van het Nederlands Dans Theater
In Den Haag, waar intussen Jiří Kylián als artistiek leider was aangetreden, beleefde hij een nieuwe bloeiperiode. Van Manen schreef hier nog een kleine dertig nieuwe balletten voor NDT 1, 2 en 3 en hij werkte weer samen met Lemaître. In 1997 maakte hij het ballet ‘Solo’ voor NDT 2, dat door de pers werd omschreven als een ‘meesterwerk in zeven minuten’. Hij schreef het voor de dansers Vàclav Kunes, Joe Kanamori en Patrick Marin. Wegens het moordende tempo kon de solo niet door één danser worden uitgevoerd. Hij werkte in deze periode ook intensief samen met de dansers Sol León en Paul Lightfoot, die later zelf huischoreografen werden van het NDT. In 2005 keerde Van Manen als vaste choreograaf terug bij het Nationale Ballet. Daar is ook zijn volledige oeuvre ondergebracht in de Hans van Manen Foundation.
Rebelse zeggingskracht
De leiding van het NDT zegt op de site van het gezelschap ‘met verdriet’ te hebben kennisgenomen van het overlijden van Van Manen. ‘Gedurende meer dan 65 jaar gaf hij met zijn visionaire en rebelse artistieke zeggingskracht vorm aan de dans in Nederland én wereldwijd. Hans van Manen was van fundamenteel belang voor de identiteit en geschiedenis van [het] Nederlands Dans Theater’. Het NDT noemt hem verder ‘de Mondriaan van de Dans’ wegens de ‘helderheid, risico, energie, humor en swing’. Het gezelschap ziet hem ook als ‘een pionier voor de LHBTQIA+-gemeenschap en voor het zichtbaar maken van de queer-identiteit binnen de dans’. Zelf was Van Manen niet enthousiast over de Mondriaan-vergelijking. ‘Ik wil mezelf absoluut niet met Mondriaan op één lijn stellen, al is er wel een aantal overeenkomsten: helderheid, overzichtelijkheid, strakheid en het gedeelde uitgangspunt ‘less is more’,’ zei hij hierover.
Tot zijn laatste creaties voor het NDT behoren ‘Short Cut’ (1999), ‘Trilogie’ (2000), ‘Two Faces’ (2000), ‘Simple Things’ (2001) en ‘Monoloog, Dialoog’ (2003). Het werk ‘Situation’, oorspronkelijk gecreëerd voor NDT in 1970, keerde in 2019 nog terug in het NDT 1-programma ‘Soir Historique’.
