Haagse woningmarkt: belegger casht, starter heeft het nakijken

Steeds meer Haagse huizen worden gekocht door particuliere beleggers die de woningen vervolgens verhuren aan anderen. Over de wenselijkheid van deze praktijk wordt getwist.

Door

Starters op de Haagse woningmarkt hebben het nakijken. Niet alleen krijgen ze te maken met hogere hypotheekeisen en stijgende woningprijzen, ze vinden ook de particuliere investeerder op hun pad. Want steeds vaker belegt die zijn geld in de (kleine) woningen waar koopstarters op azen. De afgelopen jaren markeren de opmars van deze kleine huizenbelegger, die zijn aankopen niet zelf bewoont maar verhuurt aan anderen: ‘buy-to-let’. Een marktscan uit juni stelt vast dat in 2017 liefst één op de vijf Haagse koopwoningen werd gekocht door particuliere beleggers.

Haagse woningmarkt

De situatie op de Haagse woningmarkt is onwenselijk, stelt fractievoorzitter Martijn Balster van de PvdA. “Die beleggersmarkt is geënt op kortetermijnrendement. Dat heeft een prijsopdrijvend effect.” Bovendien komt de leefbaarheid in de wijk onder druk te staan, meent Balster, omdat eengezinshuizen worden omgebouwd tot kleinere huurwoningen waar meerdere huishoudens in terechtkomen.

Koopprijzen lopen de spuigaten uit

Over buy-to-let komt langzaam een landelijk debat op stoom, nu de huren en koopprijzen de spuigaten uit lopen. Vorige week stond het fenomeen op de agenda in de commissie ruimte van de Haagse gemeenteraad, op initiatief van de PvdA, die wethouder Boudewijn Revis (VVD, wonen) had gevraagd naar de mogelijkheden om deze beleggingspraktijken te beteugelen. “De oorzaak zit vooral in het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), daar kunnen we zelf natuurlijk niet zoveel aan doen,” zei huizenmarktanalist Maartje Martens, die insprak in de raad. De uiterst lage rente maakt het lucratief om spaargeld in ‘stenen’ te stoppen. “Daarnaast is de vraag naar huurwoningen sterk toegenomen, terwijl er nauwelijks is gebouwd in de afgelopen tien jaar.”

 

Het aandeel starters op de koopwoningmarkt is in de afgelopen zes jaar dan ook enorm gedaald: van 29 naar 13 procent

Kind van de rekening zijn in de eerste plaats koopstarters, constateerde Martens. “Zij vissen in dezelfde vijver als de beleggers, maar hebben meer moeite met de financiering.” Het aandeel starters op de koopwoningmarkt is in de afgelopen zes jaar dan ook enorm gedaald: van 29 naar 13 procent. “Dit vraagt om meer beleid en regelgeving, want nieuwbouw gaat het woningtekort voorlopig niet oplossen,” luidde haar slotsom.

Kan de gemeente meer ondernemen tegen buy-to-let? In zijn brief aan de raad somt wethouder Revis het palet aan maatregelen op dat de gemeente nu al tot haar beschikking heeft. Zo mogen woningsplitsingen de leefbaarheid in een wijk niet meer schaden en geldt een zelfbewoningsplicht bij zelfbouwkavels, kluswoningen en voormalige corporatiewoningen. Tegelijk benadrukt de wethouder dat dankzij buy-to-let het aanbod huurwoningen is verruimd, vooral in het nijpende middensegment.

Huurprijsstijgingen

Balster vindt de repliek mager. “De gemeente moet strengere eisen stellen aan huurprijsstijgingen en moet de vergunningsplicht voor kamerverhuur – die drie jaar geleden is losgelaten – weer invoeren. En ze kan vaker een kettingbeding opstellen: die legt vast dat een woning pas na een aantal jaar mag worden doorverkocht voor een bepaalde prijs.” Ook inspreker Barend de Wind denkt dat de gemeente de keerzijden van buy-to-let beter kan bestrijden, al moet dat volgens de universitair docent planologie niet met de spreekwoordelijke bulldozer. “Ouders die een pandje kopen voor hun studerende kinderen wil je niet wegdrukken uit de markt, maar de huisjesmelkers wel. Een genuanceerd beleid is noodzakelijk.”

Standaardportret
Bekijk meer van