Blijkt de hogere opkomst bij de verkiezingen een dode mus? ‘De ongelijkheid is toegenomen’

De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was dit jaar hoger dan in 2022, maar verbloemt een ongemakkelijke waarheid. “Wie de politiek het hardst nodig heeft, staat op de grootste afstand ervan.”

Door

‘Hoopgevend’, noemt burgemeester Jan van Zanen de opkomst bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Van de Haagse kiezers bracht 46,4 procent op 18 maart z’n stem uit. Dat is minder dan het landelijk gemiddelde van 53,7 procent, maar meer dan vier jaar geleden. Toen was in de Hofstad de opkomst met 43 procent lager dan ooit. Het percentage stemmers is weliswaar gestegen, maar niet in alle wijken even sterk. In de Groente- en Fruitmarkt, de Schilderswijk, Moerwijk en het Regentessekwartier nam het zelfs af.

Vooral daar waar de opkomst al relatief hoog was, zoals in de Archipelbuurt, de Vogelwijk en het Bezuidenhout, zijn veel meer mensen naar de stembus gegaan. “Dat betekent dat vooral de opkomstongelijkheid is toegenomen,” concludeert Floris Vermeulen, universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Daarmee wordt de gemeenteraad een nog minder goede afspiegeling van de stad. Dat maakt de opkomstcijfers niet hoopgevend, maar juist zorgelijk.”

Extreem

De politicoloog groeide zelf op in de Archipelbuurt. “Destijds woonden daar al veel rijke mensen, maar toen ik er een paar jaar geleden weer eens kwam, viel me op hoe homogeen welvarend de wijk geworden is.” Omdat het niet verplicht is om in de eigen wijk te stemmen, geven de opkomstpercentages altijd wel een enigszins vertekend beeld, maar de toename in de Archipelbuurt – van 53 procent in 2022 naar 111 procent nu – is extreem.

 

De paradox is dat de wijken die de politiek het hardst nodig hebben, op de grootste afstand ervan staan
Floris Vermeulen, politicoloog

 

“Mensen die het goed hebben, zijn over het algemeen meer geneigd om te gaan stemmen dan jongeren, praktisch opgeleiden en mensen met een migratieachtergrond,” zegt Vermeulen. “Maar de opkomstongelijkheid in Den Haag is wel erg groot. Inwoners van arme wijken hebben vaak het gevoel dat hun stem er niet toe doet. Dat gevoel is deels terecht: de democratie werkt beter voor mensen met meer geld en een hogere opleiding. De paradox is dat de wijken die de politiek het hardst nodig hebben, op de grootste afstand ervan staan.”

Stemgedrag

“Een lage opkomst raakt aan politieke legitimiteit en kan voor erosie van het draagvlak voor politieke beslissingen zorgen,” waarschuwt historicus Margit van der Steen. Haar onderzoek naar stemgedrag in Nederland in de periode van 1945 tot 2010 laat zien dat de opkomst per Haagse wijk al heel lang verschilt, met name sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1970. “Toen er nog een boete stond op niet-stemmen, was de opkomst in de Schilderswijk het allerhoogst: 93 procent in 1966, tegenover 88 procent in rijke wijken. Na de afschaffing van de stemplicht kelderde dit percentage het hardst in de oude arbeiderswijken. Daar kwam in 1970 nog maar de helft van de kiezers opdagen: 52 procent, tegenover 64,9 procent van de inwoners van rijke wijken.”

 

Na de afschaffing van de stemplicht werd de volgzame kiezer eerst afstandelijk en later opstandig
Margit van der Steen, historicus

 

Sindsdien is de opkomst alleen maar verder gedaald. En dat heeft invloed op de uitslag van de verkiezingen. “In welvarende Haagse wijken werd lange tijd veel VVD gestemd en in armere wijken PvdA. Tot de opkomst van extreemrechtse partijen, migrantenpartijen en, vanaf 1998, lokale partijen. De laatste waren aanvankelijk vooral populair onder kiezers uit Scheveningen.” Dit jaar scoorden lokale partijen in het hele land goed bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar nergens zo goed als Hart voor Den Haag van Richard de Mos hier. In 2022 werd de partij ook al de grootste met negen van de 45 zetels, dit jaar won ze er zestien.

Ombudspolitiek

De verklaring van de monsterzege van de partij van De Mos, die zich erop laat voorstaan ombudspolitiek te bedrijven, wordt gezocht in het verlies van vertrouwen waarmee gevestigde politieke partijen kampen. “Na de afschaffing van de stemplicht werd de volgzame kiezer, die trouw op een bepaalde politieke partij stemde, eerst afstandelijk en later opstandig. De burger is mondiger dan ooit,” concludeert Van der Steen. De historicus vermoedt een verband met de afbraak van sociale voorzieningen in de jaren tachtig, waardoor stemmen meer en meer is verworden tot het uiten van gevoelens van onvrede.

De onvrede speelt stadsbreed. Waar in de Vogelwijk vier jaar geleden D66 (25 procent) en de VVD (24 procent) nog nek-aan-nek gingen, werd nu Hart voor Den Haag (35 procent) veruit het grootst. De verschuiving is hoogstwaarschijnlijk het resultaat van de hoogoplopende discussie over de geplande asielopvang aan de Sportlaan, waar Hart voor Den Haag zich tegen verzet. Mogelijk heeft datzelfde onderwerp een rol gespeeld bij de hoge opkomst en het stemgedrag in de Archipelbuurt, waar onlangs een nieuwe locatie voor asielopvang is aangewezen. D66 werd hier het grootst, net als in 2022, maar Hart voor Den Haag klom op van plek vier naar twee.

Wantrouwen

Hart voor Den Haag werd de grootste in alle stadsdelen, behalve het Centrum en Haagse Hout. De lokale partij kreeg in maar liefst 24 van de 42 wijken de meeste stemmen. Daaronder zijn zowel arme als rijke wijken en wijken met een lage en een hoge opkomst. “Maar Hart voor Den Haag en Denk (de enige andere partij die deze verkiezingen een extra zetel bemachtigde, red.) hebben de opkomst in armere wijken niet drastisch weten te verhogen,” constateert Vermeulen. “In theorie zou de lokale partij de vicieuze cirkel van opkomstongelijkheid kunnen doorbreken, als die in het bestuur komt en de claim dicht bij de burger te staan waarmaakt.”

 

Op het stadhuis zijn ze nu enorm tevreden met een opkomst die een paar procent hoger ligt, maar er is niets veranderd
Floris Vermeulen, politicoloog

 

Veel vertrouwen heeft de politicoloog daar echter niet in. “Leefbaar Rotterdam is het niet gelukt. En dan wordt het wantrouwen in en de afstand tot de politiek onder kiezers alleen maar groter.” De opkomst in Rotterdam was met 40,6 procent (en 38,9 procent in 2022) nog lager dan die in Den Haag.

“Op het stadhuis zijn ze nu enorm tevreden met een opkomst die een paar procent hoger ligt, maar er is niets veranderd,” stelt Vermeulen. De gemeentelijke verkiezingscampagne om meer van de pakweg 439.000 Haagse stemgerechtigden naar de stembus te krijgen, noemt hij weggegooid geld. “Beter kun je laten zien dat wijken ertoe doen door te investeren in voorzieningen voor specifieke groepen inwoners. Maar dat is een politieke keuze.”

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse politieke artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van