Mauritshuis hoeft schilderijen uit legaat Bredius niet terug te geven
Het Mauritshuis hoeft de 25 schilderijen die stammen uit het legaat van Abraham Bredius niet terug te geven aan diens erfgenamen. Dat heeft de Haagse rechtbank woensdagmiddag bepaald.
De zaak was aangespannen door nazaten van Bredius’ erfgenaam en levensgezel Joseph Kronig. Zij vinden dat het museum (officieel: de staat) het legaat schendt door de betrokken schilderijen niet permanent ten toon te stellen. Het museum bracht daar tegenin dat het niet genoeg ruimte heeft en dat niet alle doeken even waardevol zijn. De topstukken hangen wel altijd op zaal. Dat zijn onder meer ‘Saul en David’, ‘Homerus’, ‘Andromeda’ en ‘Twee Afrikaanse mannen’ van Rembrandt. De rechtbank komt tot de conclusie dat het legaat zo moet worden uitgelegd dat het ‘geen absolute tentoonstellingsplicht inhoudt en ook geen verplaatsingsverbod’.
Testament in het Frans
Abraham Bredius (1855-1946) was een kunstverzamelaar die twintig jaar directeur van het Mauritshuis is geweest. Hij stierf in Monaco, waardoor zijn testament is opgesteld in het Frans. In de rechtszaak speelde de vertaling van een cruciale passage een rol. De rechtbank kiest voor een ruime interpretatie: het Mauritshuis moet de werken in bezit houden, maar hoeft ze niet permanent te exposeren. Ook mag het museum schilderijen uit de Bredius-collectie tonen in zijn dependance, Galerij Prins Willem V aan het Buitenhof. De eisers gaan in beroep tegen de uitspraak.
Museum Bredius
Bredius had ook nog een privé-collectie, die hij naliet aan de gemeente Den Haag. Die werd eerst in zijn voormalige huis aan de Prinsegracht tentoongesteld, nu in het Museum Bredius op de Lange Vijverberg. Ook daarover zijn in het verleden door dezelfde erfgenamen (tevergeefs) rechtszaken gevoerd, omdat de schilderijen niet meer in het oorspronkelijke woonhuis worden getoond.