Mark Manders gaat museum Voorlinden flink verbouwen

De sculpturen van Mark Manders zijn heel kenbaar, maar toch ongrijpbaar. Hij verleidt de toeschouwer om rond te lopen in zijn kunstenaarsbrein, maar al doende verdwaalt deze in zijn eigen gedachten. Daartoe gaat de inrichting van museum Voorlinden flink op de schop.

Door

Omvangrijke exposities hebben vaak een lange aanloop. Mark Manders kwam al in 2016 in beeld, toen museum Voorlinden feestelijk van start ging en bevriende kunstenaars uitgenodigd waren voor de opening. Bij de champagne begon het al te gisten in het hoofd van Manders (1968, nabij Eindhoven). “Wij gaan toch wel samen een tentoonstelling maken?”, opperde hij toastend met directeur Suzanne Swarts. De plek was in zijn ogen geknipt voor ‘Zelfportret als gebouw’ – het alles overkoepelende thema van zijn werk – mits er het nodige aan de architectuur veranderd kon worden…

Negen jaar later is het zover en gaat Manders het museum inderdaad flink aanpassen, zo legt Swarts uit. “De toegang, de muren, de looproute – de gebruikelijke indeling wordt helemaal omgegooid. We gaan gordijnen ophangen om ruimtes te scheiden en plaatselijk zelfs een extra vloer aanbrengen. Ik snap dat je ervan opkijkt, want we gaan altijd heel behoedzaam met de architectuur om. Alles bij elkaar wordt het ook een enorme ingreep, maar als een uitstekende kunstenaar met een goed plan komt, dan zijn wij best bereid om vér mee te gaan. Het wordt wel een grote uitdaging om de tentoonstelling in tien dagen op te bouwen. Dat is onze norm en daar willen we niet van afwijken. We zullen dag en nacht moeten doorwerken om op tijd klaar te zijn.”

Gastvrij

‘Zelfportret als gebouw’ is de toverspreuk waarmee Manders al zijn werk in één groot kader samenvat. Hij stelt zich gastvrij op. Toeschouwers mogen zonder aan te bellen zijn kunstenaarsbrein betreden en daar ongehinderd door tekst of uitleg, zo lang als ze willen, rondwandelen. Waarschijnlijk maakt menigeen wel twee keer een rondje, want dat je geacht wordt om op eigen houtje te reageren op het gebodene zal lang niet iedereen gemakkelijk vinden. Maar Manders maakt het de toeschouwer niet echt moeilijk. De enorme menselijke koppen, de meubels en de boeken, het is allemaal heel herkenbaar. Of liever gezegd: het is levensecht nagemaakt. Want het klopt niet, je voelt dat er van alles achter zit.

 

Snap je inmiddels waarom hij het museum zo drastisch wilde aanpassen?
Suzanne Zwarts, directeur Voorlinden

 

Suzanne Zwarts licht een tip van de sluier op: “Wanneer krijg je door dat de meubels van Manders exact twaalf procent kleiner zijn? En zo ja, waarom is dat dan zo? Hoe merk je het verschil? Kun je zien dat de vochtige klei van zijn gigantische koppen is nagebootst en dat er in feite sprake is van geverfd brons? Hoe reageer je daarop? Verbaasd, geïrriteerd, prettig gekieteld? Wat voor effect hebben zulke gewaarwordingen op jouw eigen brein? Snap je inmiddels waarom hij het museum zo drastisch wilde aanpassen? Hoewel de tentoonstelling ‘Mindstudy’ heet, kun je in mijn ogen net zo goed van ‘Mind fuck’ spreken.”

Internationaal

Met die verraderlijke aanpak heeft Manders internationaal naam gemaakt. Belangrijke musea volgen zijn ontwikkeling al geruime tijd en hebben groot werk in de collectie. “Joop van Caldenborgh en ik verzamelen hem ook al 25 jaar,” zegt Swarts, “dus we hebben een warme band. Toch was ik laatst weer enorm onder de indruk van alles wat er in zijn studio gebeurt. Hij werkt met vijf assistenten, niet eens extreem veel, maar iedereen heeft wel een eigen specialisatie. Manders stuurt ze één dag persoonlijk aan, de rest van de tijd werkt hij liever alleen.”

 

In gedachten overlegt Manders met grote voorbeelden zoals De Chirico
Suzanne Zwarts, directeur Museum Voorlinden

 

Of Manders nog als een Nederlandse kunstenaar kan worden beschouwd valt echter te bezien. Zoals meer succesvolle kunstenaars is hij uitgeweken naar België. Halverwege de jaren negentig heeft hij in de buurt van Gent een kolossale studio gebouwd waar de grootste beelden in alle rust kunnen ontstaan. “Het duurt soms jaren,” legt Swarts uit. “Er staat van alles op nadere uitwerking te wachten en dan daalt het stof geruisloos neer. Dan weet hij nog niet hoe het verder moet, maar koestert hij desondanks hoge verwachtingen. In gedachten overlegt hij met grote voorbeelden zoals De Chirico. Kunstenaars waar hij zijn handen aan kan warmen, zoals je dat doet bij een lekker, zelfgemaakt kampvuur. Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Het wordt supergoed, Suzanne, zegt hij steeds. Supergoed!”

Mark Manders, zaterdag 20 september tot en met zondag18 januari 2026, museum Voorlinden, Wassenaar. Meer informatie: www.voorlinden.nl

De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. Dit artikel verscheen in onze jaarlijkse Cultuurbijlage. De krant (deze week inclusief Cultuurbijlage) is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten

Standaardportret
Bekijk meer van