Oekraïense vluchtelingen bouwen aan een permanent thuis: ‘We kwamen om even te blijven, maar het is niet voor even’
Vier jaar na de Russische invasie van Oekraïne raast de oorlog nog altijd voort. DHC sprak met drie Oekraïners die hier een nieuw leven opbouwen, zo goed en zo kwaad als dat gaat.
Met de aanhoudende Russische agressie is de kans klein dat Oekraïense vluchtelingen op korte termijn kunnen of willen terugkeren. Onderzoeksbureau Ipsos schreef afgelopen december dat de Oekraïense gemeenschap onzeker is over de toekomst, maar zich steeds meer richt op permanent verblijf. Gemeentelijke stukken en woordvoerders schetsen een vergelijkbaar beeld: Oekraïense vluchtelingen zijn voorlopig ‘here to stay’.
De gemeente had per 1 februari van dit jaar 1660 bedden voor Oekraïners, in de particuliere opvang zijn er 2700 plekken. De optelsom (4360) komt in de buurt van het totale aantal Oekraïners in de stad, maar het kan zijn dat sommigen (bijvoorbeeld dakloze mensen) ‘onder de radar blijven’, aldus een gemeentewoordvoerder. Ongeveer 56 procent van hen is een vrouw of een meisje.
Het wordt een flinke uitdaging om voldoende betaalbare woningen te realiseren
Momenteel vallen Oekraïense vluchtelingen in Nederland (132.220 volgens de meest recente registratie) onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), wat hun het tijdelijke recht geeft op opvang, zorg, werk en onderwijs. ‘Reguliere’ vluchtelingen moeten hiervoor eerst een procedure doorlopen. De RTB loopt af op 4 maart 2027. Daarna kunnen Oekraïense vluchtelingen een zogeheten transitiedocument aanvragen, dat drie jaar geldig zal zijn. Hoe dat precies in zijn werk gaat, moet in het voorjaar bekend worden.
Den Haag is verplicht om 2077 opvangplekken te realiseren, een aantal dat de stad nu dus niet haalt. Tegelijkertijd komen er nog steeds wekelijks Oekraïners bij, terwijl het aantal opvangplekken vermindert door het aflopen van huurcontracten. De gemeente verwacht eind 2027 nog ruimte te hebben voor een kleine 1300 mensen, al is ze ‘doorlopend bezig’ nieuwe plekken te vinden en indien mogelijk bestaande contracten te verlengen, zegt een woordvoerder. Op twee locaties zijn nu ‘concrete plannen’ voor 185 extra opvangplekken.
In het begin voelden we ons welkom hier, maar na een tijdje veranderde dat
Zodra de RTB afloopt, krijgen Oekraïense vluchtelingen dezelfde rechten en plichten als andere statushouders – met uitzondering van inburgering. Daarmee is ‘de kans groot dat zij recht op een woning krijgen’, waardoor een plek in een opvanglocatie niet langer volstaat. Het wordt dan ook ‘een flinke uitdaging om voldoende betaalbare woningen te realiseren’, zegt een woordvoerder. De gemeente vreest bovendien dat het rijk ervan uitgaat dat veel meer mensen teruggaan dan de gemeente realistisch acht. Daarnaast ‘geeft het rijk aan dat ontheemden zelf huisvesting moeten vinden’ en dat opvanglocaties omgebouwd kunnen worden tot huisvesting, ‘maar dat is voor veel locaties niet haalbaar’, omdat voor huisvesting andere voorwaarden gelden.
Anastasiia Khatniuk (19)
‘Ik vraag me soms af of ik Oekraïne niet heb verraden’
“Mijn moeder en ik zijn twee keer gevlucht. Eerst uit Loehansk in 2014 (toen door Rusland gesteunde separatisten dat gebied binnenvielen, red.) en in 2022 nog een keer, uit Kyiv. Toen de oorlog uitbrak, was mijn moeder heel bang en besloot ze dat het beter was om weg te gaan.
Ik herinner het me niet meer stap voor stap, het was heel chaotisch. Met school, met het zoeken naar een plek om te wonen. We gingen eerst naar Roemenië en kwamen via een vriend van mijn moeder hier terecht. Na een paar maanden in een gastgezin en in een opvang in Zoetermeer, zijn we nu in Den Haag.
In het begin voelden we ons welkom hier, maar na een tijdje veranderde dat. Ik denk dat mensen ervan uitgingen dat de oorlog zo voorbij zou zijn en we snel weer terug zouden gaan. Nu is er veel haat tegen Oekraïners. Mensen zijn boos dat wij ondersteuning krijgen en dat hun geld naar Oekraïne gaat. Ze snappen niet dat Europa daarbij gebaat is.

Foto’s: Casper van Dort
Maar ik ben zeker dankbaar. Ik heb een plek om te wonen, ik heb genoeg te eten. Zelfs als dat niet het geval was, is het hier in ieder geval veilig. We delen de keuken met zo’n 25 anderen, de badkamer met z’n tienen. Maar dat went. En het is hier rustig en er is beveiliging.
Al met al heb ik geluk. Ik ben net begonnen aan mijn tweede semester van de opleiding Business Administration aan de Universiteit van Amsterdam en studeer tegelijkertijd Entrepreneurship, Trade & Exchange Activities aan de Universiteit van Lviv. In mijn vrije tijd schaak ik, dat helpt om me weer een beetje normaal te voelen.
Maar of ik gelukkig ben? Nee, dat denk ik niet. Elke dag zie ik op het nieuws de drones en raketten boven Kyiv, elke ochtend vraag ik mijn grootouders en vrienden daar of ze nog leven. Mijn moeder wil dat mijn grootouders ook hiernaartoe komen, maar dat willen ze niet. Zij hebben hun leven daar.
Vroeger had ik een plan voor mijn leven en een gemeenschap, dat ben ik kwijtgeraakt
Soms vraag ik me af of ik niet ook in Oekraïne had moeten blijven. Ik denk dat velen van ons zich dat afvragen: heb ik mijn land verraden door te vertrekken? Maar ik had niet echt een keuze. Ik was vijftien en het was beter voor mijn moeder en mij. Hier kan ik een opleiding volgen, daardoor kan ik uiteindelijk meer bijdragen aan Oekraïne.
Met vrienden hebben we het veel over de vraag of we terug zouden gaan wanneer dat kan. In Oekraïne waren we middenklasse, hier staan we onderaan en bouwen we niets op. Aan de andere kant is het fijn hier, het is veilig, medische zorg en universiteiten zijn van het hoogste niveau. Maar ik mis Oekraïne wel. Misschien kan ik in beide landen wonen en werken, zodra de oorlog voorbij is.
Vroeger had ik een plan voor mijn leven. Waar ik zou studeren, waar ik zou wonen. En ik had mijn vrienden, die gemeenschap ben ik kwijtgeraakt. Toch is het voor mij gemakkelijker dan voor andere jongeren, die hier alleen zijn of geen opleiding kunnen betalen. Of voor mijn moeder, die haar eigen advocatenkantoor had in Loehansk, maar hier werkt als barista. Voor hen is het veel zwaarder. Ik red me wel.”
Dmytro Borodai (26)
‘Niet iedereen is gemaakt voor oorlog’
“Toen de oorlog begon, was het voor mij en mijn collega’s ingewikkeld om te besluiten wat te doen. We zijn balletdansers, in Kyiv maakte ik deel uit van de Nationale Opera. Direct na de invasie zei mijn vader tegen mij en mijn broertje dat we daar weg moesten. Dus pakten we onze spullen en zijn we lopend en liftend naar Khmelnytskyi gegaan, in het westen van het land. Met iemand meerijden was nog niet gemakkelijk; veel mensen waren bang dat we Russen waren.
Een paar maanden later kreeg ik een berichtje van een vriend, die inmiddels in Den Haag woonde. Samen met Nederlandse vrienden was hij bezig een dansgezelschap op te richten en hij vroeg of ik ook wilde komen. Mannen mogen eigenlijk niet weg, maar wij hebben speciale toestemming van het ministerie van Cultuur. Mijn vader zei dat we moesten gaan. Hij heeft jarenlang gevochten in het leger en repareert nu tanks en andere gevechtsvoertuigen aan het front. ‘Ga. Van onze familie ben ik hier, dat is genoeg,’ zei hij.

Toen ik in Khmelnytskyi was, heb ik me aangemeld om te helpen met het bouwen van versterkingen om de stad te verdedigen. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat ik niet wilde vechten. Het is moeilijk om te zeggen of iemand echt geschikt is voor oorlog, maar ik heb geweld altijd vermeden, als kind op school al. Dat vind ik een heel moeilijke kwestie: sommigen van ons zullen nu eenmaal moeten vechten, maar niet iedereen is daartoe in staat. Mijn vader heeft genoeg jongens gezien die, zodra ze een geweer in handen kregen, begonnen te huilen. Daar is geen plek voor op het slagveld, vertelde hij me: daar moet je op elkaar kunnen rekenen.
Gelukkig kan ik me bij het Ukrainian International Ballet op een andere manier nuttig maken voor Oekraïne. Met onze optredens vertellen we de verhalen uit ons land, leggen we uit waarom onze landgenoten aan het vechten zijn. Door zichtbaar te zijn – op het podium, in kranten en op televisie – creëren we bovendien een stukje Oekraïense cultuur. Geen Tsjaikovski (een Russische componist, red.), we willen iets van onszelf.
Natuurlijk mis ik mijn vader, maar verder is bijna iedereen van mijn familie hier
Soms voelt het alsof ik niet genoeg doe. Na de oorlog wordt het voor degenen die zijn gebleven vast lastig om met ons te praten. Aan de andere kant denk ik aan wat een vriend van mijn vriendin Irina tegen haar heeft gezegd: ‘Wees alsjeblieft daar, maak iets van je leven, dat is waar wij voor vechten.’ Dat doen we. In Nederland hebben we de kans om iets te creëren, om een individu te zijn. Je kunt hier anders zijn in hoe je je kleedt, hoe je je gedraagt. Dat is heel inspirerend.
Eerlijk gezegd denk ik momenteel niet veel aan teruggaan. Natuurlijk mis ik mijn vader, maar verder is bijna iedereen van mijn familie hier. Misschien dat we in de toekomst met ons gezelschap in Europa kunnen samenwerken met Oekraïense theaters. Europeanen dansen vooral op techniek, wij doen het meer vanuit het hart – de perfecte combinatie. Een brug bouwen tussen verschillende landen en volken, dat is wat we nu al doen.”
Natalia Pereverzeva (42)
‘Nederland is prachtig, maar ik voel me machteloos hier’
“Toen ik net in Nederland was, verkeerde ik in een staat van shock. Nog maar een paar weken eerder maakte ik me in Kyiv ’s ochtends klaar om aan het werk te gaan, toen mijn moeder me belde en zei dat de oorlog begonnen was. Samen met mijn zoon ben ik gelijk vertrokken, terwijl mijn moeder en broer achterbleven.
Een goede vriend nodigde ons uit om bij hem te komen wonen in Den Haag. Kom hier, dan kun je gemakkelijk teruggaan, zei hij. We kwamen om even te blijven, maar het is niet voor even. Ik dacht dat het voorbij zou gaan, het is onbegrijpelijk dat de oorlog niet stopt. Ik heb dagelijks contact met mijn moeder en broer, die informatica doceert aan de universiteit. We praten over alledaagse dingen, niet over het nieuws of de oorlog. Dat doet te veel pijn.

Emotioneel was het van begin af aan heel zwaar. Alles was onbekend en onduidelijk, ik kon hier niets doen. Er is een scherp ‘voor’ en ‘na’ het begin van de oorlog, dat deelt mijn leven in tweeën. In Oekraïne werkte ik bij de televisie, als screenwriter voor films en realityprogramma’s. Ik hield van mijn werk.
Ik mis mijn creatieve werk, maar ik huil niet, ik glimlach
Nu maak ik schoon bij een Italiaans restaurant. Ik mis mijn creatieve werk, maar ik huil niet, ik glimlach. Ik begrijp dat ik dit nu moet doen. Aan het einde van de dag ga ik naar huis om te schilderen. Zo communiceer ik met mezelf, ik kan mijn emoties erin kwijt. Ik maak portretten van vrouwen, hun verdriet, hun schoonheid, hun gemis. Misschien is het niet helemaal toevallig dat ik in Nederland ben beland, dit is een land van geweldige schilders, zoals Rembrandt en Van Gogh. Dat betekent veel voor me.
Nederland is prachtig, maar ik voel me machteloos hier, onnodig. In Oekraïne was ik een heel actieve persoon, hier niet. Alles wat ik de afgelopen twintig jaar heb opgebouwd qua werk en vaardigheden, kan ik hier niet gebruiken. Dat ik de taal nog niet spreek, helpt daar niet bij. Ik ben pas net begonnen met lessen, omdat ik wachtte op het moment dat we terug konden gaan.
Natuurlijk wil ik dat nog steeds heel graag, ik mis mijn land. Maar ik kan me er nu niets bij voorstellen om er weer te zijn. Ik ben heel bang voor wat ik zal aantreffen.”
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.