Campagne tegen huiselijk geweld: ‘Spreek mannen aan op hun gedrag’
Bij huiselijk geweld richt de hulpverlening zich meestal op het slachtoffer. Nu worden ook plegers opgeroepen hulp te zoeken. Dat is een verbetering, zeggen experts, maar het is niet afdoende.
‘Mijn woede verwoest mijn gezin’, staat op een poster bij station Den Haag Centraal. Die maakt deel uit van een campagne van Arosa, een hulporganisatie die zich in Den Haag, Rotterdam en Delft inzet tegen huiselijk geweld. Achter de uitspraak is het gezicht te zien van een man. Hij is geen slachtoffer, maar dader. Want deze campagne richt zich, in tegenstelling tot de meeste andere, op plegers van huiselijk geweld. ‘Ik wil stoppen mijn partner pijn te doen’, luidt een van de andere uitspraken op de posters die de afgelopen twee weken in de stad hingen. Het doel is dat mensen die zich erin herkennen om hulp vragen.
Remi (45) had een van de mannen op de posters kunnen zijn. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant, maar deelt wel zijn verhaal. Dat gaat over een gewelddadige stiefvader, verkeerd aangeleerd gedrag, uithuisplaatsing, verslaving en dakloosheid. “Niet om het goed te praten, maar om uit te leggen hoe het zover kan komen. Ik gebruikte geweld om mensen op afstand te houden. Dat gebeurde vooral op straat, maar uiteindelijk ook binnen mijn relatie.” Zes jaar lang was hij samen met de moeder van hun drie kinderen. “Ik heb één keer een klap gegeven, maar haar al die tijd de grond in getrapt. Ze heeft echt voor me moeten vluchten.”
Nu bereiken we plegers pas als er politie aan te pas gekomen is
Dat is meer dan tien jaar geleden. Nu is Remi als ervaringsdeskundige betrokken bij Arosa, dat zowel slachtoffers als plegers van huiselijk geweld opvangt. “Als we alleen het slachtoffer weghalen uit de onveilige situatie, lost dat het probleem niet op,” aldus directeur Carli van Winsen. “Voor duurzame veiligheid moeten we mannen aanspreken op hun gedrag en ze erop wijzen dat er hulp is. Anders gebeurt het in hun volgende relatie weer. Nu bereiken we plegers pas als er politie aan te pas gekomen is. Veel beter is het als er eerder wordt ingegrepen, het liefst op initiatief van de geweldpleger zelf.”
Hulplijn
“Als ik destijds zo’n oproep had gezien in een bushokje, zou ik er waarschijnlijk aan voorbijgelopen zijn. Ik gaf anderen overal de schuld van en vluchtte in drugsgebruik,” geeft Remi desgevraagd toe. “Maar het kan je wel aan het denken zetten.” Dat hoopt Arosa te bereiken met de campagne. “We willen plegers aanspreken, hun gedrag afkeuren én de publieke opinie beïnvloeden,” aldus Van Winsen. “Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen maken dat we in deze situatie zitten, dat moet veranderen.”
We moeten onze broers, vaders, zoons en vrienden aanspreken op hun gedrag
Op de posters en website van Arosa staat het telefoonnummer van een nieuw opgerichte hulplijn. Daarnaar wordt inmiddels gebeld, laat de organisatie weten. Hoe vaak, is nog niet bekend. “Plegers krijgen een professionele en ervaren begeleider aan de telefoon,” vertelt Van Winsen. “Deze luistert naar hun verhaal en start hulpverlening op of verwijst indien nodig door naar een andere organisatie, zoals bijvoorbeeld de Waag.”
De Waag is het centrum voor ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg, met een vestiging in Den Haag. Sander van Arum was daar jarenlang hoofd behandelzaken en is nu bij Stichting Civil Care gespecialiseerd in de integrale aanpak bij huiselijk geweld. Hij laat weten de campagne een goed initiatief te vinden, maar plaatst ook kanttekeningen. “Een oproep is onvoldoende. Zolang er geen dialoog is, is de kans groot dat mannen zich niet aangesproken voelen of defensief reageren. Ze moeten in het dagelijks leven ter verantwoording worden geroepen. Niet alleen door hulpverleners en rechters, maar door ons allemaal. We moeten onze broers, vaders, zoons en vrienden aanspreken op hun gedrag en de schade die ze aanrichten.”
Papadag
Sommige citaten op de posters, zoals ‘Ik ben bang dat het thuis weer misgaat’, leggen de verantwoordelijkheid buiten de agressor, volgens Van Arum. “Hij kiest ervoor om te slaan, hij kan er ook voor kiezen om het geweld te stoppen en daarna met hulp te gaan ontdekken wat erachter zit.”
Er is een stok achter de deur nodig voor de pleger
Ook het hulpverlenerscongres over huiselijk geweld ging er dit jaar over dat plegers onvoldoende rekenschap hoeven geven. “De lat wordt extreem laag gelegd bij mannen,” stelt Van Arum. “In de publieke opinie, die vaders met een ‘papadag’ prijst. Maar ook door maatschappelijk werkers en familierechters. Die noteren dat vader op tijd op de afspraak is verschenen, terwijl de moeder te horen krijgt dat ze het verleden achter zich moet laten en moet meewerken aan een omgangsregeling in het belang van de kinderen. Van het slachtoffer wordt de oplossing verwacht, terwijl de pleger het probleem is.”
Remi is het daar mee eens. “Ik snap dat mensen me zien als monster. Dat was ik ook. Ik begaf me in een wereld waarin geweld heel normaal was, er werd niet over gesproken.” Pas toen hij zijn kinderen niet meer mocht zien, besloot hij hulp te zoeken. “Maar de maatschappij kan niet wachten tot jij klaar bent om aan jezelf te werken,” realiseert hij zich nu. “Ik vind behandeling beter dan straffen, maar er is wel een stok achter de deur nodig om de pleger te dwingen zelf in actie te komen. Ik heb therapie gehad, verantwoordelijkheid leren nemen en m’n agressie leren reguleren. Je hoeft het niet alleen te doen, maar je moet het wel doen.”
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.