Het verhaal achter het Yi Jun Peace Museum: Koreaanse held stierf onder verdachte omstandigheden

De Koreaanse rechter Yi Jun wilde in 1907 de Vredesconferentie in Den Haag bijwonen om de vrijheid van zijn land te bepleiten. Zijn plotselinge dood in het armoedige Hotel De Jong riep vragen op. Nu is hij een held en een martelaar, het hotel werd een museum.

Door

Op zondagavond 14 juli 1907 werd de Koreaanse rechter en vredesstichter Yi Jun (1859-1907) dood gevonden op zijn kamer in Hotel De Jong aan de Wagenstraat in Den Haag. De doodsoorzaak werd nooit officieel vastgesteld. De Haagsche Courant meldde drie dagen later dat de rechter (47) was overleden aan complicaties na een kleine operatie, een Koreaanse krant had het over harakiri (zelfmoord), een van zijn reisgenoten, Yi Ouijong, zei dat Yi Jun stierf van verdriet en weer anderen gaven Japanse spionnen de schuld. Deze laatste optie lijkt het meest voor de hand liggend in dit verhaal, maar tot op de dag van vandaag is het raadsel niet opgelost. Volgens Yi Ouijong waren Yi Juns laatste woorden: ‘Help mijn land. De Japanners zijn bezig om Korea te verwoesten.’ Yi Ouijong verklaarde ook nog dat harakiri uitgesloten was. ‘Dat is een Japanse gewoonte, Koreanen doen dat niet en bovendien was Yi Jun een christen.’

Het hotel heet nu het Yi Jun Peace Museum en wordt beheerd door de 87-jarige Chang Joo Song en haar 90-jarige echtgenoot Kee Han Lee, allebei geboren in Korea. In 1972 kwam het echtpaar naar Nederland en in 1995 kochten ze Hotel De Jong om er een museum van te maken.

 

Het museum krijgt veel bezoekers, niet alleen uit Korea maar uit de hele wereld, ook Japanners
Chang Joo Song

 

De muren van het museum in de Wagenstraat hangen vol met Koreaanse teksten en foto’s, daartussen vind je hier en daar een Engelse vertaling. “Meneer Lee doet even een dutje,” zegt Song, een kleine vrouw met een ronde bril en een pientere blik, die vloeiend Engels spreekt. Als een jonge hinde draaft ze de trappen op en af. De devotie voor haar held Yi Jun is onmiskenbaar. De jaarlijkse herdenkingsceremonie van de sterfdag van Yi Jun is net achter de rug. Song laat foto’s zien van het jaar daarvoor met een speechende burgemeester Jan van Zanen. “Dit jaar was hij helaas verhinderd,” zegt ze. “Het museum krijgt veel bezoekers, niet alleen uit Korea maar uit de hele wereld. Ook Japanners.”

Missie

In 1907 was Den Haag even het centrum van de wereld. In de Ridderzaal op het Binnenhof werd de Tweede Internationale Vredesconferentie gehouden. Vertegenwoordigers van de belangrijkste landen ter wereld waren naar Den Haag gekomen om te praten over het behoeden van de vrede. De conferentie was nog maar net begonnen toen er ook drie Koreaanse diplomaten in Den Haag arriveerden. Yi Sangsul (hoogleraar), Yi Ouijong (onderminister) en Yi Jun waren door keizer Gojung van Korea met een speciale missie naar Nederland gestuurd, de treinreis had maanden geduurd. Direct na hun aankomst lieten ze weten dat Korea niet was uitgenodigd omdat Japan dat had verhinderd.

In 1905 was de keizer onder militaire dwang gedwongen geweest om een overeenkomst met Japan te tekenen. Volgens de Japanners was Korea nu een Japanse kolonie en zíj waren dus nu de officiële vertegenwoordigers op de conferentie. De missie van de drie diplomaten was een laatste poging (en wanhoopsdaad) om de bezetting van Korea nog eens onder de aandacht te brengen bij de machtigste landen ter wereld, maar ondanks al hun moeite startte de conferentie op 15 juni zonder Koreaanse delegatie.

Publiciteitsstrijd

De strijd werd verder via de media gevoerd. De Koreanen slaagden erin om regelmatig in het nieuws te komen. Ze hadden een manifest in het Frans opgesteld, de diplomatentaal van die tijd. De Courrier de la Conférence de la Paix besteedde op 30 juni 1907 uitgebreid aandacht aan de komst van de Koreanen en aan hun manifest. Enkele dagen later publiceerden ze een interview met Yi Ouijong – nog maar twintig jaar oud en een zoon van de keizer – waarin duidelijk werd dat hij hoopte op de onpartijdigheid van de afgevaardigden bij de conferentie en op de erkenning dat het Japanse optreden in Korea een schending van internationale conventies was. Hoofdredacteur William Stead vroeg Yi Ouijong ‘waarom hij met zijn onaangename aanwezigheid de rust van de conferentie wilde verstoren’. Het antwoord luidde dat hij niet meer wilde dan rechtvaardigheid: ‘Ik kom van een ver gelegen land en hoop hier gerechtigheid te vinden.’

Museum

Het Yi Jun Peace Museum in de Wagenstraat. (DHC/Fadel Dawod)

Zo ontstond een publiciteitsstrijd met de Japanners, die verklaarden dat de drie Koreanen hun keizer niet vertegenwoordigden, maar deze actie op eigen houtje hadden opgezet. De Koreanen antwoorden in een ‘Officieel Communiqué’ dat hun geloofsbrieven wel degelijk van de keizer waren: ‘Het keizerlijke zegel is echt, maar helaas kan de keizer de echtheid zelf niet meer openlijk verklaren, omdat Korea is bezet door het Japans leger.’

De Japanse reactie op het optreden van de Koreanen liet niet lang op zich wachten. Ze konden hen in Den Haag niet het zwijgen opleggen, maar ze konden wél ingrijpen in Korea. In de dagen die volgden, plaatste de Haagsche Courant elke dag een bericht over het mogelijke gedwongen aftreden van keizer Gojong. Eind juli werd hij inderdaad vervangen door zijn oudste zoon Yi Cheok. Het eerste bevelschrift van de nieuwe keizer (die niets meer te vertellen had) beval de bestraffing van de twee overgebleven Koreanen in Den Haag. Yi Jun was inmiddels dood.

Eerste steen

De missie was mislukt en Korea kwam praktisch helemaal onder Japans bestuur. Enkele jaren later werd het volledig ingelijfd door Japan. Yi Ouijong werd door een Japans gerechtshof in Seoul ter dood veroordeeld. Yi Sangsul kreeg een levenslange gevangenisstraf. Pas nadat Korea na de capitulatie van Japan in augustus 1945 weer onafhankelijk werd, konden de Koreanen eindelijk openlijk belangstelling tonen voor hun martelaar Yi Jun. Hij bleef in Den Haag begraven totdat zijn lichaam in 1963 naar Korea werd overgebracht. Op begraafplaats Nieuw Eykenduynen bevindt zich nu, ter nagedachtenis aan Yi Jun, een leeg grafmonument met daarnaast zijn borstbeeld. Toen Yi Jun er nog begraven lag, maakten reizende Koreanen regelmatig een tussenlanding in Nederland om ’s nachts in Den Haag over het hek te klimmen en zijn graf te bezoeken.

In de kamer waar Yi Jun in 1907 gevonden werd, staat een smal houten bed, bedekt met briefjes en tekeningen van bezoekers, aan de wand hangt een replica van het kostuum dat hij altijd droeg: een tweedpak met vest, donkere broek, wit overhemd en lichtgrijze das. “Hij werd gevonden om zeven uur ‘s avonds door het hotelpersoneel,” zegt Song nog eens. “De doodsoorzaak is nooit door artsen onderzocht.”

Enkele weken nadat Yi Jun was overleden, werd de eerste steen van het Vredespaleis gelegd.

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van