Kleinkunstenaar Karel de Rooij maakt boek over zijn leven: ‘Het schrijven liet me opeens niet meer los’

Deze zomer werd Karel de Rooij tachtig, maar niksen zit niet in zijn aard. Binnenkort verschijnt zijn levensverhaal, doorkijkjes in de vorm van een boek.

Door

Karel de Rooij (Den Haag, 18 juli 1946) groeide op in een echte artiestenfamilie. Zijn vader was jazzmuzikant Nico de Rooij, de ‘vlegel aan de vleugel’. Helaas is veel materiaal over hem verloren gegaan tijdens het bombardement op Rotterdam. Pas toen De Rooij later zelf in het theater werkte, spraken oudere muzikanten hem aan met: ‘Ben jij een zoon van Nico de Rooij?’ Zij vertelden hem hoe hoog ze zijn vader hadden zitten. Violiste Mimi de Rooij-Das van Grol was zijn moeder; zijn grootvader was orkestleider Karel Das van Grol. Dat geeft hem het gevoel deel uit te maken van een veel grotere muzikale familiegeschiedenis. Hij ziet zijn eigen carrière als voortzetting van die familietraditie. En die gaat bijna een eeuw terug.

‘Mijn Paradijs’

Die geschiedenis is nu geboekstaafd. “Het geraamte van mijn voorstelling ‘Mijn Paradijs’ is in wezen het boek geworden,” doet De Rooij uit de doeken. “Begin september verschijnt het, getiteld ‘Wat had ik anders moeten worden?’.” Hij is eerst zelf gaan schrijven op instigatie van de vorig jaar overleden schrijfster Yvonne Keuls. “Het schrijven liet me opeens niet meer los. Als theaterman was dat voor mij een ontdekking.” Later werd hij bijgestaan door Willem van Baarsen, frontman van Släpstick, en ghostwriter Dick van den Heuvel, schrijver van thrillers, toneelstukken, musicals en scenario’s.

 

Bij alles wat ik vond viel ik van de ene verbazing in de andere
Karel de Rooij, kleinkunstenaar

 

De aanleiding voor het boek is bijzonder. Bij het verscheiden van zijn moeder in 2014 erfden Karel en zijn broer een ouderwetse hutkoffer volgestouwd met affiches, foto’s, knipsels en andere documenten. Door te graven in het materiaal dat opeens in overvloed voorhanden was, ontdekte hij hoe diep zijn familie generaties lang in de muziek- en variétéwereld geworteld was.

In het boek schrijft hij: ‘Alles wat ik zelf ooit op het podium heb gedaan, zag ik terugkomen in het werk van degenen die mij voorgingen. Ik kwam erachter waarom ik altijd heb geprobeerd de grenzen tussen variété en concertzaal, tussen kleinkunst en grote kunst te doorbreken. Bij alles wat ik vond viel ik van de ene verbazing in de andere. Dit wilde ik met mensen delen.’

Clown

Wat hij op dat podium heeft gedaan, is veel. Op zijn vijfde of zesde jaar stond de kleine Karel al op het toneel. Als clown, in een kinderoperette. Hij zegt dat hij zich dat zelf nauwelijks herinnert, maar oudere medespelers vertelden hem later dat er iets bijzonders gebeurde: op een gegeven moment liep de hele cast van het toneel af, terwijl Karel alleen achterbleef om zijn clownsact te spelen. Dat optreden maakte zoveel indruk dat mensen het zich jaren later nog herinnerden.

 

Ikzelf ben niet bij de begrafenis van mijn vader geweest, mocht dat niet meemaken
Karel de Rooij, kleinkunstenaar

 

Hij volgde een klassieke muziekopleiding, speelde in klassieke orkesten viool en zijn eeuwige liefde trombone. Later is daar uit eigen beweging het watervlugge geluid van de panfluit bij gekomen. Met Peter de Jong (1947) vormde De Rooij het duo Mini & Maxi. De twee ‘grootmeesters van het muzikale variété’ ontwikkelden vanaf eind jaren zestig een combinatie van clownerie, slapstick, pantomime, kleinkunst en muziektheater. Zonder taalbarrière konden ze internationaal optreden, en dat deden ze volop: van Duitstalige landen tot aan Rusland en Taiwan. Na een noodgedwongen stop vanwege een chronische blessure bij De Jong roken ze nog even aan toneel en ballet, met ‘Wachten op Godot’ bij het Nationale Toneel en ‘Don Quichot’ bij Het Nationale Ballet.

De Rooij toog daarna op missie: hij wil erfgoed bewaren en doorgeven, de revue en de variététraditie nieuw leven inblazen. Na Mini & Maxi was De Rooij betrokken bij de oprichting van muziektheatergroep De Wereldband (tegenwoordig Släpstick). Jarenlang was hij betrokken bij Festival Classique met ‘De Nach van Bach’. Rond zijn 75ste verjaardag maakte hij de voorstelling ‘Mijn Paradijs’, over onder meer zijn familiegeschiedenis. Hij geeft graag jonge artiesten een podium bij Scala Variété aan Zee, de stichting die hij in 2012 met Dick Slooter oprichtte.

Begrafenis

In de van zijn moeder geërfde hutkoffer trof hij onder meer een fotoalbum aan. Hij schoot vol toen hij voor het eerst de foto’s onder ogen kreeg van de begrafenis in 1959 van zijn jong overleden vader, een gebeurtenis waarvan zijn moeder hem vandaan hield, omdat hij toen pas elf jaar was. “Op krantenfoto’s zag ik het afgezette Stationsplein bij Hollands Spoor, waar wij toen woonden, met een mensenzee en een haag van beroemdheden. Iedereen was erop afgekomen: van Johnny Kraaijkamp tot de hele Nederlandse jazz- en cabaretscene aan toe. Ikzelf ben daar niet bij geweest, mocht dat niet meemaken. Als dat wel zo had mogen zijn, dan had dat geholpen in de verwerking, denk ik. Het is goed dat jonge kinderen tegenwoordig minder beschermend tegemoetgetreden worden.”

 

Ik ga vaak tegen de stroom in, soms te ver
Karel de Rooij, kleinkunstenaar

 

Een ander moment van ontroering kwam toen De Rooij zag dat zijn ouders en die van zijn vrouw Yvonne elkaar al lange tijd moeten hebben gekend, evenals hun grootouders. “Haar vader heeft nog les gehad van mijn opa. Yvonne en ik hebben elkaar pas voor het eerst gezien toen we 25 waren, we hebben elkaar daarvoor nooit ontmoet of gezien. Op een foto zie je mijn schoonmoeder met een baby op haar arm, dat is mijn broer die toen net geboren was. En je begrijpt: mijn schoonmoeder vond dat er nu eindelijk ook een kind bij haar moest komen. Dat is Yvonne geworden.”

Tachtig. Hij betrapt zich er weleens op dat hij er niet aan wil, aan dat getal en de dingen die daarbij horen, zegt hij, herstellende van een hartaandoening. “Ik ga vaak tegen de stroom in, soms te ver. Maar ik geloof er heilig in dat me dat uiteindelijk verder helpt.” Er zijn een paar dingen in het bijzonder die hem op de been houden. Het boek dat eraan komt, maar ook de door hemzelf geïnitieerde talkshowserie ‘Het Bankje.nl’, waarin hij verhalen vastlegt van bijzondere mensen uit zijn eigen buurt. Het is trouwens ook het bankje dat officieel door de gemeente Den Haag aan De Rooij is geschonken. En dan zijn er nog de genoeglijke sessies op ‘De Mets’, de onlangs honderd jaar geworden tennisbaan. “Mijn lievelingsplek om een balletje te slaan.”

Jonge mensen

‘Wat had ik anders moeten worden?’ is een waardig en waardevol document over een stukje van de Nederlandse theatergeschiedenis. “Het zou mooi zijn als ook jonge mensen hiervan weten. Tijdens het spelen van ‘Mijn Paradijs’ heb ik gemerkt dat ook zij vaak met open mond zaten te luisteren.”

 

Ik wil niet alleen op een kruk moeten zitten en droog opzeggen
Karel de Rooij, kleinkunstenaar

 

De Rooij telt zijn zegeningen. Al steekt het nog altijd dat de aloude grandeur en allure van Scheveningen als oord van theater en revue verloren is gegaan. “Die zou ik graag weer in ere herstellen. Ik heb allerlei ideeën. Misschien moet ik eens bij de nieuwe projectontwikkelaar van de Pier op de trom slaan.”

Hamvraag: gaat hij binnenkort nog de theatervloer op? Leeftijdsgenoten Hans Croiset en Anne Wil Blankers zouden ten voorbeeld kunnen strekken. “Daar ben ik niet mee bezig. Fysiek ben ik zover nu nog niet. Ik wil niet alleen op een kruk moeten zitten en droog opzeggen. De genezing verloopt goed, maar alleen ikzelf weet hoe ik me vanbinnen voel. En om me heen gebeurt nog zoveel waarvan ik genieten kan.”

Dick van den Heuvel en Karel de Rooij, ‘Wat had ik anders moeten worden?’. Uitgever: Ambo|Anthos. Prijs: € 24,99. Verschijningsdatum: donderdag 3 september. Boekpresentatie, interview en signeersessie, donderdag 10 september, 19.00 uur, boekhandel Paagman.

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van