DHC kijkt tv: in ‘Oh Oh Den Haag’ is het de Hagenees versus de Hagenaar

De nieuwe realityserie ‘Oh Oh Den Haag’ volgt Hagenaars en Hagenezen, ‘twee diersoorten’ in één stad. Dat levert een amusant maar niet altijd even fraai beeld op.

Door

Zelfs voor een geboren en getogen Hagenaar is het af en toe moeilijk te verstaan. “Een Hagenaar is een kakker, die wonen op de [sic] Bezuidenhout zeg, kerel,” zegt fabrieksmedewerker Ron met een gespeeld bekakt accent. “Die praten met een aardappel in de mak.” Of zegt hij nou bak, of maag? Enfin, het bevestigt in ieder geval Rons punt: Hagenaren en Hagenezen, dat zijn compleet andere mensen, die niet eens dezelfde taal spreken.

De verschillen tussen de ‘twee diersoorten’ vormen het uitgangspunt van de nieuwe realityserie ‘Oh Oh Den Haag’. Daarin komen vier Hagenaren en vier Hagenezen in beeld, die ‘twee werelden in een stad’ vertegenwoordigen. In de eerste twee afleveringen zien we naast Ron vooral toiletjuffrouw Joke (‘ik zit bij de schijthuisjes’), gepensioneerd binnenhuisarchitect Frank (bekend van de televisieserie ‘Paleis voor een prikkie’) en ‘etiquette-expert’ Odilia.

 

Charmant is de taligheid, dan spitsvondig, dan grof, maar vaak geestig

 

Stuk voor stuk herkenbare, kleurrijke types, die volop voldoen aan het stereotype van hun ‘soort’. Zo bestaat het leven van Hagenaar en fulltime flaneur Frank uit lunchen met wijn, bloemen kopen en de antiekmarkt afstruinen. Frank probeert altijd wat af te snoepen van de prijs, of het nu gaat om een bos rozen of een ijsje. Hagenees Ron is gek van ADO, drinkt een hoop bier en heeft een grote mond, maar een klein hartje; iedere dag gaat hij op bezoek bij zijn dementerende moeder.

Een knipmes maken

Charmant is de taligheid, dan spitsvondig, dan grof, maar vaak geestig. Joke begroet de kaasboer met ‘ouwe zaadschieter’ en weigert ‘een knipmes te maken’ (een buiging) voor 10 cent fooi. Ron trekt de ene na de andere ‘groene batterij’ (een blikje Heineken) uit de koelkast. Frank beschrijft de Hagenaar met de uitdrukking ‘schuif het vlees maar onder de deur deur [sic]’, wat hij uitlegt als chique doen terwijl je ‘geen cent te makken hebt’.

 

In een stad waar meer dan de helft van de inwoners een migratieachtergrond heeft, zijn de deelnemers wel erg wit

 

De serie schetst een bij vlagen amusant, maar ook tamelijk eenzijdig beeld van Den Haag. In een stad waar meer dan de helft van de inwoners een migratieachtergrond heeft, zijn de deelnemers wel erg wit. Een aantal stadsgenoten van kleur – net zo goed Hagenezen, Hagenaren en van alles daartussenin en daarbuiten – had niet misstaan.

Wat meer contact buiten de eigen bubbel kan menigeen ook wel gebruiken. Wanneer Frank op de Haagse markt een stuk kaas koopt (negen euro, ‘best duur’) vraagt hij de verkoper of ‘die dames met die hoofddoekjes nou ook kazen kopen’. Ron heeft in de fabriek een jonge jongen onder zijn vleugels, want ‘als niemand het ze leert, moeten we allemaal arbeidsmigranten binnenhalen. Die lullen geen woord Nederlands, dan heb ik geen zin om het uit te leggen allemaal. Kijk, hij is natuurlijk gewoon een Hollandse brogum.’

 

Een vrolijk hoogtepunt in de serie is volkszanger Chicco

 

De subtekst laat zich raden, net als wanneer Joke op de markt een kop koffie drinkt met Mohammed, die ze even daarvoor uitvoerig in de armen is gevallen. Haar idee om naar de bingo te gaan, ‘van die twee homojongens’, valt bij neef Floris niet in goede aarde. ‘O’, zegt die, terwijl zijn gezicht betrekt. ‘Ze vallen je niet lastig. Jou wel, maar mij niet,’ lacht Joke. ‘Mooi verhaal,’ vindt Floris. ‘Ja, nou, ik blijf maar netjes’. Misschien is dat het wereldbeeld van wel meer ‘echte’ Hagenezen, fraai is het niet.

Mattenkapper

Leuker is het wanneer de Hagenezen en Hagenaren elkaar ontmoeten en humor hen verbindt. Frank betaalt met muntgeld bij de bloemist, die hem vraagt of hij soms ‘met een gitaar in de stad heeft gestaan met al dat kleingeld’. Een schaterlach. Ook met Joke is het gelijk lachen geblazen, waarop Frank een bos bloemen voor haar haalt (op kosten van de verkoper, dat wel).

Een vrolijk hoogtepunt in de serie is volkszanger Chicco. Hij zet een bakkie thee voor zijn moeder, keuvelt wat met zijn mattenkapper en treedt op in een (vermoedelijk Leids) huis vol dames van het corps. Dat hij een van de studentenkamers mag gebruiken als kleedkamer, vindt hij ‘het leukste wat er is’, zo’n ‘niet-officiële ruimte’. Hij glundert, zoals hij dat ook doet na zijn optreden. ‘Het was top. Echt genoten.’ Iets meer van het open, opgeruimde karakter van Chicco zou de stad én een aantal deelnemers aan de serie goeddoen.

‘Oh Oh Den Haag’ is iedere vrijdag om 20.30u te zien op SBS6.

Standaardportret
Bekijk meer van