Art Nouveau Festijn bruist weer: van glas in lood tot vegetarische keuken
Den Haag viert dit weekend opnieuw zijn rijke erfgoed met het Art Nouveau Festijn, waarin architectuur, literatuur en muziek samenkomen. Het bruisende festival laat de stad in al haar fin-de-siècle-glorie herleven.
Het begon allemaal met een huis. Toen een monumentaal jugendstilpand aan het Smidswater, beter bekend als het Huis van Lorrie, in de verkoop kwam, droomde een groep liefhebbers van een art-nouveaumuseum. Het plan strandde, maar de energie en de ideeën mochten niet verloren gaan. “Zo is het Art Nouveau Festijn geboren,” vertelt medeorganisator Rob van Kan (68). “De eerste editie was eigenlijk een experiment, maar de belangstelling bleek enorm.”
Sindsdien is het festival uitgegroeid tot een jaarlijks evenement waarin uiteenlopende Haagse instellingen en makers hun creativiteit kwijt kunnen. “Het is mooi om te zien hoe breed het nu gedragen wordt,” zegt Van Kan. “Musea, horeca, kunstenaars – iedereen draagt een steentje bij.”
Ze stonden met één been in de traditie en met één been in de toekomst
Medeorganisator, schrijver en performer Simon Mulder (38) voelt zich sterk verbonden met de periode rond 1900 (1890-1914). “Het was een breukvlak in de geschiedenis. Voor het eerst herkennen wij de mensen van toen echt als moderne mensen zoals wij. Ze stonden met één been in de traditie en met één been in de toekomst.” Die dynamiek zie je volgens hem terug in alle kunstvormen. “Nieuwe architectuur, nieuwe literatuur, nieuwe muziek – het bruist overal. Dat trekt mij er steeds weer naartoe.” Voor Van Kan is het vooral de vormgeving die hem betovert. Hij herinnert zich nog goed zijn eerste bezoek aan het Huis van Lorrie: “Het glas in lood, de slingerlijnen – ongelooflijk mooi. Dat raam hebben we zelfs als inspiratie gebruikt voor het logo van het Festijn.”
Literatuur
Het programma van dit weekend laat die veelzijdigheid goed zien. Literatuur speelt een grote rol, met onder meer een theatervoorstelling waarin brieven van Oscar Wilde en Louis Couperus tot leven komen. Mulder: “Wilde en Couperus zijn tijdgenoten die elkaar nooit ontmoet hebben, maar er zijn wel verwijzingen naar een briefwisseling. Dat gegeven gebruiken we om de twee schrijvers tegenover elkaar te zetten.”
Daarnaast is er op de zondagmorgen in Huis De Quack een tableau vivant rond Couperus’ romans, waarbij acteurs de personages tot leven wekken in het monumentale interieur. Ook het Literatuurmuseum neemt deel door een online tentoonstelling over Couperus opnieuw onder de aandacht te brengen.
Bezoekers kunnen ook deelnemen aan architectuurwandelingen en vaartochten langs jugendstilpanden. In Sociëteit Noordeinde wordt een modeshow georganiseerd met historische kostuums uit zowel de art nouveau als de art deco (1920-1939). “Het mooie is dat elke deelnemer zijn eigen passie erin legt,” zegt Van Kan. “Wij hoeven het niet allemaal zelf te bedenken, het groeit organisch.” Zo worden er bij Van Kleef cocktails geproefd uit het fin de siècle en worden er bij het Ruijtenhuis eigen glas-in-loodraampjes gemaakt.
Pomona
Een bijzonder onderdeel is de herleving van de vegetarische keuken van rond 1900. Weinig mensen weten dat Den Haag destijds al een toonaangevend vegetarisch restaurant kende: Pomona, opgericht in 1899. Het werd geleid door een vrouw, Elisabeth Valk-Heijnsdijk, die ook kookboeken schreef.
Hier vind je meer jugendstil-architectuur dan in Amsterdam of welke andere stad ook
Tijdens het Festijn kookt Freya van Wageningen bij restaurant Hagedis een volledig menu, geïnspireerd op de recepten van mevrouw Valk-Heijnsdijk – dit keer zelfs helemaal veganistisch. Van Kan: “We hebben Pomona in 2022 voor het eerst heropend, bij Park Centraal in de Molenstraat waar Pomona ooit zat. Dat was een enorm succes, al was de logistiek een nachtmerrie, daarom doen we het dit jaar in de eigen keuken van Hagedis.”
Dit jaar neemt het thema rond onderwijsvernieuwing in circa 1900 een centrale plek in. Tijdens een sessie in Theater in de Steeg verkennen onderwijsdeskundigen de idealen van vernieuwers als Jan Ligthart en Rommert Casimir.
Daarnaast leidt broeder Frans Wils een wandeling naar een kapel met authentiek glas-in-loodramen en een verborgen onderwijsmuseum in het Stadsklooster. Deze verfrissende kijk op het onderwijs van toen laat zien hoe Den Haag een laboratorium voor vernieuwing was en blijft.
Cultureel erfgoed
Met elke editie groeit het festival in omvang en bekendheid. Voor Mulder is dat logisch: “Den Haag is dé art-nouveaustad van Nederland. Hier vind je meer jugendstil-architectuur dan in Amsterdam of welke andere stad ook. Het is een deel van onze identiteit, en die mag gezien worden.”
Van Kan vult aan: “Het Festijn laat zien dat je met historische kunst ook een eigentijds, levendig programma kunt maken. Het gaat niet alleen om erfgoed bewaren, maar ook om nieuwe verbanden leggen, mensen samenbrengen en plezier maken.” Hij besluit met een glimlach: “Zolang er glas in lood schittert in de Haagse zon, is er genoeg inspiratie voor nog vele edities.”
Art Nouveau Festijn, zaterdag 23 en zondag 24 augustus, centrum. Meer informatie: www.artnouveauFestijn.nl