Militair worden als keuzevak op de Haagse Hogeschool: ‘Ik wil bijdragen aan een weerbaar Nederland’

Studenten aan De Haagse Hogeschool kunnen sinds kort een Defensieminor volgen waarmee ze een basistraining krijgen als militair en aan kunnen blijven als reservist. Noodzakelijk voor de veiligheid van Nederland of militarisering van de maatschappij?

Door

Toen Max Imthorn (19) in de brandende zon een wachtluisterpost moest graven, daar tweeënhalf uur mee bezig was en het vervolgens dunnetjes over mocht doen, ja, toen was hij er wel even klaar mee. Maar juist dan is het een kwestie van doorzetten, zegt de student Civiele Techniek aan De Haagse Hogeschool. “Dan krijg je het uiteindelijk toch met z’n allen voor elkaar.”

Imthorn heeft in juni zijn Defensieminor afgerond aan De Haagse Hogeschool. Studenten die daaraan deelnemen, stromen in bij de Nationale Weerbaarheidstraining, een tien weken durende militaire opleiding die deelnemers ‘de mogelijkheid biedt bij te dragen aan een weerbaar Nederland’. Na afronding kunnen ze verder als reservist. Het is in feite een ‘introductie in het militaire vak’, zegt kapitein-luitenant Erik Noordam, die als projectleider dit programma heeft opgezet. “Deelnemers leren samenwerken, voor zichzelf en voor elkaar zorgen, omgaan met wapens, leren over het militair recht,” somt hij op. “Het is dezelfde basisopleiding als iedere militair krijgt.”

 

Heel veel studenten zijn gemotiveerd om zich in te zetten voor de maatschappij
Gert Jan Geling, docent Integrale Veiligheidskunde

 

Het is het tweede jaar dat de training plaatsvindt en het eerste dat studenten aan De Haagse Hogeschool (en andere onderwijsinstellingen) deze kunnen volgen. De eerste semesters volgden zo’n twintig studenten de Defensieminor, vertelt Gert Jan Geling, docent Integrale Veiligheidskunde en coördinator van het vak. Voor het eerste semester van het komende studiejaar hebben zestig studenten zich aangemeld, daarom is besloten het aantal plaatsen (aanvankelijk dertig) te verdubbelen. “Heel veel studenten zijn gemotiveerd om zich in te zetten voor de maatschappij. De een demonstreert voor de goede zaak, een ander doet vrijwilligerswerk en er is een groep die reservist wordt.”

Doorbijten

Het kabinet trekt dit jaar 26,8 miljard euro uit voor Defensie, voor een ‘weerbaar Nederland en Europa’ en ‘een krijgsmacht die afschrikt én kan doorbijten’, zo leest het coalitieakkoord. De komende jaren gaat structureel meer geld naar Defensie om te voldoen aan de NAVO-norm van 5 procent van het bbp. Volgend jaar gaat het om 0,6 miljard euro extra; in 2035 loopt dat op naar 19,3 miljard.

In maart van dit jaar werkten ruim 82.000 mensen bij Defensie (militairen, burgerpersoneel en reservisten), in de komende jaren moet dit aantal doorgroeien naar een ‘schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen’. In 2030 mikt Defensie op 102.000 mensen, onder wie 20.000 reservisten. Van die laatste groep zijn er momenteel zo’n 9000. Een plan om in oorlogs- of crisistijd op te schalen naar een krijgsmacht van 200.000 mensen is in de maak, staat in de deze week gepubliceerde Defensienota 2026.

 

Training volgen in het leger, waar je bevelen opvolgt, past niet in het idee van de vorming van kritische studenten
Michiel Bot, universitair hoofddocent Tilburg University

 

Naast de weerbaarheidstraining ontwikkelde Noordam het zogeheten ‘dienjaar’ waarin jongeren een jaar lang een militaire opleiding volgen en praktijkervaring opdoen bij Defensie. “Op de klassieke manier kan Defensie niet de groei doormaken die nodig is. Dus passen wij de opleidingen aan op de maatschappij. Deze programma’s zijn goed in te passen in het leven van mensen.” De weerbaarheidstraining die samenvalt met de Defensieminor ‘draait nog niet lang genoeg om goede getallen te noemen’, zegt Noordam, maar het aantal sollicitanten ‘stijgt exponentieel’. Hij verwacht dat in de toekomst het leeuwendeel van de deelnemers uit studenten bestaat. “Met een minor valt het heel logisch op zijn plek; het past bij de ontwikkeling die studenten doormaken en bij de leerdoelen vanuit hun opleiding.”

Student Max Imthorn kijkt tevreden terug op de training, al was het ‘echt wel wennen’. “Vooral de structuur. Alles wordt gepland voor je: van hoe laat je moet opstaan tot exact hoeveel tijd je over iets mag doen. Maar dat ging uiteindelijk steeds beter.” De student noemt het controleren van zichzelf en anderen zijn grootste les. “Dat kan iets kleins zijn: je badge aan de verkeerde kant, of een knoopje van je tenue dat loszit. Zoiets gaat niet om dat knoopje, maar om het feit dat iedereen de dingen op dezelfde, goede manier doet. Dat is heel belangrijk. Als je wordt beschoten en dingen liggen op de verkeerde plek, dan heb je een probleem.”

Militarisering

Sinds onderwijsinstellingen Defensieminors aanbieden, klinkt de nodige kritiek. Een van de vocaalste critici is Michiel Bot, universitair hoofddocent aan de rechtenfaculteit van Tilburg University. Hij stelt dat met de militaire minor het onderscheid tussen burgerinstellingen en onderwijs enerzijds en het leger anderzijds vervaagt. “Training volgen in het leger, waar je bevelen opvolgt, past niet in het idee van de vorming van kritische studenten, die zelf nadenken over vrede en veiligheid. Juist op universiteiten en hogescholen moet de discussie plaatsvinden of het wenselijk en noodzakelijk is dat het leger groeit. Als je een militaire minor invoert, wordt die discussieruimte wel erg beperkt.”

 

Universiteiten en hogescholen moeten bevragen of het wel klopt dat we ons ‘tot de tanden toe moeten bewapenen’
Michiel Bot, universitair hoofddocent Tilburg University

 

Studenten die de minor volgen, krijgen studiepunten en een salaris (vanaf 1455 euro bruto per maand) voor hun opleiding. “Dat zijn toch wel sterke prikkels,” zegt Bot. “Is het wenselijk dat onderwijsinstellingen hun eigen studenten zo actief stimuleren om in het leger te gaan, waar je uiteindelijk ook leert om dodelijke wapens te gebruiken? En dat terwijl tekorten in andere maatschappelijke sectoren, zoals de zorg en het onderwijs, misschien wel veel urgenter zijn.”

Het past volgens Bot in een bredere ontwikkeling van militarisering. “Universiteiten en hogescholen moeten bevragen of het wel klopt dat we ons ‘tot de tanden toe moeten bewapenen’ (aldus koning Willem-Alexander in een speech vorig jaar, red.). En of de stelling dat het ‘geen oorlog, maar ook geen vrede is’, die via een brochure over noodsituaties verspreid is in Nederland, juist is en rechtvaardigt om zoveel extra geld uit te geven aan Defensie.”

Steun, vechtbereidheid en zorgen

De primaire taken van Defensie, zoals het verdedigen van Nederlands grondgebied, het ondersteunen van politie en brandweer tijdens een crisis en de beveiliging van vitale infrastructuur, kunnen rekenen op brede maatschappelijke steun. Uit de Defensiebarometer 2026, die in juni werd gepubliceerd door het Clingendael Instituut, blijkt dat 80 tot 90 procent van de respondenten het belangrijk vindt dat Defensie deze taken uitvoert. Tegelijkertijd denkt slechts 18 procent dat de krijgsmacht zelfstandig het Nederlandse grondgebied kan beschermen, terwijl ruim de helft van de respondenten verwacht dat dit niet zo is. Uit eerder onderzoek uit 2024 bleek dat 89 procent van de Nederlanders voorstander is van meer militaire samenwerking tussen Europese landen; 82 procent vindt dat de Europese defensie-industrie versterkt moet worden. De verhoging van defensie-uitgaven vindt 44 procent ‘precies goed’, 31 procent ‘te hoog’ en 12 procent ‘te laag’. Daartegenover staat dat 49 procent er ‘geen vertrouwen in heeft dat de overheid het geld voor defensie goed zal besteden’. 87 procent is tegen bezuinigen op zorg en sociale zekerheid om de hogere defensie-uitgaven te financieren. Bijna de helft van de respondenten zegt bereid te zijn voor Nederland te vechten; 23 procent is bereid dat te doen om andere EU-bondgenoten te verdedigen en 18 procent wanneer het gaat om andere NAVO-landen.

Geling vindt de kritiek op de minor ‘uiteraard niet terecht’. “Studenten worden niet beïnvloed of gestuurd; dit is een minor als alle andere, waar ze al dan niet voor kiezen. Uit sommige kritiek blijkt dat mensen weinig kaas hebben gegeten van de materie. De studenten gaan niet ‘als kanonnenvoer naar het front’ – ze worden pas opgeroepen in een extreem scenario – en het is ook niet zo dat ze bij ons leren vechten voor het vaderland. Dit zijn reservisten die een aantal jaren gaan dienen bij Defensie, wat gewoon een van de vele partijen is waarmee wij samenwerken.”

Uitgezonden

Tijdens de opleiding gaat Defensie met de deelnemers in gesprek over de toekomst. In het eerste jaar stopte twaalf procent tussentijds, zegt Noordam, de rest rondde de training af en bleef aan als reservist. Zo ook Max Imthorn: hij wordt reservist bij de Marine. “Ik ga verder met mijn studie en dan wordt dit eigenlijk mijn bijbaan. Zo kan ik een stukje bijdragen aan een weerbaar Nederland.”

Reservisten worden in principe alleen uitgezonden wanneer ze daar zelf voor kiezen. Imthorn weet het wel, mocht hij nodig zijn. “Het ligt er een beetje aan hoe dichtbij het conflict is, maar als de Russen bijvoorbeeld aan de Pools-Duitse grens staan, dan ga ik daarheen. Om iedereen die mij dierbaar is in Nederland te beschermen.”

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van