Fotomuseum Den Haag: eens tempo doeloe, nu pijnlijke verhalen uit Indië
Oorlog en dekolonisatie zijn intussen tachtig jaar geleden, maar de belangstelling ervoor neemt toe, vooral ook bij kunstenaars met verre wortels in de archipel.
Het is de nieuwgierigheid maar ook de afstand in de tijd die onbevangenheid creëren bij jonge kunstenaars, van wie de familiehistorie deels ligt in het voormalige Nederlands-Indië. De derde generatie onderzoekt welke rol het familieverleden speelt in haar leven. En put er inspiratie uit voor hun kunst. Dat is waar de voor oktober aangekondigde tentoonstelling ‘Generasi 3.0’ in het Fotomuseum over gaat. Deze past in de bredere beweging in de kunstwereld om thema’s als slavernij, geweld en kolonialisme kritisch te belichten.
Er is werk te zien van Caja Boogers, Sander Coers, Yara Jimmink, Miranda Devita Kistler, Sebastian & Tyler Koudijzer, Ilvy Njiokiktjien, en Sekan en Maarten Tromp. Het museum, zo staat op de site te lezen, wil hiermee ‘een bijdrage leveren aan de zichtbaarheid van en het gesprek over deze geschiedenissen’. “Als je je realiseert dat zo’n twee miljoen Nederlanders wortels hebben in het voormalig Nederlands-Indië, besef je hoe noodzakelijk het is om ruimte te bieden aan andere perspectieven op deze gelaagde geschiedenis. Zeker in Den Haag, de stad die altijd nauw verbonden is geweest met voormalig Nederlands-Indië,” zegt Margriet Schavemaker, directeur van het Fotomuseum en Kunstmuseum Den Haag.
Mijn generatiegenoten en ik kijken met een nieuwe blik naar het koloniale verleden
Deze musea zijn uiteraard niet gespecialiseerd in de koloniale geschiedenis en daarom wordt samengewerkt met Museum Sophiahof, het Indisch herinneringscentrum aan de Sophialaan. Ook is er een gastonderzoeker bij de expositie betrokken, Nienke Coers. “Mijn generatiegenoten en ik kijken met een nieuwe blik naar het koloniale verleden – niet als een afgesloten geschiedenis, maar als iets dat nog altijd doorwerkt in identiteit, families en culturele beeldvorming,” vertelt zij.
Familiefoto’s
De tentoonstelling is opgezet als een reis door de persoonlijke verhalen van de deelnemende makers. Vaak is het een tastbaar spoor dat leidt naar iets dat zich moeilijker laat grijpen: een herinnering, een gemis, een gevoel van verbondenheid. Zo vormen familiealbums voor Caja Boogers, Sander Coers en Ilvy Njiokiktjien het startpunt van hun zoektocht. De foto’s leiden Njiokiktjien naar een huis aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Haar Chinees-Indonesische opa werd hier op jonge leeftijd naartoe gestuurd om opgevoed te worden door een welgesteld echtpaar.

‘Einar Njiokiktjien springt omringd door zijn kinderen en kleinkinderen, met een achterwaartse salto in het water vanaf zijn woonark’. (Ilvy Njiokiktjien)
Sander Coers maakt met kunstmatige intelligentie ‘fantoomherinneringen’. Hij voedt de computer met materiaal uit zijn familiearchief en foto’s die hij zelf maakte op reizen naar de Molukken. Zo ontstaan nieuwe beelden die niet direct naar iets verwijzen, maar meer uitkomen bij wat Coers ‘een associatief herinneringslandschap’ noemt.
Boogers onderzoekt ook de rol van de nostalgie, nooit ver weg als het over Indië gaat
Caja Boogers selecteerde voor zijn schilderijen een aantal foto’s uit een oud familiealbum en openbare archieven. Hij toont daarvan slechts details als een mond, een hand of batikpatroon. Herinneringen zijn immers vaak ook gefragmenteerd. Boogers onderzoekt ook de rol van de nostalgie, nooit ver weg als het over Indië gaat.
Banda
Het werk van Yara Jimmink, geboren in Amsterdam met wortels op de Banda-eilanden, gaat in op wat een van de zwartste bladzijden is uit de Nederlandse koloniale geschiedenis, het optreden van Jan Pieterszoon Coen op Banda (behorend tot de Molukken). Om hier voor de VOC een nootmuskaatmonopolie te vestigen, liet hij de plaatselijke telers uitmoorden en verving ze door boeren die loyaal waren aan de compagnie. Jimmink combineert privéfoto’s en doet daarin visuele ingrepen om de nog altijd aanwezige doorwerking van het kolonialisme zichtbaar te maken.
Ook Maarten Tromp richt zich op deze economische erfenis. Zijn overgrootvader leidde in 1936 een Nederlandse expeditie naar het Carstenszgebergte in Nederlands Nieuw-Guinea (nu Papua), waar een ertsafzetting werd ontdekt. Dat leidde veel later tot de stichting van een mijn die jarenlang de grootste goudmijn ter wereld zou zijn. Sinds 2010 reist Tromp geregeld naar Papua. Hier legt hij vast hoe een van de lokale gemeenschappen samenleeft met de natuur tegen de achtergrond van grondexploitatie door de Indonesische overheid.
Protestmuziek
De tentoonstelling bevat ook werk van DJ en artistiek onderzoeker Sekan. Hiervoor is een zaal omgetoverd tot een ‘auditieve ervaringsruimte’. Te horen is een door hem gemaakte muziekselectie van oude en nieuwe muziek uit de Indonesische archipel en de diaspora, van protestmuziek uit West-Papoea en rock uit de Molukse wijk tot Javaans-Surinaamse funk. Bij Museum Sophiahof is vanaf 18 september een speciale buitententoonstelling te zien met werk van de Molukse fotograaf Otto Tatipikalawan, dat hij in de jaren ’80 en ’90 maakte van de Molukse gemeenschappen in Nederland.
‘Generasi 3.0’, 11 oktober 2025 tot 22 maart 2026, Fotomuseum Den Haag. Klik voor meer informatie.
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. Dit artikel verscheen in onze jaarlijkse Cultuurbijlage. De krant (deze week inclusief Cultuurbijlage) is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.