Kunstmuseum vervangt muurschilderingen van mannelijke kunstenaars: ‘Dit is doorgeslagen feminisme’

Voor de tweede keer verwijdert het Kunstmuseum muurschilderingen in zijn trappenhuizen en weer is er kritiek. “Dit is doorgeslagen feminisme.”

Door

Sinds het aantreden van Margriet Schavemaker als directeur van het Kunstmuseum waait er een stevige vrouwelijke wind in het sfeervolle gebouw van H.P. Berlage. Er komen meer vrouwelijke kunstenaars aan bod, zoals Jacoba van Heemskerck en Lois Dodd op dit moment, en er wordt meer kunst van vrouwen en vooral ook van vrouwen van kleur aangekocht.

Recent werd een nieuwe stap gezet. Kunstenaar Hadassah Emmerich brengt in een van de grote trappenhuizen de schildering ‘Petals Pulp Papaya Plunge’ aan, die een kleurrijke plantenwereld toont. In een persbericht legt Schavemaker uit wat de bredere achtergrond is van de ingreep. ‘Met de muurschildering bevordert het museum diversiteit en inclusiviteit in [zijn] collectie door letterlijk ruimte op te eisen voor vrouwelijke kunstenaars binnen het museum als instituut en de museale canon.’

En hier blijft het niet bij. Want het plan is om Natasja Kensmil en Pamela Phatsimo Sunstrum twee andere trappenhuizen onder handen te laten nemen. Schavemaker gaat er desgevraagd per mail nog verder op in. De identiteit van het Kunstmuseum wordt in grote mate bepaald door de collectie, die historisch gezien vooral is opgebouwd uit werken van mannelijke kunstenaars. Het museum zet zich actief in om meer evenwicht te brengen in de collectie, onder andere door letterlijk de muren van het museum zelf aan te pakken.’

Sol LeWitt-trap blijft

Wat in het persbericht onvermeld bleef, is dat zich in de vier trappenhuizen al schilderingen bevinden. Bevonden, in het geval van een van de vier. De muurschildering van Günther Förg (1952-2013) heeft plaatsgemaakt voor die van Emmerich. Navraag leert dat voor de schildering van Natasja Kensmil het werk van Günter Tuzina (1951) moet wijken; voor die van Pamela Phatsimo Sunstrum zou het stippenkunstwerk van Niele Toroni (1937) plaats moeten maken. Eén oudere schildering mag blijven: de iconische ‘Wall drawing no. 373’ in zwart en zilver van Sol LeWitt. Schavemaker meldt nu dat niet te zwaar aan de verwijdering moet worden getild, want die zou in elk geval wat de conceptuele en dus opnieuw uit te voeren Förg betreft, ‘net zoiets’ zijn als een ‘schilderijenwissel op zaal’.

 

De kunst van Förg, Tuzina en Toroni moet weg omdat ze mannen zijn
Wim van Krimpen, oud-directeur Kunstmuseum

 

In het verleden zijn de vier schilderingen al eens verwijderd. Dat gebeurde eind jaren negentig van de vorige eeuw bij de grote renovatie en restauratie van het museum. Toen Wim van Krimpen in 2000 aantrad als directeur van het (toen nog) Gemeentemuseum was een van zijn eerste daden het weer laten aanbrengen van de kunstwerken.

Van Krimpen reageert verbaasd op wat er gaande is. “Dit lijkt mij een geval van doorgeslagen feminisme. De kunst van Förg, Tuzina en Toroni moet weg omdat ze mannen zijn. Ik vind dat dat niet kan. De Förg is al gesneuveld. Die schildering moet worden hersteld. Ik beraad mij op juridische stappen.” Recent zijn ook twee van de vier grote schilderingen van Lewitt in de brede gang van het voorgebouw vervangen door aanduidingen van de glaskunst en kunstnijverheid die zich achter de wand bevinden. Deze conceptuele schilderingen van Lewitt zijn te reconstrueren.

 

Het getuigt van weinig kennis van de geschiedenis van het museum
Franz Kaiser, oud-hoofd tentoonstellingen

 

Ook Franz Kaiser, voormalig hoofd tentoonstellingen van het museum, is kritisch. “Dit soort bewegingen is erg in de mode nu. Maar in dit geval getuigt het van weinig kennis van de geschiedenis van het museum. Deze kunstwerken zijn ooit gemaakt als eerbetoon aan Mondriaan en het gebouw. Je moet een goede reden hebben om ze weg te halen. Ik zie die reden nu niet.”

De verwijderde schildering van Günther Förg. (Kunstmuseum)

Kaiser wijst er wel op dat het verwijderde werk van Förg door zijn conceptuele karakter altijd weer teruggebracht kan worden; de kunstenaar zelf is daar niet bij nodig, even afgezien van het feit dat hij overleden is. Maar bij de werken van Tuzina en Toroni ligt dat anders. Kaiser: “Weghalen betekent in hun geval vernietigen. Die werken zijn door de kunstenaars zelf aangebracht en zijn uniek. Terugbrengen zou imitatie zijn. Dat moet zeker een rol spelen bij de verdere besluitvorming.” Kaiser zal binnenkort een overleg hebben met Margriet Schavemaker.

Richtlijnen en commissie 

Opvallend is dat de vorige verwijdering aanleiding vormde voor de Nederlandse Museumvereniging om zich te buigen over richtlijnen. In 1999 verscheen een code waarin onder meer staat dat er in zo’n geval een ‘ad hoc commissie van deskundigen’ moet komen die een advies uitbrengt. Dat is niet gebeurd. Er dient een behoorlijke fotografische documentatie van het werk te worden gemaakt (wel gebeurd). En de maker of diens erfgenamen of zaakwaarnemers ‘dienen tijdig op de hoogte te worden gesteld’. Met die richtlijn gaat het museum flexibel om. ‘De erven van Günther Förg zijn geïnformeerd,’ meldt het museum. Wanneer is onduidelijk, maar vermoedelijk pas laat. Want: ‘Günter Tuzina en Niele Toroni worden inhoudelijk geïnformeerd op het moment dat het museum de voorbereidingsfase afrondt en de uitvoeringsfase start’. Min of meer achteraf dus. Dat is duidelijk niet in overeenstemming met de code. Het museum vindt van wel. Voordat er wordt begonnen zal contact met Tuzina en Toroni worden opgenomen. Verder zouden de muurschilderingen niet definitief verschijnen, maar worden afgedekt met een overschilderbare laag.

In het persbericht staat nog ondubbelzinnig dat Natasja Kensmil en Pamela Phatsimo Sunstrum later dit jaar in het museum aan de slag gaan. Maar Schavemaker houdt nu een slag om de arm. Ze zegt dat het museum de ‘ambitie’ heeft om het project door te zetten en dat dat nu in een ‘voorbereidingsfase’ is. Voorlopig lijkt er in elk geval enige ruimte te zijn voor discussie en worden de oude muurschilderingen niet langer doodgezwegen.

Standaardportret
Bekijk meer van