Column: Scheveningse rokerij en cultuur op in de as
Kan de visrokerij in Scheveningen terugkeren op dezelfde locatie na de brand van afgelopen weekend? De vraag legt een plaatselijke cultuurstrijd bloot, schrijft columnist Christiaan Weijts.
De meeuwen cirkelen krijsend rond de verkoolde resten. Van haringgroothandel en visrokerij Esser steken alleen de twee hoge schoorsteenpijpen nog in de lucht. Het pand zelf is zwartgeblakerd. Het dak is ingestort. Met veel kabaal en brede vleugels springen de meeuwen van de aluminium golfplaten. Ligt er tussen het puin nog vis, of komen ze alleen af op de geur?
Een paar dagen na de brand die het Scheveningse familiebedrijf verwoestte, blijven voorbijgangers even stilstaan bij het hek. Zevenhonderd vierkante meter. Vier generaties. Sinds 1900.
Een van de grote vragen: moet het bedrijf op dezelfde plek terugkeren? De meningen zijn verdeeld. Hier op straat is men wat aarzelend, ontwijkend, maar kijk je bijvoorbeeld bij de commentaren onder een bericht van het AD, dan merk je dat er twee kampen zijn.
‘Kan niet meer, heb er jarenlang in de buurt gewoond en hadden veel overlast van dit bedrijf,’ schrijft iemand. ‘Zo’n rokerij hoort niet in een dichtbewoonde buurt. Gevaar van brand is dan altijd aanwezig,’ stelt iemand anders. Hij krijgt bijval: ‘Niet meer van deze tijd’, ‘had veel erger kunnen aflopen’.
Ineens is dit stukje grond de inzet van een cultuurstrijd
En dan wordt de discussie zowel vileiner als interessanter. De voorstanders van de rokerij klagen dat er veel rokerijen zijn opgedoekt na klachten van ‘nep-Scheveningers’. Zij hopen dat ‘ze’ hier gewoon weer een rokerij toestaan, ‘en onze cultuur en erfgoed op Scheveningen beschermen’, in plaats van dit als kans te zien voor ‘investeren in yuppenwoningen’. Want ja, ‘die rokerij stond er al eerder dan die hele dichtbewoonde buurt’. ‘Op Scheveningen hopen de echte Scheveningers dat deze weer terugkomt.’ ‘Buitenstaanders hebben er niks mee.’
Ineens is dit stukje grond de inzet van een cultuurstrijd. Wie zijn de echte Scheveningers, wie de neppe, de yuppen, degenen die ‘de ziel’ uit het dorp hebben gehaald?
De eigenaren vrezen ook dat ze niet zomaar een nieuwe vergunning krijgen, zo midden in deze woonwijk. Best apart. Want als het naar huidige maatstaven onverantwoord en onveilig zou zijn, waarom stond dat bedrijf er dan?
Omdat de haven ooit vooral een werkgebied was en nu steeds meer een woonfunctie krijgt. Die rokerij was er al veel eerder dan die klagende bewoners, maar die zijn er ook al een paar decennia. Wie heeft dan de oudste rechten? De geschiedenis of de toekomst?
Wie mag zich Scheveninger noemen, en wie niet?
“Tussen de woningen die hier zijn gebouwd, krijgen we zo’n plek waarschijnlijk nooit meer,” zegt de oud-eigenaar in het AD. Dat is meer dan alleen rouw om zijn bedrijf. Het is rouw om een veranderende stad, waarin zulke plekken niet meer mogelijk zijn.
Deze tragische brand legde niet alleen het binnenste van het gebouw bloot, maar ook een sentiment dat je op meer plekken ziet. Al gauw gaat het niet meer over een bedrijf, vergunningen en brandveiligheid, maar over afkomst. Wie mag zich Scheveninger noemen, en wie niet?
Ineens wordt het een identiteitsstrijd. Heimwee wordt ineens een afbakening. Terwijl het oorspronkelijke gevoel veel eenvoudiger is: hoe zorgen we ervoor dat dit havengebied zijn eigen schaal en karakter behoudt? Dat heeft veel minder te maken met wie er precies wonen. Sterker nog: dat dorpsachtige, dat pittoreske, is precies wat aan die ‘nieuwkomers’ wordt verkocht.
Boven het hek naar de rokerij hangt een groot bord van een projectontwikkelaar. Op de foto: strakke luxewoningen, zonovergoten balkons. ‘Interesse? Schrijf je nu in.’ Daarachter de schoorstenen, tussen geblakerd puin. Twee tijdperken in één oogopslag. De meeuwen cirkelen erboven. Af en toe duikt er eentje omlaag, op zoek naar iets wat er misschien al niet meer is.
De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.