Wandeling voor Ketikoti toont slavernijverleden op elke straathoek

Het slavernijverleden is diepgeworteld in de stad. Als bestuurlijk hart en ‘weduwe van Indië’ was Den Haag direct betrokken bij het koloniale systeem. Als opmaat naar Ketikoti voerde een Slavernijwandeling door het centrum.

Door

In het kader van Ketikoti, de jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen, organiseerde Het Nationale Theater een wandeling. Rudy van der Beek, oprichter van de zwarte Haagse vereniging Tribez, gidste op dinsdagmiddag een gemêleerde groep van ongeveer 25 belangstellenden door de binnenstad. “We hebben ons als groep ingeschreven,” vertelt een van de deelnemers, een geboren Limburger. “Ik vind het voor mezelf van belang om er meer van te weten dan ik nu doe, ook al was Limburg vroeger zelf ook een wingewest.” De Oostenrijkse Capri zegt: “Ik doe mee omdat ik veel vrienden in Nederland heb. Ik heb veel boeken over Suriname gelezen.”

Den Haag was geen grote slavenpoort, zoals Amsterdam of Middelburg, al verbleven hier ook tot slaaf gemaakte mensen, die hiernaartoe meegenomen waren. Den Haag was als politieke hoofdstad wel nauw verweven met het koloniale en slavernijverleden, want de stad deelde de lakens uit in het Nederlandse slavernijsysteem. Haagse regenten, bestuurders en welgestelde families investeerden maar wat graag in plantages, koloniale handel en ondernemingen die afhankelijk waren van slavernij, en het hof en leden van het Huis Oranje-Nassau hadden historische banden met het koloniale systeem.

Pamflet

In het stadscentrum zijn op verschillende plekken sporen te ontwaren van die Haagse koloniale en slavernijgeschiedenis. Van der Beek hield halt bij enkele van de markante ‘slavernijplekken’ in de binnenstad. Startpunt was de Koninklijke Schouwburg, waar alreeds in 1801 de eerste antislavernijvoorstelling werd opgevoerd: ‘Kraspoekol of de slaavernij’ van Dirk van Hogendorp (1761-1822), in feite een politiek pamflet dat koloniale misstanden aan de kaak stelde. Hij had die tijdens zijn verblijf in de Oost met eigen ogen aanschouwd. Door acties van demonstranten moest de opvoering van destijds al na de eerste akte worden afgebroken.

 

Als politiek bestuurder was hij volledig op de hoogte van de slavernij en faciliteerde hij de belangen van VOC en WIC

 

Vanuit de Koninklijke Schouwburg werd de groep op sleeptouw genomen, allereerst naar machtscentrum het Binnenhof, met als overblijfsel aldaar onder meer het ministerie van Koloniën. Van der Beek vertelde er het verhaal over de miljardaire Elisabeth Samson (1715-1771). Als vrouw én ‘vrije zwarte’ bestierde ze verschillende plantages, al werd de Surinaamse vooral bekend vanwege haar juridische strijd, in Suriname en later in Den Haag, onder meer om te kunnen trouwen met een blanke man. Even verderop, bij het Mauritshuis, het Suikerpaleis van Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), werd stilgestaan bij de totstandkoming van het gebouw met Braziliaans plantagegeld. Korte Vijverberg 3, er schuin tegenover, was de woonplek van politicus Willem Groen van Prinsterer (1801-1876), lid van de staatscommissie die de afschaffing van de slavernij voorbereidde.

Johan de Witt

Vervolgens liep de groep de Lange Vijverberg op richting de Kneuterdijk, alwaar raadspensionaris Johan de Witt (1625-1672) woonde. Als politiek bestuurder was hij volledig op de hoogte van de slavernij en faciliteerde hij de belangen van VOC en WIC. Lange Voorhout 7 was vroeger het Departement van Marine, met als minister Abraham George Ellis, geboren in Suriname en kind van een in slavernij geboren en later vrijgekochte moeder. In het naastgelegen theater Diligentia kwam veelvuldig een lobbygroep bijeen die zich destijds inzette vóór slavernij.

 

Mensen werden gekleineerd, families uit elkaar gereten, en dat alles alleen om geldelijk gewin
Deelnemer

 

In de tegenovergelegen Kloosterkerk werd Jacobus Capitein gedoopt. Als kind was hij cadeau gedaan aan Jacob van Goch van de West-Indische Compagnie, die hem meenam naar Nederland. In 1742 betoogde uitgerekend hij, als zwarte predikant, dat slavernij niet strijdig was met het christelijk geloof. Op Lange Voorhout 13 was Stephanus Laurentius Neale (1688-1762) woonachtig, een van de succesvolste plantage-eigenaren van Suriname. Zijn woonoord groeide uit tot een plek waar beleidsmakers elkaar troffen. “Mensen werden gekleineerd, families uit elkaar gereten, en dat alles alleen om geldelijk gewin,” reageert een van de deelnemers.

Op die plek is ook een plaquette bevestigd met een citaat uit Nelson Mandela’s ‘De lange weg naar vrijheid’. Fotografe Alexine (1835-1869) Tinne woonde aan het Lange Voorhout 32. Met familiekapitaal dat uit slavernij was verkregen, financierde zij haar revolutionaire reisreportages. Op nummer 34, het zogeheten Huis Huguetan, waar tegenwoordig (tijdelijk) de Eerste Kamer huist, was schrijver en antikolonialist Anton de Kom kind aan huis toen de Koninklijke Bibliotheek er nog zetelde. De volgende halteplaats was Des Indes, het hotel waar altijd veel politieke en zakelijke netwerken samenkwamen.

Tot slot van de wandeling werd stilgestaan bij het Slavernijmonument. Na jaren van politiek gesoebat staat dat nu op de kruising van het Lange en het Korte Voorhout. Het kunstwerk van de Zuid-Afrikaanse Buhlebezwe Siwani bestaat uit een stalen constructie waarin menselijke silhouetten en symbolen zijn verwerkt. Het draagt de titel ‘Remember Our United Beginning’. Het ontwerp verwijst daarmee naar een gedeeld verleden én een gezamenlijke toekomst.

Voor nu zit de Slavernijwandeling erop. Alleen al dit korte rondje ‘binnenstad’ telt een overstelpend aantal illustraties uit het Haagse slavernijverleden. Op www.justpeacethehague.org zijn nog veel meer verborgen verhalen te vinden.

Nee, Den Haag stond niet aan de zijlijn.

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van