Mauritshuis: adellijke kunstgekken op reis in Italië
De adel is altijd belangrijk geweest in Engeland. Sommige ‘noblemen’ verwierven faam als kunstverzamelaar. Aan hun avonturen en aankopen wijdt het Mauritshuis een tentoonstelling, die morgen opent.
Dorpjes met kleine, roodgedakte huisjes schieten voorbij. Dan weer het zacht glooiende landschap van het graafschap Norfolk. De buschauffeur houdt de vaart erin. Moet ook wel, want het programma van de excursie zit strak in elkaar. En dan verandert er buiten iets. Het is alsof een meesterhand de natuur heeft geordend. Het is niet alsof, het is echt zo. We naderen het landhuis Holkham Hall. Dat is nog niet zichtbaar, maar de weides met boomgroepen, de doorkijkjes en een grote obelisk op een heuvel verraden dat er wat aankomt. Tuinarchitecten schiepen hier in de achttiende eeuw een paradijs in opdracht van Thomas Coke, de eerste graaf (earl) van Leicester. In het hart van de landerijen verrees een fors landhuis in Palladiaanse stijl, dat qua omvang alles passeert wat Andrea Palladio in Italië aan landhuizen heeft gebouwd.
De schatrijke Coke had één grote passie: kunst verzamelen, en daarom zijn we hier. In de achttiende eeuw was het gebruikelijk dat jonge Britse edellieden een ‘Grand Tour’ door Italië en ook wel andere landen maakten in het kader van hun vorming. Sommigen onder hen combineerden dat met het verzamelen van kunst voor hun fraaie landhuizen. Tijd en geld speelden voor Coke geen rol. Hij vertrok al op zijn vijftiende naar Italië, bleef daar zes (!) jaar en keerde in 1718 met karrenvrachten kunst en boeken terug naar Norfolk.
Lucy Pervis, archivaris van Holkham Hall, toont een aantekenboekje van Coke. Daaruit blijkt dat hij op de terugweg uit Italië Parijs aandeed en daar vrolijk doorging met geld uitgeven. Hij koopt voor 4000 livres (Franse ponden) een groot ruiterportret van Antoon van Dijck, een koets (3000 livres) en een partij kostbaar kantwerk voor zijn aanstaande huwelijk. Uit de Holkham-collectie komt onder meer een werk van Claude Lorrain naar Den Haag, de grootste Franse landschapsschilder van de zeventiende eeuw en een favoriet van de jonge graaf.
Minnaar
Nog heel even iets over die graven van Leicester. Want was er niet ooit een in Nederland actief? Ja, dat was de échte eerste graaf, die eigenlijk Robert Dudley heette. Hij was mogelijk de minnaar van de altijd ongehuwd gebleven koningin Elisabeth I. Dudley was eind zestiende eeuw enige tijd in Nederland om de opstandige Republiek te helpen tegen Spanje, maar kwam uiteindelijk geld en dus manschappen tekort om iets te kunnen uitrichten. Later is de titel verschillende keren opnieuw gecreëerd, zodat er in de achttiende eeuw opnieuw een eerste graaf van Leicester rondliep.
Als de rondleiding er ongeveer op zit, sluit de hoofdbewoner aan
Als de rondleiding er ongeveer op zit, sluit een man in korte broek en poloshirt zich aan, ogenschijnlijk een geïnteresseerde. Maar hij is de hoofdbewoner, Thomas Edward Coke (60), de achtste graaf van Leicester en lid van het Hogerhuis. Toch even informeren naar die oude Nederlandse connectie. “Mmm, ja, dat was Dudley. Hele andere familie,” zegt hij enigszins afwezig. Voor wie zich afvraagt hoe dat eigenlijk kan, Britse adel die nog altijd in grote paleizen woont – die zijn vaak ondergebracht in een stichting die het geheel exploiteert door toegang te heffen en er horeca en landgoedwinkels te exploiteren. Holkham heeft nog een mooie extra. Het landgoed grenst aan de kust. Je mag op het adellijke strand, maar het is wel betaald parkeren.
Venetië
De excursie voert langs twee landhuizen, straks arriveren we in Burghley House. Maar de tentoonstelling toont ook kunst uit de collectie van en derde adellijk huis, Woburn Abbey in Bedfordshire. Hier was het John Russell, die in 1735 de vierde duke (hertog) van Bedford werd, die aan het verzamelen sloeg. En hoe. In Venetië raakte hij in de ban van de stadsgezichten van Canaletto. Uiteindelijk zou hij 24 werken van de meester aankopen en die hangen allemaal in de eetzaal van Woburn Abbey. Twee ervan zijn straks te zien in het Mauritshuis.
Hij liet zich belazeren door Italiaanse handelaren die vervalste klassieke beeldjes verkochten
De familie Cecil was een van de geslachten die zich in de roerige Elizabethiaanse zestiende eeuw naar boven elleboogden. William Cecil was lang minister van financiën. Hij liet Burghley House bouwen, een groot landhuis in de Tudorstijl, eigenlijk een kleinere versie van het bekende koninklijke buiten bij Londen, Hampton Court. Twee telgen uit deze familie sloegen aan het verzamelen, John de vijfde graaf van Exeter, en Brownlow, de negende earl in de rij. John reisde in de zeventiende eeuw vier keer met zijn vrouw door Europa om kunst te verzamelen voor Burghley House. Meubels en wandtapijten kochten ze, maar vooral heel veel schilderijen. Echt relaxed waren die trips niet. De kinderen gingen mee en ook vele bedienden en tientallen paarden. Koetsen raakten defect, paarden bezweken.
In de ban
Conservator Jon Culverhouse, vertelt er vanuit zijn rolstoel met smaak en soms enig dedain over. “De vijfde earl was eigenlijk een veredelde toerist. Hij liet zich belazeren door Italiaanse handelaren die vervalste klassieke beeldjes verkochten.” Zijn achterkleinzoon Brownlow, die door een gunstig huwelijk veel te besteden had, maakte het volgens Culverhouse nog bonter. Hij raakte in Napels in de ban van de Zwitsers-Oostenrijkse kunstenares Angelica Kauffman, dé society-ster van haar tijd in Italië. “Brownlow laat zich door haar portretteren met de Vesuvius op de achtergrond. Het was allemaal showing off. Hij kocht veel ander werk van Kauffman. Zijn personeel vroeg zich elke dag af waarmee hij nu weer zou thuiskomen.” Uiteindelijk bemachtigde Brownlow ook nog een portret van Kauffman van de hand van de Britse schilder Nathaniel Dance. Deze Dance was ook al gek op de kunstenares, die voor enige jaren zijn geliefde was. Beide portretten komen naar Den Haag.
We wandelen nog wat door het park om het Brideshead Revisited-gevoel nog even vast te houden. Hier was het de vermaarde tuinarchitect ‘Capability’ Brown die het landschap vormgaf. Er zijn een langgerekte waterpartij met een ‘Lion Bridge’ en een beeldentuin en in het Garden Café wordt thee geserveerd. Daar is de bus alweer. Even later passeren we het grote hek. Het landgoed verdwijnt achter een muur. Terwijl we in ons hoofd nog door de rijkversierde kasteelzalen dwalen, dient het nuchtere heden zich aan in de vorm van het vliegveldje van Norwich. Nog even en dan zijn we weer in Nederland, het land waaruit de eerste graaf van Leicester, Robert Dudley, ooit berooid wegvluchtte.
‘The Grand Tour – Bestemming Italië’, van 18 september 2025 tot en met 4 januari 2026 in het Mauritshuis. Meer informatie.


