Boek over cameraman Akos Farkas, een vergeten pionier van de Nederlandse film
De Hongaarse cameraman Akos Farkas (1898-1971) maakte in Nederland snel naam met zijn werk. Een boek over hem biedt een inkijkje in het wel en wee van de vooroorlogse Haagse filmwereld.
Vluchtelingen hebben op de ontwikkeling van Nederland een behoorlijk stempel gedrukt. Neem de Portugese Joden die in de zestiende eeuw naar Nederland vluchtten en een enorme impuls gaven aan de bloei van Amsterdam, of de Franse Hugenoten die zich in de zeventiende eeuw massaal in Nederland vestigden en verlichte ideeën meebrachten.
In de vroege jaren dertig van de vorige eeuw vluchtten veel Duitse en Oost-Europese Joden naar Nederland voor het naziregime. Zij hadden een grote invloed op onder meer de ontwikkeling van de film alhier. Onder hen bevond zich de Hongaar Akos Farkas (1898-1971), die sinds begin jaren twintig werkte als cameraman in Berlijn. Farkas werd gevraagd het camerawerk te verzorgen voor de film ‘Willem van Oranje’, een prestigeproject dat de doorbraak moest worden voor de Nederlandse speelfilm.
Philiwood
Op 22 juni 1933 kwam Farkas aan in Den Haag. Met regisseur Jan Teunissen reisde hij direct door naar Eindhoven, waar Philips met de bouw van de filmstudio Philiwood wilde aantonen dat Nederland op filmgebied ook best meetelde. Farkas schrok zich rot. De situatie in Eindhoven stond in schril contrast met wat hij in Berlijn gewend was. Technisch was het redelijk in orde, maar verder was het een zooitje.
Den Haag ontpopte zich in de vooroorlogse tijd nadrukkelijk als filmstad
Jan Teunissen, die de hele productie leidde, had overduidelijk nog nooit met dat bijltje gehakt. De bemoeizucht van een nationaal comité met een ruime vertegenwoordiging van prominente Hagenaars kende bovendien geen grenzen. Over het persoonlijk leven van de nationale held mocht het niet gaan en close-upbeelden van Willem van Oranje waren uit den boze.
De film flopte gigantisch. Alleen het camerawerk van Farkas wekte bewondering. In de Nederlandse filmwereld was zijn naam gevestigd. Echt bekend bij het grote publiek raakte hij echter niet, al berichtte de Haagsche Courant in 1937 wel over zijn huwelijk, compleet met foto.
Loet Barnstijn
In zijn boek ‘Ergens in Nederland’ volgt Jac. Biemans het leven van Akos Farkas in Nederland. Dat speelde zich voor een belangrijk deel af in Den Haag en omstreken, op plekken als Weissenbruchstraat 48, Van Kijfhoeklaan 46 en Bachmanstraat 52. Door gebrek aan egodocumenten als dagboeken en brieven is het wel vooral een verhaal rondom de cameraman met het wel en wee van de Nederlandse filmwereld als boeiend decor. Den Haag ontpopte zich in de vooroorlogse tijd nadrukkelijk als filmstad. Sinds 1935 lag op de grens met Wassenaar zelfs een grote, moderne filmstudio, opgericht door Loet Barnstijn.
Farkas raakte bij de meeste grote vooroorlogse filmproducties betrokken. Een maand na ‘Willem van Oranje’ ging Barnstijns ‘De Jantjes’ al in première, een kassucces. Daarna volgden de Haagse Filmstad-producten als ‘Merijntje Gijzen’s Jeugd’ en ‘Malle gevallen’, en het in Amsterdam gedraaide ‘Pygmalion’.
Het rechts-radicale weekblad bekritiseerde Farkas met de kop: ‘Waarom geen Nederlandsche cameraman?’
Verder lezen?
Dit artikel verscheen in onze krant van 20 augustus op pagina 19. Abonnees lezen het volledige artikel via de website of in de app (beschikbaar in Google Play en de App Store).
Nog geen abonnee?
Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Of haal de papieren krant bij een van onze verkooppunten.
Den Haag Centraal werkt aan een nieuwe website mét opties voor een online lidmaatschap. Hou onze sociale media of nieuwsbrief in de gaten voor updates.