Regisseur Erik Vos schrijft boek met overleden echtgenote: ‘Het is een dialoog met het leven, niet met de dood’
Regisseur Erik Vos vervlocht zijn verhalen met dagboekfragmenten van de overleden schrijfster Inez van Dullemen, met wie hij 72 jaar samen was. Dat levert een ontroerend boek op. “De zorg voor haar is mijn mooiste regie.”
Een bijzonder boek. Dat is het. Het begint bij de ongewone titel: ‘Laten we op de grond gaan zitten’, ontleend aan Shakespeares ‘Richard II’: ‘Let us sit upon the ground and tell sad stories of the death of kings’. Dan de auteur: de 97-jarige regisseur Erik Vos, de opmerkelijkste Nederlandse toneelleider van na de jaren zestig, oprichter van Toneelgroep De Appel, ereburger van Den Haag. En dan is er ook een tweede auteur, wijlen Vos’ echtgenote, schrijfster Inez van Dullemen. Zij overleed in 2021 na een periode van dementie. Want het zijn haar dagboekfragmenten die vervlochten zijn met de verhalen van Vos. Het werd zo een boek met meerdere gezichten. Over theater uiteraard, over cultuur in bredere zin, ontmoetingen, kinderen en het beeld van dat ‘gedeelde leven’ waarin Vos en Van Dullemen 72 jaar samen waren.
“Aanvankelijk zou het een heel ander boek worden,” vertelt Vos. “Toen heette het ‘Brieven aan een jonge acteur’, met foto’s uit de hele wereld. Veel te duur, niemand wilde het uitgeven. Ik heb toen een tweede boek aangeboden. ‘Dat gaat te veel over toneel,’ zei De Bezige Bij, ‘dat weten we nu wel’. Maar ik bén toneel, protesteerde ik. ‘Niet over toneel schrijven en níét lesgeven,’ zei degene aan wie ik het boek dicteerde. ‘Schrijf over je leven, je hebt altijd geprobeerd dat erbuiten te houden.’”

Ons verhaal
Erik Vos zorgde inmiddels voor zijn dementerende echtgenote. “Mijn mooiste regie,” zegt hij, “de meest bijzondere jaren die we hebben gehad. Toen is ook het idee van die dagboeken van Inez ontstaan. Zij kon dingen zoveel mooier zeggen dan ik, waarom zou ik haar woorden, haar stem, haar teksten niet gebruiken voor ons verhaal, over hoe het is gegaan en gegroeid? Niemand had toen gedacht dat wij nog twee jaar zouden toevoegen aan ons samenzijn. Ik moest daarbij steeds in het zicht blijven van Inez. ‘Als Erik er is, heb ik rust,’ zei ze. Ze luisterde als ik Purcell of cantates van Bach op de piano speelde. Voor haar dood heeft ze zelfs nog eens de hele ‘Derde Symfonie’ van Mahler beluisterd. Anderhalf uur zitten luisteren. Ze zag op de televisie Amy Winehouse, dat greep haar aan, al wist ze niets van haar pillen en dood. ‘De dood zingt in haar ogen,’ zei ze. Wonderlijk en overweldigend dat we dat samen hebben meegemaakt. Een cadeau aan ons beider leven.”
Voor het eerst in m’n leven voelde ik me vrij
Vos en Van Dullemen ontmoetten elkaar destijds in Parijs. Zij op weg naar Spanje, hij op weg naar vrijheid. De vader van Erik Vos was arts en directeur van een tuberculose-sanatorium. Vos junior begon dus ook maar met medicijnen studeren. “Ik vond het niks,” vertelt hij, “ik ben na een jaar weggelopen.” Hij zag de film ‘Les Enfants du paradis’ en zijn wereld wentelde definitief.
“Ik heb die film negen keer gezien. In het Rembrandt-theater in Utrecht. De dame achter de kassa zei: ‘Maar u bent hier toch al twee keer geweest? U mag er vanaf nu voor niks in.’ Die tragische clown in die film, Jean-Louis Barrault, in stilte op die ton, dat wilde ik begrijpen.” Het werd een zoektocht naar een leermeester in de pantomime die eindigde bij Étienne Decroux in Parijs. Vos: “Ingrijpende gebeurtenis, voor het eerst in m’n leven voelde ik me vrij.” Het was het begin van een ongewone theatercarrière.
De Appel
Op de vraag wat Den Haag in die carrière betekende, roept Vos: “Mijn redding.” Zeker niet omdat alles hier koek en ei zou zijn, ondanks dat hij diverse malen in aanvaring kwam met subsidiënten, de Raad voor de Kunst vertaalde in de Raad voor de Gunst, was Den Haag de werkplaats voor Toneelgroep De Appel. Opgericht in januari 1972 door Vos en een vijftal acteurs. En al gauw met het eigen theater in de voormalige remise van de paardentram in Scheveningen.
“Ik was altijd in strijd met ambtenaren,” zegt Vos, “maar er waren er altijd wel een of twee die het voor me opnamen. De eerste kritiek op De Appel kwam van de Haagse Comedie. Omdat wij het publiek gratis koffie aanboden. ‘Waar doet ie ’t van? Dat is subsidiegeld, geld van de gemeenschap!’ We vonden het geld ervoor op de begroting voor decor. Die gratis koffie was het decorum van De Appel. Toen we begonnen, zaten er soms maar drie mensen in de zaal. Al zat er maar één, toch spelen, vond ik. Acteurs in Nederland waren dat niet gewend. Die drie bezoekers waren de kostbaarste mensen in Den Haag!”
Ik hoop dat u die voorstelling verbiedt, heb ik toen gezegd
De eerste voorstelling hier was ‘God op aarde’. Vos: “Burgemeester Kolfschoten – aardige man hoor – zei: ‘Nee, God is in de hemel, niet op aarde.’ Die kwam niet. Aan het slot wordt Brechts tekst gezongen: ‘Ein Mensch kann ein Mensch nicht hilfen.’ Daar moest ik toen bij D’66 over komen praten. Ik hoop dat u die voorstelling verbiedt, heb ik toen gezegd.” Wie een documentaire bekijkt over de werkwijze van Erik Vos (YouTube), ziet hoe hij altijd improviserend zoekt naar vraagtekens, zekerheden een beentje licht of torpedeert, chaos creëert, hopend op een gouden moment.
Soms leveren die repetities met die werkwijze op zichzelf al theater op. Van hilarisch tot intrigerend. Vos: “In Duitsland zou ik de ‘Trilogie van het zomerverblijf’ gaan regisseren. Toen ik de eerste dag een inleiding hield, kwam er al een actrice naar me toe: ‘Dit gaat mis. Du bist zu menschlich. Dat kan je je hier niet permitteren.’ Voor een Duitse regisseur als Peter Stein waren ze doodsbang. Het is de enige regie die ik niet heb afgemaakt.”
Zand
Nadat Vos met zijn vrouw na een periode in Amerika terugkwam in Nederland, werd hij als regisseur gevraagd voor de Nederlandse Comedie. Vos: “Ik hield toch van uitdagingen. Van het publiek, van de acteurs, van mezelf. Ik zou ‘King Lear’ in Carré regisseren. In het zand. Dat kreeg enorme weerstand bij gezelschapsdirecteur Guus Oster. ‘Waarom in het zand?’, vroeg hij. Omdat acteurs daar moeilijk in kunnen lopen. In Carré spelen vonden ze al heel wat, met publiek rondom je. En dan ook nog zand. Nu is zand heel gewoon, Pina Bausch heeft Stravinsky in turf gespeeld. Om uitgedaagd te worden. In mijn regie van Bredero’s ‘Spaanse Brabander’ in Amsterdam had ik allerlei stadsscènetjes bedacht. Twee hoeren die je mee ziet lopen, kinderen die spelletjes doen. Toen de groep in Groningen moest spelen, werden al die tekstloze scènes geschrapt. Daar kun je toch niet mee op reis gaan, vonden ze. Zonder mij daar iets over te zeggen. Toen dacht ik: hier hoor ik niet thuis. Daar ben ik weggelopen.”
Inez zei altijd: kies voor het extreme, kies nooit voor het voorzichtige
Erik Vos verduidelijkt: “Inez zei altijd: kies voor het extreme, kies nooit voor het voorzichtige. Toen ik voor het eerst Purcells opera ‘Dido en Aeneas’ voor Carel Birnie zou regisseren, vroeg hij: ‘Hoe wil je dat doen? In het zand? O, voor een paar theaters zal dat niet makkelijk zijn.’ Hij moest minimaal acht voorstellingen hebben. Maar de Leidse Schouwburg wilde geen zand. ‘Nee? Dan valt Leiden af,’ zei Birnie simpel. In de hoofdrol zong de mezzosopraan Xenia Meijer. Ik kende haar helemaal niet, wilde graag die aria van haar horen en zei: hier ga je op je rug liggen, je paart met Aeneas, de eerste keer dat jullie paren, je blijft zingen en je zweeft met hem het theater uit. En tegen zanger Maarten Koningsberger: jij komt op, dialoog, ziet haar, gaat op haar liggen en terwijl je zingt, vliegen jullie het theater uit.”
“Vos is gek, dachten ze, en ze waren na afloop een beetje bedremmeld. Ik vond het schitterend wat ze deden. En Koningsberger zei: ‘Ik heb nog nooit een aria liggend gezongen, laat staan liggend op een vrouw. Ik ben homo.’ Dido zingt, wanneer ze zelfmoord pleegt, de klacht ‘Remember Me’. Ik heb een cirkel om haar heen getrokken in het zand. Daar ging brandspul in, dat hebben we aangestoken. Terwijl de vlammen haar omcirkelden, zong ze ‘Remember Me’. Iedereen was erdoor aangegrepen. Xenia Meijer heeft een boek geschreven over zingen. In mijn exemplaar schreef ze: ‘Jij hebt mij voorgoed verpest.’ Met andere woorden: zoals jij werkt, zo wil ik werken, iets overdragen.”
Dialoog
‘Laten we op de grond gaan zitten’ onttrekt zich aan etikettering. Hoe moet je het noemen? Een memoire? “Dat is mij te koel,” vindt Vos zelf. “Het is meer een dialoog, een dialoog met het leven, niet met de dood. Een dialoog, ja, je probeert toch dat verleden tot leven te roepen.” Daarin springen een paar van die ontmoetingen en confrontaties eruit. Van Dullemens werk aan haar boek over Maria Sibylla Merian, of hun gezamenlijke visie op de Mexicaanse Frida Kahlo en haar werk. Of dat mooie verhaal van de Franse toneelschrijver Ionesco, die wel naar De Appel wil komen om te zien wat Vos van zijn ‘Macbett’ heeft gemaakt. Vos heeft monologen van Shakespeares ‘Macbeth’ het moderne Franse stuk binnengesmokkeld. Tekst van Ionesco na afloop: ‘Het is de beste voorstelling die ik van mijn stuk heb mogen meemaken, maar ik herkende mijn stuk niet.’
Het was een ongelooflijk voorrecht naast Inez te leven
De grote en kleine passages die Vos uit de meer dan zestig dagboekjes van zijn vrouw citeert, zijn cursief gedrukt. En vaak komen Eriks standaardletter en de cursief van Inez elkaar op een ontroerende manier tegen. Zoals in het hoofdstukje ‘John Coltrane’. Vos schrijft: ‘Het is moeilijk in te schatten waaruit mijn leven zal bestaan nu Inez dood is. Ik vraag me af: wie was Inez? Wat betekende ze voor mij?’ Daartegenover zet hij de tekst die zij schreef in haar dagboeknotities. ‘Wie is mijn man? Aan die vraag kom ik nauwelijks toe in al die jaren dat ik met hem samenleef. Eigenlijk moet ik zeggen: met hem samenwerk. Die twee, leven en werken, vormen een nauwelijks te ontwarren koppel.’ En dan is die jamsessie met Coltrane zelf. De saxofonist loopt na afloop richting Inez van Dullemen, legt zijn hand op haar schouder en zegt: ‘Are you a writer? Don’t forget that you should write. That’s why you are here.’
Erik Vos: “Ik lees nog dagelijks in die dagboekjes van Inez. En besef steeds wat een unieke vrouw en schrijfster ze is geweest. Het was een ongelooflijk voorrecht naast Inez te leven. Ik heb daarmee waanzinnig geboft.”
Erik Vos en Inez van Dullemen, ‘Laten we op de grond gaan zitten’. Uitgever: Ad. Donker Rotterdam. Prijs: € 24,95.
De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.