Commentaar op de collectie: Stephan Vanfleteren haalt Mauritshuis naar het nu
Voor elke zaal vol oude meesters in het Mauritshuis maakte Stephan Vanfleteren een harde, soms buitengewoon rauwe foto die commentaar geeft. Laten we ons niet te veel in slaap sussen door de schone kunst uit vroeger eeuwen?
Het begon in 2022 met ‘Corpus #1632’, de losgesneden mensenhand die Stephan Vanfleteren (Kortrijk, België, 1969) onder strikte voorwaarden mocht fotograferen. Een forse zwarte vlek op de pols doet van alles vermoeden, maar het waarom blijft ongewis. De losse hand ligt klein en eenzaam op een donkerblauwe tafel in een peilloos grote, duistere ruimte.
De foto hangt – niet toevallig – schuin tegenover een van de belangrijkste kunstwerken in het Mauritshuis: ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’, in 1632 door Rembrandt geschilderd. Daarop heeft de dode misdadiger Aris Kindt een intacte rechterhand, hoewel die bij een vorige diefstal al was afgehakt. Rembrandt heeft die smet in tweede instantie verdoezeld, ongetwijfeld omdat Tulp zijn demonstratie van pezen en spieren aan de linkerhand beter wilde laten uitkomen. Met Vanfleterens foto van een hand is een van de vele verbeteringen, oftewel ‘pentimenti’, op het doek ineens zichtbaar gemaakt.
Vanfleteren vat de pentimenti niet in stilistische zin op, maar eerder als vorm van berouw
De reacties waren zo intens, dat directrice Martine Gosselink de Belgische fotograaf voorstelde om de héle collectie van het Mauritshuis onder de loep te nemen. Samen dwaalden ze pratend en zoekend door het museum en schreven ze elkaar twee jaar lang brieven over hetgeen ze bezighield. Nu hangt er in alle zestien zalen een donkere foto in de typische Vanfleteren-stijl, als commentaar op de getoonde kunst.
Zo hangt er bij een Braziliaans landschap van Frans Post uit 1637 een naaktfoto van een grote zwarte man met een feloranje sinaasappel in zijn knuist. Het hoofd en de onderbenen van de man ontbreken. Alle aandacht gaat uit naar de glanzende aderen op zijn arm. Wat een krachtpatser, denk je onwillekeurig. Hoe heeft de slavernij zo lang stand kunnen houden?
Colin
Oude meesters ‘verbeterden’ heel wat aan hun schilderijen. Door moderne technieken zijn talloze pentimenti opgespoord. Vanfleteren vat ze niet in stilistische zin op, maar eerder als vorm van berouw. Bij het oudste schilderij in het Mauritshuis – ‘De bewening van Christus’, omstreeks 1460 geschilderd door Rogier van der Weyden – brengt hij Colin in stelling, de zanger van de postmetalband Amenra, een samenvoeging van Amen en Ra, de Egyptische oppergod van het licht.
Moeten we deze foto wel laten zien?
‘De thema’s van Colins teksten gaan over licht en duister, pijn en offer,’ schrijft Vanfleteren. ‘Frontman Colin haalt inspiratie uit religieuze en sacrale symbolen. Ik heb hem al een paar keer gefotografeerd en zag hem tijdens een concert eens met doorgeprikte torso aan vleeshaken hangen. Je begrijpt dat hij de geknipte man is voor aan het kruis. De eerste snee is blijkbaar het pijnlijkst. Er komt geen verdovingsmiddel aan te pas, want anders is het illegaal. Het scherpe mes gaat tot 3 millimeter diep. Een traan van bloed daalt langs zijn getatoeëerde lichaam naar beneden. (…) Het bijzonderste is het ontbreken van zijn tepels. Die zijn weggesneden en zitten in een bokaal bij hem thuis.’

Stephan Vanfleteren, ‘Lamentation’ (2026) in het Mauritshuis. (PR)
“Moeten we deze foto wel laten zien?”, vroeg Martine Gosselink zich af. “Misschien in een doos. Of achter een gordijn…” Uiteindelijk is besloten om open kaart te spelen. Het lijden van Christus was immers ook geen pretje. Het leed op Rogier van der Weydens doek is echter met veel kostbare stoffen aangekleed, fraai gestileerd en door de eeuwen heen gesublimeerd. We voelen het leed niet echt meer. Maar Vanfleterens foto voelen we wel.
Wit paard
Elke foto, nog maar kortgeleden genomen, roept de huidige wereld op. Dat actualiseert de collectie in het Mauritshuis enorm. Zijn ondersteboven hangende ‘White Horse’ uit 2024 was bedoeld als commentaar op de vele witte paarden waarmee machthebbers graag pronken. ‘Ik heb er wel veertien geteld in het Mauritshuis,’ stelt Vanfleteren. ‘Bloed komt daarentegen amper voor. Ik tel er eigenlijk maar drie.’
Als kunstenaars hun kak inhouden, dan zijn we allen verloren
Toch bleek het omgekeerde paard te erg, te confronterend voor een plekje naast de trotse machthebbers, in vol ornaat op hun zuivere ros. Het witte paard hangt nu apart, als een heel klein drieluikje in het trappenhuis. Zo nodig kan het dicht, als er een jeugdige schoolklas voorbijkomt. ‘Waarom zijn we verdraagzamer bij een omgekeerd hangende fazant dan bij een omgekeerd hangend paard?’, vraagt Vanfleteren zich af. ‘Is het omdat een paard een edel dier is en een fazant niet? Nochtans was de merrie ongeneeslijk ziek en werd ze daarom uit haar lijden verlost, terwijl die fazant nog heerlijk over de weide fladderde voordat hij door hagelkorrels werd neergehaald.’
Vanfleteren heeft moeite om zich in te houden. ‘Als kunstenaars hun kak inhouden, dan zijn we allen verloren.’ Hij vermaant ons: ‘Dwingende ideeën kunnen helend zijn en het onuitgesprokene is vaak etter. Verwar nooit stilte met zwijgen. De ondersteboven hangende merrie is stiller dan haar denkbeeldige ruiter in het zadel van mannelijke macht.’
‘Pentimenti – Stephan Vanfleteren tussen de meesters’, te zien tot en met zondag 23 augustus, Mauritshuis. Meer informatie.
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.