Kosten renovatie Binnenhof blijven oplopen: op naar de 2,5 miljard euro
De Tweede Kamer ontvangt eind dit jaar een update over de renovatie van het Binnenhof van demissionair minister Mona Keijzer. Het budget gaat vrijwel zeker de grens van 2 miljard passeren. Oorspronkelijke raming: 475 miljoen euro. Wat is hier gebeurd en wat vindt de politiek ervan?
In 2011 bevond minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid zich midden in een verhaal toen er ineens een lamp naar beneden kwam, die naast haar uiteenspatte. Een nieuw teken dat het Binnenhof toe was aan een opknapbeurt. In opdracht van Stef Blok (VVD), minister van Wonen en Rijkdienst, deed oud-minister Liesbeth Spies (CDA) in 2014 onderzoek naar de noodzaak van renovatie. Conclusie: die noodzaak was er en het was het beste alles in één keer te doen.
Aan de vooravond van het zomerreces van 2015 was er een informeel Torentjesoverleg. De vier belangrijkste gebruikers van het Binnenhof waren aanwezig: VVD-premier Rutte vertegenwoordigde Algemene Zaken, Piet Hein Donner (CDA) was er als vicepresident van de Raad van State, senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol (VVD) schoof aan namens de Eerste Kamer, en de Tweede Kamer stuurde voorzitter Anouchka van Miltenburg (VVD). Verantwoordelijk minister Blok presenteerde zijn plan voor de renovatie. Kosten 675 miljoen euro. Voor dat bedrag moest het dan maar, werd overeengekomen.
Of dat realistisch was en goed onderbouwd, dat kon ik niet beoordelen
Jeroen Dijselbloem (PvdA) was destijds minister van Financiën. In mei 2025 zei hij tegen het AD: ‘Blok kwam met een veel hoger bedrag voor de renovatie in één keer (675 miljoen euro, red). Dat was geen fijne boodschap. Ik heb zelf meegeholpen dat bedrag flink omlaag te krijgen. En uiteindelijk stelde Blok een lager bedrag voor. Dat vond ik fijn als minister van financiën. Maar of dat realistisch was en goed onderbouwd, dat kon ik niet beoordelen.’
De bij het Torentjesoverleg aanwezige senaatsvoorzitter Broekers-Knol zei hierover: ‘De Tweede Kamer ging weer vergaderen en ineens bleek er nog maar 475 miljoen ter beschikking voor de renovatie van het Binnenhof. Toen viel ik van mijn stoel.’
Zij wist, net als de andere betrokkenen, voor dat bedrag gaat het nooit lukken.
Naar 2 miljard euro
Sinds de start van het project in 2015 werken vijf architectenbureaus, vier hoofdaannemers, meer dan tweehonderd onderaannemers, negentien adviesbureaus onder leiding van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) aan het project. Op alle vlakken vallen de kosten tegen – zo blijkt uit de stijging gedurende tien jaar naar ‘circa 2 miljard’ die inmiddels wordt gecommuniceerd.
Bij een renovatie is het ideaal als je een flatgebouw hebt en alle kamers zijn hetzelfde
Redenen hiervoor zijn onder andere: het gebouw is in veel slechtere staat dan gedacht, inflatie, prijspeilcompensaties, en de lonen en prijzen in de bouwwereld zijn fors gestegen (algemene prijsstijging in de sector + 48 procent). De veiligheidseisen zijn toegenomen, net als die op het vlak van duurzaamheid. Er was een architectenruzie waarbij Ellen van Loon, die een ontwerp had gemaakt voor de Tweede Kamer en omliggende kantoren, werd afgekocht voor 2 miljoen euro. Pi de Bruin, die de renovatie van de Tweede Kamer deed in 1992, nam het stokje over. Aan het ontwerp is over de jaren een ondergrondse publieksingang toegevoegd en een kelder, en de gracht langs het Buitenhof keert gedeeltelijk terug. Er waren onverwachte tegenvallers, zoals de hoeveelheid asbest, de kap met beschilderd plafond van de Eerste Kamer zat los en water van de Hofvijver lekte de kelders van het gebouwencomplex binnen.
Buitencategorie
Betrokkenen en experts zijn het er over eens: als bouwuitdaging valt het Binnenhof in de buitencategorie. Bouwstijlen uit acht verschillende eeuwen zijn aan elkaar geknoopt – overal zijn specialistische kennis en kunde vereist. Tegelijk biedt het Binnenhof door zijn ligging zeer weinig ruimte voor bouwmaterialen en machines, zoals cementwagens en hijskranen. De werkzaamheden moeten minutieus afgestemd worden – planningswijzigingen zijn letterlijk kostbaar. Daarnaast moet het project gedeeltelijk geheim blijven vanwege de veiligheidseisen. Voortdurend worden archeologische vondsten gedaan die de bouw kunnen vertragen. Het Binnenhof bestaat uit twintig monumenten en die monumentenstatus vraagt om handelen binnen strakke wettelijke kaders. En dan zijn er ook nog de gebruikerseisen. Bij ingrijpende wijzigingen moet je terug naar de tekentafel.
Er zijn vierduizend kamers waarvan er niet twee hetzelfde zijn
Peter van Leeuwen is programmadirecteur Binnenhof-renovatie bij het Rijksvastgoedbedrijf. Op 19 mei 2025 zei hij tegen deze krant over de complexiteit van het project: “Om het simpel te zeggen: bij een renovatie is het ideaal als je een flatgebouw hebt en alle kamers zijn hetzelfde. De situatie bij het Binnenhof-complex is exact het tegenovergestelde. Er zijn vierduizend kamers waarvan er niet twee hetzelfde zijn.” Ook vertelde hij dat het RVB vooronderzoek heeft gedaan in zo’n drie à vier procent daarvan, tussen de 120 en 160 kamers. Maar je kunt die die steekproef niet extrapoleren. De staat van het Binnenhof is dus voor 96 procent – zo’n 3800 kamers – onbekend. “Het kan mee- en tegenvallen,” aldus Van Leeuwen. Maar vooralsnog valt het alleen maar tegen.
Ontbrekende kostenpost
Goed om te weten: er ontbreken nogal wat miljoenen op de alsmaar groeiende rekening. Midden op het Binnenhof staat het grafelijk kasteel dat bekend is om de Ridderzaal, de grootste ruimte die wordt gebruikt voor officiële staatsgelegenheden. In 2019 besloot verantwoordelijk staatssecretaris Raymond Knops (CDA) om de Grafelijke Zalen van de begroting te halen. Er was onvoldoende budget beschikbaar. Toch behoren ze tot het Binnenhof; ze vormen er het oudste deel van. Volgens een eerste onderzoek bedragen de renovatiekosten tussen de 137 en 181 miljoen euro. Ooit zullen de zalen uit de tijd van de graven Willem II en Floris V toch echt moeten worden aangepakt.
Realisme
Het AD meldde op 17 mei 2025 dat onder het bewind van minister Hugo de Jonge (CDA), de eerste verantwoordelijke die ervoor koos om in één klap de (dure) waarheid te zeggen, binnenskamers (in 2024) al rekening werd gehouden met een bandbreedte tussen de 1,8 en 2,5 miljard euro. De strategie: ‘circa 2 miljard’ communiceren.
Om het voor 2 miljard te realiseren moeten we alle zeilen bijzetten
Op 19 mei 2025 zei Van Leeuwen tegen deze krant (DHC) over de mogelijkheid dat de kosten zouden oplopen tot 2,5 miljard euro: ‘Die bandbreedtes maken wij. Dus we hebben daar wel zicht op. Ik moet zeggen: de krant (het AD, red.) was redelijk geïnformeerd, het is niet zo dat daar enorme verschillen tussen zitten. (…) Je moet de hele tijd in scenario’s denken. Er zijn zoveel bewegende panelen. Dus het is een soort schatting, waardoor je in een bandbreedte denkt. We streven ernaar om het voor 2 miljard te realiseren. Maar daarvoor moeten we alle zeilen bijzetten. Dus vandaar dat ik zeg: 2,5 miljard is geen gekke inschatting.’
De vraag blijft: welk bedrag is genoeg voor een uiterst complex en onvoorspelbaar bouwproject, dat loopt tot 2030 en waarvan 96 procent van het werk onbekend is?
Wat vindt de Tweede Kamer?
De renovatie bestrijkt inmiddels tien jaar. Het project is door vele handen gegaan – het is een estafette van verantwoordelijke bewindspersonen geworden. De Tweede Kamer heeft een schurende dubbelrol als gebruiker (bewoner) én controleur. Tweede Kamerleden zijn in de regel geen bouwexperts, toch controleren zij de renovatie. Telkens moet bij de Kamer worden aangeklopt als meer geld nodig is.
Halfjaarlijks wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de renovatie. Diezelfde Kamer controleert jaarlijks de begroting van de ministeries, ook die van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, waar de renovatie onder valt. Dat moment staat gepland eind 2025. Gezien de alsmaar oplopende kosten sinds 2015 is de vraag gerechtvaardigd: waar ligt de grens?
Het belang van een veilig, toegankelijk en goed functionerend Binnenhof weegt zwaarder
Op 10 september stuurde deze krant daarover een vragenlijst naar alle partijen in de Tweede Kamer. Deadline: 24 september 2025. Vier partijen reageerden: NSC, D66, Volt en BBB. Aan de partijen waarvan geen respons was ontvangen, werd een nieuwe deadline gegund: 7 oktober 2025. Alleen de SGP maakte hier gebruik van.
Verkiezingswinnaar D66 (26 zetels) geeft aan over de kostengrens: ‘De enorme kostenstijgingen laten zien dat er op de voorgrond onder andere te hard op de kosten is gedrukt. Hoewel investeren in jezelf altijd gevoelig ligt, moet je wel realistische kosteninschattingen maken. D66 is kritisch op de kostenstijgingen, maar is tegelijkertijd ook kritisch op de eerder gemaakte kostenschattingen. D66 wil een strakke, maar realistische begrenzing van het project, onafhankelijke toetsing van de begroting en regelmatige rapportages aan de Kamer. Transparantie en discipline zijn belangrijk.’
SGP (3 zetels) antwoordt: ‘Dat is voor ons nu lastig in te schatten. We willen het zo effectief mogelijk, en letten scherp op de noodzaak van uitgaven. Het gaat om veel belastinggeld, dat goed besteed moet worden.’
‘Hart democratie’
Voor de BBB (4 zetels) – de partij van de verantwoordelijke minister Mona Keijzer – bestaat er ‘geen harde grens’ aan de kosten van de renovatie, aldus Marieke Wijen-Nass, BBB-Kamerlid. ‘Dit complex is immers niet zomaar een gebouw,’ zegt zij. ‘Het is het hart van onze democratie en een nationaal monument met meer dan achthonderd jaar geschiedenis. Hier wordt al sinds de dertiende eeuw politiek bedreven, met de Ridderzaal en de Grafelijke Zalen als tastbare symbolen van ons staatsbestel. Juist daarom vindt de BBB dat we deze plek duurzaam en toekomstbestendig moeten behouden. Natuurlijk moet elke euro kritisch worden bekeken en moeten onnodige kosten worden voorkomen. Maar het belang van een veilig, toegankelijk en goed functionerend Binnenhof weegt zwaarder.’
Twee miljard euro is voor ons de bovengrens, nog meer uitgeven is niet te rechtvaardigen
Volt (1 zetel) stelt in een reactie: ‘Uiteraard is er een bovengrens. We beoordelen de ontwikkelingen op het moment dat die voorliggen en bepalen op dat moment of dit verantwoordelijk bestede publieke middelen zijn.’ NSC (van 20 naar 0 zetels) is de enige partij die een cijfer noemt als grens. Kamerlid Merlien Welzijn stelt: “Twee miljard euro is voor ons de bovengrens, nog meer uitgeven is niet te rechtvaardigen.”
VVD, PVV, GroenLinks-PvdA, CDA, SP, FvD, Denk, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en JA21 kozen ervoor om niet te reageren op het onderzoek. Ook in hun verkiezingsprogramma’s is niets te vinden over de renovatie van het Binnenhof. Duidelijk is dat de Kamer niet veel anders kan dan de kostenstijgingen accepteren. Het werk is in volle gang. Er is geen weg terug.
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van Stichting Luis in de Pels.