Documentaire over Haagse slavernijmonument toont vooral mooie momenten
Een documentaire in opdracht van de gemeente combineert de slavernijgeschiedenis met het ontstaan van het Haagse slavernijmonument. Daarmee ontstaat een bredere maar versimpelde vertelling over de trans-Atlantische slavenhandel.
De documentaire over de totstandkoming van het slavernijmonument in Den Haag opent met een zwart-witbeeld van een archiefkast die dichtschuift, begeleid door ritmische trommelgeluiden. Vervolgens verschijnt apintiedrummer Jose Tojo in beeld, die aan de oever van een meer trommelt op zijn instrument. De muziek wordt ondertiteld, als ware het een vertaling. In de tekst wordt opgeroepen tot excuses voor het leed dat mensen op de plantages is aangedaan.
Met de film ‘De lange weg naar het monument’ wil de gemeente Den Haag de ontstaansgeschiedenis van het Haagse slavernijmonument verbinden met het bredere verhaal van het Nederlandse slavernijverleden. De documentaire, gemaakt door Mothership Productions en gefinancierd door de gemeente, laat zien dat beide processen moeizaam verliepen en langer duurden dan veel betrokkenen wenselijk vonden. Daarnaar verwijst ook de titel.
We wilden zichtbaar maken hoe groot de rol van de gemeenschappen daarbij is geweest
Na de excuses van de burgemeester, een publicatie over het Haagse slavernijverleden en een tentoonstelling van het Mauritshuis over zijn eigen slavernijgeschiedenis, was verdere bewustwording nodig, vindt wethouder Mariëlle Vavier (Pro, inclusie). Volgens haar ontbreekt het veel mensen nog steeds aan kennis over dit gedeelte van de geschiedenis. “Ook wilden we zichtbaar maken hoe groot de rol van de gemeenschappen daarbij is geweest,” aldus Vavier.
Perspectief
De film laat een groot aantal betrokkenen aan het woord. In zwart-witopnamen kijken zij rechtstreeks in de camera. Afstammelingen van marrons en inheemse gemeenschappen komen aan het woord, evenals onderzoekers en nazaten van plantagehouders. Ook leest een historicus fragmenten voor uit historische bronnen, waarin de wreedheden worden beschreven die tot slaaf gemaakten moesten ondergaan.
Archieven zijn altijd van de machthebbers
Jochem Sprenger, een nazaat van plantagehouders, vertelt dat hij op een dag uit nieuwsgierigheid zijn familiegeschiedenis op het internet begon uit te pluizen. Door te zoeken op namen van familieleden ontdekte hij al snel dat zijn voorouders direct betrokken waren bij het plantagesysteem.
Zion Piggot vertelt dat hij probeert de geschiedenis van zijn voorouders vast te leggen, maar daarbij regelmatig stuit op een gebrek aan schriftelijke bronnen. Veel kennis over het slavernijverleden in Suriname is immers mondeling doorgegeven, legt hij uit. “Archieven zijn altijd van de machthebbers,” stelt hij in de documentaire. Daardoor is volgens hem veel minder bekend over het perspectief van de tot slaaf gemaakten.
Open armen
Maar soms wordt het verleden ook te zeer vereenvoudigd. Bijvoorbeeld als wordt gesteld dat gevluchte tot slaaf gemaakten (de marrons) door inheemse gemeenschappen met open armen werden ontvangen. De geïnterviewde stelt dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika ontdekkingsreiziger Columbus op vergelijkbare wijze verwelkomden. Historicus Frank Dragtenstein schetst in zijn boek ‘Kaási, een rebellenleider’ een ander beeld. Volgens hem konden marrons en inheemse gemeenschappen het aanvankelijk goed met elkaar vinden. Beide groepen boden bovendien verzet tegen het Nederlandse koloniale gezag. Maar die relatie veranderde na de Achtjarige Inheemse Oorlog (1678-1686). Na hun nederlaag tegen de Nederlanders, die dankzij hun vuurwapens de overhand kregen, sloten de inheemse gemeenschappen een vredesverdrag met het koloniale bestuur. Onderdeel van die overeenkomst was dat zij hun bondgenootschap met de marrons zouden beëindigen.
Zij waren doorslaggevend in de successen die de Europeanen boekten
‘Het verdrag had tot gevolg dat vooral in de eerste helft van de achttiende eeuw de Inheemsen aan de zijde van de Europeanen zogenoemde commandotochten ondernamen naar de marrondorpen,’ schrijft Dragtenstein. ‘Zij waren vooral na het jaar 1700 in het Suriname- en Saramaccagebied doorslaggevend in de successen die de Europeanen boekten.’
Raadsvergadering
Ook de politieke voorgeschiedenis van het monument blijft grotendeels buiten beschouwing. In een voorgesprek vertelt wethouder Vavier dat toenmalig Hart voor Den Haag-wethouder Rachid Guernaoui aanvankelijk stelde dat er geen behoefte bestond aan een slavernijmonument. Daar kwam hij later op terug, nadat zich tijdens een raadsvergadering een grote groep insprekers had uitgesproken voor de komst van een slavernijmonument. Volgens Vavier werd erkend dat er met de verkeerde mensen was gesproken. Van die ontwikkeling is in de documentaire weinig terug te zien. De kijker ziet vooral hoe inwoners hun steun voor het monument uitspreken en hoe vervolgens een motie wordt ingediend waarin wordt opgeroepen tot de realisatie ervan.
Een ander gevoelig onderdeel van de ontstaansgeschiedenis blijft eveneens buiten beeld. Zo komt niet aan de orde dat de betekenis van het monument gaandeweg veranderde. Kunstcentrum Stroom adviseerde aanvankelijk een monument voor het gehele slavernijverleden, maar trok dat voorstel in na protesten van verschillende gemeenschappen. Het uiteindelijke monument richt zich daardoor uitsluitend op het trans-Atlantische slavernijverleden. Van deze moeizame totstandkoming laat de documentaire vooral de momenten van eensgezindheid zien.
De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.