Haagse Bos gaat gebukt onder langdurige droogte
Door lange, opeenvolgende droogteperiodes staat het Haagse Bos onder druk. Staatsbosbeheer probeert het bos beter bestand te maken tegen hitte en droogte.
Mark Kras, boswachter bij Staatsbosbeheer, wijst naar een eik die langs het voetpad in het Haagse Bos staat. “Er zitten verschillende dode takken in,” constateert hij. “In deze tijd van het jaar zou de boom juist een volle, gezonde kroon moeten hebben, zodat hij zich optimaal kan ontwikkelen.” Volgens Kras is het niet uitzonderlijk dat een boom af en toe een tak verliest, maar normaal gesproken blijft de kroon als geheel intact. “De kroon fungeert als de motor van de boom,” legt hij uit. “Maar deze boom heeft veel open plekken in zijn kroon, allemaal onbenutte ruimte. Dat is een slecht teken.”
Het Haagse Bos staat onder druk. Beuken en eiken vormen de hoofdmoot van het bos, maar juist deze soorten ondervinden de grootste schade door de recente droogteperiodes. Om het bos te wapenen tegen de effecten van aanhoudende warmte en droogte, plant Staatsbosbeheer onder meer droogteresistente boomsoorten aan en worden minder vitale bomen verwijderd, zodat jonge exemplaren meer ruimte krijgen om te groeien. “We hopen zo een veerkrachtiger ecosysteem te creëren,” licht de boswachter toe.
Tegenwoordig stapelen de droogteperiodes zich op
Jan den Ouden, docent bosbeheer en bosbouweconomie aan de universiteit van Wageningen, wijst erop dat de gevolgen van droogte door klimaatverandering in het buitenland al zichtbaar zijn. “Droogteperiodes zijn van nature onderdeel van het ecosysteem,” verduidelijkt hij. “Maar wanneer zo’n periode te lang aanhoudt, leidt dat tot groeivertraging bij bomen. Voorheen volgde droogte meestal een herstelfase, maar tegenwoordig stapelen de droogteperiodes zich op.” Den Ouden noemt Frankfurt als voorbeeld. “Daar leidde de combinatie van droogte en hitte ertoe dat met name beuken massaal bezweken.”
Eiken en beuken
De huidige bomen in het Haagse Bos dateren voornamelijk uit de periode direct na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting lieten de nazi’s ongeveer 70 procent van het bos kappen om ruimte te maken voor de aanleg van een tankgracht. Na de oorlog werd begonnen met grootschalige heraanplant. Boswachter Kras vermoedt dat daarbij vooral is gekozen voor beuken en eiken omdat er destijds beperkte toegang was tot andere boomsoorten. “En dit waren ook de dominante soorten in het vooroorlogse bos,” zegt hij.
We moeten ons voorlopig vooral baseren op algemene trends en verwachtingen
Volgens universitair docent Den Ouden is het verstandig dat Staatsbosbeheer het Haagse Bos actief ondersteunt om het veerkrachtiger te maken. Tegelijkertijd wijst hij op de bredere discussie binnen de ecologie over de juiste benadering van natuurbeheer. “De grote ethische vraag is of het wenselijk is om in te grijpen door bijvoorbeeld nieuwe boomsoorten toe te voegen,” licht hij toe. “Er is een stroming die stelt dat de natuur zichzelf moet kunnen herstellen en dat we de bodem ongemoeid moeten laten. Een andere groep pleit juist voor actief ingrijpen om het bos ‘klimaatrobuust’ te maken. Zelf behoor ik tot die laatste groep, maar over de effecten ervan bestaat nog veel onzekerheid. De klimaatmodellen zijn overtuigend – soms zelfs confronterend accuraat – maar hoe individuele boomsoorten precies reageren, blijft voorlopig giswerk. We moeten ons voorlopig vooral baseren op algemene trends en verwachtingen.”
Klimaatverandering
Kras staat in een beukenhal, een hoger gelegen deel van het bos waar de beuken dicht op elkaar staan. De bodem is bedekt met een dikke laag roodgekleurde bladeren. “Hier zie je goed wat beuken doen,” legt hij uit. “Het blad van de beuk is zuur en doet er ongeveer drie jaar over om te verteren. Daardoor verzuurt de bodem en krijgen jonge boompjes vrijwel geen kans om te ontkiemen.” Ook vertelt de boswachter dat de hoge groei en brede takkenstructuur kenmerkend zijn voor de bomen. Daarmee onttrekken ze het zonlicht grotendeels aan de vegetatie eronder. “Door de schaduw en verzuring van de bodem creëren de beuken omstandigheden waarin zij als enige kunnen profiteren van de beschikbare voedingsstoffen. Dat is hun strategie om de dominante soort in het bos te worden.”
Over ongeveer vijftig jaar zullen deze beuken tegelijkertijd aftakelen
Een boom aan de rand van de beukenhal heeft een stip die aangeeft dat hij op korte termijn gekapt zal worden. “Het is wenselijk om de beukenhal zoveel mogelijk intact te laten, want het is een prachtig gezicht,” zegt Kras. “Maar over ongeveer vijftig jaar zullen deze beuken tegelijkertijd aftakelen, omdat ze allemaal uit dezelfde generatie stammen. Dan verdwijnt dit volledig.” In het midden van de ‘hal’ wordt bewust niet ingegrepen, legt hij uit, maar aan de randen kiest Staatsbosbeheer ervoor om bomen te verwijderen. “Zo ontstaat er ruimte voor jonge bomen en krijgen bomen ernaast meer groeiruimte.”
Volgens de boswachter is het noodzakelijk om in te grijpen, omdat de kern van het probleem – klimaatverandering – onvoldoende wordt aangepakt. “Idealiter gaan mensen minder fossiele brandstoffen gebruiken en dringen we de uitstoot van CO2 drastisch terug om verdere klimaatverandering te voorkomen,” zegt hij. “Het is echter onwaarschijnlijk dat die omslag binnen tien jaar zal plaatsvinden. En zelfs als dat wel gebeurt, duurt het te lang voordat we de positieve effecten ervan merken. Daarom kiezen we ervoor het bos geleidelijk te sturen in zijn ontwikkeling, zodat het soortenrijker en diverser in leeftijd wordt, zodat het beter bestand is tegen de gevolgen van een veranderend klimaat.”
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.