Bouw nieuwe publieksingang Tweede Kamer begonnen
Op de Hofplaats naast het Binnenhof is eerder deze week de bouw begonnen van de nieuwe, deels ondergrondse publieksentree van de Tweede Kamer. Verderop vonden archeologen de kaatsbaan van Willem van Oranje terug.
“Dit wordt de poort naar de democratie,” zei architect Pi de Bruijn maandag bij de starthandeling. Na veel gedoe met andere architecten en kritische Kamerleden en andere ‘bewoners’ van het Binnenhof, kreeg veteraan De Bruijn (83) in 2019 de architectonische supervisie over het steeds groter en duurder wordende project. De Bruijn ontwierp in 1992 de uitbreiding van de Tweede Kamer met onder meer een nieuwe plenaire zaal.
Eén van de grote extra kostenposten ontstond door het besluit een compleet nieuwe publieksentree te bouwen op de Hofplaats. Dat zou nodig zijn in verband met de veiligheid en de wens meer bezoekers en scholieren te ontvangen. Er wordt rekening gehouden met 500.000 bezoekers per jaar. De Bruijns Architekten Cie ontwierp een paviljoen dat toegang geeft tot een trap die leidt naar een ruim ondergronds toegangsgebied. Daarin krijgen ook de resten van de middeleeuwse Spuipoort een plek. Landschapsbureau Karres en Brands tekende rondom het gebouw een groen plantsoen. De bestaande kastanjebomen blijven staan.
Verankerd in de bodem
Maandag begonnen bouwvakkers van aannemer J.P. van Eesteren met het boren van 28 meter diepe gaten. Die worden gevuld met ‘grout’, een betonmengsel, en worden verankerd in de bodem. Dat is noodzakelijk om te voorkomen dat straks het grondwater de hele bak van de ondergrondse toegang omhoog drukt. Van Eesteren-directeur Marco Peppel sprak maandag van een ‘uitdagende grondwatersituatie’. Die is in de bouwwereld bekend sinds de bouw van de Haagse tramtunnel even verderop, waar een foute bouwmethode leidde tot ernstige lekkages (‘Zwemtunnel’) en langdurige vertraging.

De starthandeling op de Hofplaats met o.a. architect Pi de Bruijn (links) en Kamervoorzitter Thom van Campen (blauw hesje). (RVB)
Maar daar had verder niemand het over. Tweede Kamervoorzitter Thom van Campen, minister Elanor Boekholt‑O’Sullivan en scheidend wethouder Saskia Bruines (D66, binnenstad) bedienden de boor. Eerder hadden ze de ongeveer tweehonderd aan het Binnenhof werkende bouwvakkers ontvangen in de onttakelde plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer. “De nieuwe entree past bij wat de Kamer moet zijn, een huis waar iedereen kan binnenlopen om te zien hoe onze democratie werkt,” zei Van Campen.
Volgens de laatste raming en planning kost de renovatie 2,7 miljard euro en gaat hij tot de zomer van 2031 duren. De laatste uitbreiding van het project was de toevoeging van het oudste deel van het Binnehof, Ridderzaal en de (overige) Grafelijke Zalen.
Oude kaatsbanen
Intussen graven de archeologen van de gemeente Den Haag rustig door. De laatste vondst is tegelvloer van de ‘Caetsbaen’ die tussen 1500 tot 1650 naast de Ridderzaal lag. “Deze baan was niet eens de eerste kaatsbaan op het Binnenhof,” zegt archeloog Mignonne Lenoir. “Al in de veertiende eeuw vermelden documenten een kaatsbaan. Deze moet ook ergens naast de Ridderzaal gelegen hebben. Het kaatsen ging toen via een muur met een dakje waaronder de toeschouwers zaten.” Het oude kaatsen was verwant aan tennis en squash.
Bekend is dat de Bourgondische hertog Philips de Schone wel eens een balletje sloeg, maar ook Willem van Oranje. Hij liet de baan in 1561 renoveren met ‘6.000 tegelen, 102.000 dubbelde hartsteenen, 40 tonnen tarae, 60 hoet calcx en 100 wagenen sant’. Behalve in Den Haag kon de prins ook terecht op banen in Breda en Brussel, waar de Nassau-familie paleizen bezat. De baan op het Binnenhof was 28,5 meter lang en 7 meter breed. Begin twintigste eeuw is het huidige ministerie van Algemene Zaken over de kopse kant van de baan heen gebouwd. Lenoir: “We ontdekten verschillende vloerlagen gemaakt van roodbakkende plavuizen van circa 16x16x2,5 cm en 31x15x4 cm. Ook in 1525 zijn er al nieuwe tegels op de baan gelegd.”
Het Binnenhof is al eeuwenlang het centrum van de macht, maar sport en spel waren in vroeger eeuwen belangrijk. Er waren ridder- en steekspelen op het Binnenhof zelf en er werd geroeid en geschaatst op de Hofvijver. En het kaatsen was dus ooit populair. Voorheen lag er een gedenksteen in het plaveisel tussen de Ridderzaal en het ministerie van AZ met de tekst: ‘Op deze plek bevond zich tussen 1500 en 1650 ’s lands eerste tennisbaan de Caetsbaan van de Prinsen van Oranje’. De steen is nu te zien in het Informatiecentrum van de Binnenhof-renovatie, Plaats 22.

