Voortbestaan grutto staat onder druk: ‘De natuur staat er niet goed voor’
De grutto beschikt in de regio Haaglanden over steeds minder geschikt leefgebied. “Er is sprake van sterke concurrentie met de agrarische sector en verstedelijking om de beschikbare ruimte.”
In een recente brief aan de Provinciale Staten van Zuid-Holland roept de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) de provincie op tot het voeren van concreter en effectiever weidevogelbeleid. Want het voortbestaan van weidevogels zoals de grutto, de kievit en de tureluur staat onder druk. Al jaren nemen hun populaties af, doordat hun leefomgeving in relatief korte tijd ingrijpend is veranderd.
Dat bevestigt Martin van de Reep, coördinator van de weidevogelwerkgroep van Groenbeheer Nootdorp en Leidschendam. Al veertig jaar volgt hij de ontwikkeling van de weidevogelpopulaties in de regio Haaglanden. “Toen ik begon met het monitoren van weidevogels zoals de grutto (in 2015 gekozen tot nationale vogelsoort van Nederland, red.), bestonden Ypenburg en Leidschenveen nog niet,” legt Van de Reep uit. “Deze gebieden fungeerden destijds als belangrijke weidevogelgebieden, waar de vogels ongestoord konden leven. Inmiddels hebben woningbouw en verstedelijking daar de overhand gekregen.”
Zonder dergelijke maatregelen dreigt ook de huismus te verdwijnen
“De natuur staat er niet goed voor,” zegt Alex Ouwehand, directeur van de NMZH. “Er bestaat sterke concurrentie om de beschikbare ruimte tussen de agrarische sector, de verstedelijking en de natuur. Rond Den Haag lag vroeger een hoefijzer van natuurgebieden, maar deze gebieden zijn inmiddels sterk versnipperd. Hoewel het niet mogelijk is alles in de oorspronkelijke staat te behouden, kunnen wel kerngebieden worden aangewezen waar de natuur gericht kan worden versterkt. Zonder dergelijke maatregelen dreigt op termijn niet alleen de grutto, maar ook de huismus te verdwijnen.”
Natuur
Hans Schekkerman, onderzoeker bij vogelkenniscentrum Sovon, licht toe dat drie factoren een sterke invloed hebben op de leefomgeving van de grutto: de openheid van het landschap, de gebruiksintensiteit van het grasland en de weersomstandigheden. “De weersomstandigheden verschillen sterk van jaar tot jaar. Af en toe kan zich een slecht broedjaar voordoen door het weer, maar dat werd voorheen gecompenseerd door gunstige jaren. Dat was mede mogelijk doordat de grutto een relatief langlevende soort is; hij kan tot twintig jaar oud worden. Uit waarnemingen van de afgelopen jaren blijken zulke jaren nauwelijks meer voor te komen. Het afgelopen voorjaar zijn er net aan voldoende kuikens grootgebracht om de populatie op peil te houden, maar de meeste jaren gebeurde dat niet.”
De grutto steeds meer aangewezen op een beperkt aantal locaties
Ook Schekkerman stelt dat dit samenhangt met de steeds verder afnemende kwaliteit van de natuur als gevolg van het intensieve gebruik van graslanden door de agrarische sector. De vogelonderzoeker constateert bovendien dat de grutto’s die nog aanwezig zijn zich in toenemende mate concentreren in specifieke gebieden waar de natuurkwaliteit relatief hoog is. Het gaat daarbij veelal om natuurreservaten of gebieden die met behulp van natuursubsidies worden beheerd door boeren. “Daardoor is de grutto steeds meer aangewezen op een beperkt aantal locaties, die slechts ruimte bieden aan een relatief klein aantal vogels.”
De onderzoeker verwacht dat de grutto voor veel mensen grotendeels uit het landschap zal verdwijnen. “Omdat het resterende aandeel vooral broedt in gebieden met gunstiger beheer, verloopt de afname minder snel. De populatie krimpt dus nog steeds, maar in een lager tempo. Mogelijk zal deze groep zich in de toekomst stabiliseren, zij het in een omvang die aanzienlijk kleiner is dan het niveau dat in de Nederlandse wetgeving wordt nagestreefd,” aldus Schekkerman.
Driemanspolder
In de regio Haaglanden heeft zich onlangs een groep grutto’s gevestigd in het recent aangelegde natuurgebied Driemanspolder, in de omgeving van Zoetermeer en Leidschendam. Dit leidde binnen korte tijd tot een toename van het aantal broednesten, vertelt Martin van de Reep. “Tussen 2017 en 2020 nam het aantal broednesten daar aanzienlijk toe. Die groei werkte bovendien door naar Den Haag en omliggende gemeenten, waar sindsdien eveneens meer broednesten zijn waargenomen. De afgelopen periode lijkt deze toename echter af te vlakken en stabiliseert het aantal broednesten zich.”
In Den Haag bestaan momenteel te veel kleine natuurgebieden die op termijn niet levensvatbaar zijn
Ouwehand pleit dan ook voor het opzetten van meer vergelijkbare natuurgebieden. “Bij de inrichting van dat gebied is nadrukkelijk rekening gehouden met de natuur. In en rond Den Haag bestaan momenteel te veel kleine natuurgebieden die op termijn niet levensvatbaar zijn. Door hun beperkte omvang is er onvoldoende leefruimte voor dieren en ontbreekt het aan mogelijkheden voor uitwisseling tussen populaties. Het verbinden van deze gebieden is daarom essentieel. Hoewel hier al stappen in worden gezet, kan dit aanzienlijk beter. Hoewel dit mogelijk lijkt af te wijken van het specifieke weidevogelbeleid, benadrukt het juist het belang van een meer geïntegreerde benadering van natuurbeleid.
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.