Boek over Haagse classicus: Spion voor de nazi’s en toch leraar op het Sorghvliet

In het fascinerende boek ‘Hoe een classicus nazispion werd’ wordt de doopceel gelicht van een even unieke als omstreden figuur: de deels Haagse classicus Lambertus Elferink.

Door

Wat hebben David Cohen van de Joodse Raad, Piet Meertens, volkskundige en meneer Beerta in de romanreeks ‘Het Bureau’, de Joodse oplichter en verrader Friedrich Weinreb, de Britse meesterspion Kim Philby en oud-burgemeester Jozias van Aartsen met elkaar gemeen?

Allen hebben zij op enig moment in hun leven te maken gehad met Lambertus Elferink (1910-1992). De lang niet volledige opsomming van bekende namen oogt wat theatraal, maar geeft wel aan dat deze Elferink een man was die in academische kringen verkeerde, maar er ook minder onschuldige bezigheden op nahield. Als jong classicus in Amsterdam onderzocht hij het werk van Augustinus, maar schreef hij ook al antisemitische artikelen. In de oorlog werkte hij als spion voor de Duitsers in Zuid-Afrika, wat hem in Britse en later Nederlandse gevangenschap deed belanden. En uiteindelijk dook Elferink op in Den Haag.

Avonturen

Archeoloog Arnold Carmiggelt en zijn partner, tekstschrijver Marieke Keur, reconstrueren de krankzinnige avonturen van Elferink in het boek ‘Hoe een classicus nazispion werd’. Carmiggelt kwam Elferink op het spoor toen hij onderzoek deed naar de Amsterdamse archeoloog Assien Bohmers. In diens entourage en die van de hoogleraar David Cohen, die later een van de voorzitters van de Joodse Raad zou worden, treffen we de jonge Elferink rond 1930 aan. Hij leert hier ook Meertens kennen, met wie hij bevriend raakt.

 

De auteurs maken veel werk van het schetsen van de politieke situatie

 

Elferink is intelligent en welbespraakt. En aartsconservatief. Daarom spreken fascisme en nationaalsocialisme hem aan en daarin dan weer in het bijzonder het antisemitisme. Citaat uit een stuk dat hij schrijft voor een Vlaams-Diets tijdschrift: ‘En zo heeft dit wezen [de Jood, red.] onze cultuur omkneld, dat het niet meer als een onschuldige vlieg is te verjagen, maar dat het slechts met inspanning van alle krachten uitgedreven kan worden…’

In het verlengde hiervan is Elferink ook een groot voorstander van een door blanke boeren gedomineerd Zuid-Afrika. Van de Britse overheersing daar moet hij niets hebben, een sentiment dat hij deelt met zijn eerste vrouw, een Zuid-Afrikaanse. De auteurs maken veel werk van het schetsen van de politieke situatie in dat land, dat grossiert in duistere verenigingen en broederschappen, de ene nog racistischer dan de andere. In dit troebele water gaat nazi-Duitsland vissen om Engeland te verzwakken, en een van hun belangrijkste werktuigen wordt Elferink.

Spionageroman

Het boek krijgt hier de trekken van een spionageroman. Elferink vestigt zich in de Kaapprovincie en reist op en neer naar het spionnennest Lourenço Marques (Maputo) in het neutrale Portugees-Mozambique. In het kort: hij verzamelt inlichtingen en helpt een van de Boeren-clubs met het voorbereiden van een opstand. Het wordt allemaal niets, constateert Berlijn uiteindelijk, maar intussen hebben ze wel forse bedragen overgemaakt naar hun intellectuele spion, die soms doodleuk laat weten dat hij even geen tijd heeft omdat hij op Augustinus wil promoveren aan de universiteit van Pretoria. Wat hem ook lukt.

 

Opvallend is dat noch de Britse, noch de Nederlandse geheime dienst Elferink aan het praten krijgt

 

Maar de Britten zitten intussen niet stil. Met behulp van de Nederlandse regering in ballingschap wordt Elferink in 1943 in de val gelokt en naar Engeland afgevoerd. Dat is het begin van lange jaren van gevangenschap, tot 1949, eerst bij de Britten, later onder meer in Scheveningen. En daar leert de antisemiet Elferink de Jood Weinreb kennen. De twee intellectuelen raken bevriend; net als zijn vriend laat hij nu zijn baard staan. Pas veel later, als Weinreb voor de zoveelste keer voor onzedelijk gedrag wordt opgepakt, verbreekt Elferink de vriendschap.

Bewijsmateriaal

Opvallend is dat noch de Britse, noch de Nederlandse geheime dienst Elferink aan het praten krijgt. In Engeland houdt ook Kim Philby van MI6 zich nog even met hem bezig. Dé Kim Philby, die dan al in het geheim voor de Russen werkt en die pas in 1963 zou worden ontmaskerd, maar naar de Sovjet-Unie ontkwam. Er komt geen rechtszaak tegen Elferink, want de Britten kunnen hun bewijsmateriaal niet overleggen omdat ze bronnen en methodes moeten beschermen. In Den Haag wordt uiteindelijk geconcludeerd dat Elferink Nederland geen schade heeft berokkend. Hij wordt vrijgelaten. Zijn huwelijk is intussen spaak gelopen.

 

Wat niet iedereen zal bevallen, zijn de vele ‘gedramatiseerde’ fictieve stukken

 

Veel hebben de auteurs blootgelegd, alleen niet hoe het kan dat Elferink in 1949, officieel platzak, in Den Haag het herenhuis Pansierstraat 1 koopt – huidige waarde: 1,1 miljoen euro. Het kan niet anders dan dat hij een fiks deel van zijn Duitse verdiensten ergens in het buitenland had weggezet. Hier resideert ‘de professor’, zoals de buurt hem liefkozend noemt, als een wijsgeer met zijn boeken, wijn en sigaren.

Hoe een classicus nazispion werd

Het huis Pansierstraat 1, waar Elferink van 1949 tot 1992 woonde. (DHC)

Sorghvliet

Elferink gaat als leraar werken op wat nu het Christelijk Gymnasium Sorghvliet heet; zijn oorlogsverleden blijft geheim, mede doordat hij nooit is veroordeeld. Veel leerlingen lopen met hem weg. Never a dull moment met ‘Barbarossa’, zijn bijnaam op school. Hij gaat madrigalen met ze zingen, regisseert tragedies. Leerling Jozias van Aartsen herinnert zich later dat Elferink Grieks doceerde als een levende taal: ‘gewoon beginnen met lezen’ en ‘hop, “Anabasis” van Xenophon in de tweede klas’. Elferink vertrekt om onopgehelderde redenen in 1964 naar het Huygens Lyceum in Voorburg. Daar raakt hij al snel in conflict met de rector: einde carrière. Hij leeft nog lang, hertrouwt met een oud-leerling, beweegt zich in rechts-reactionaire kringen, wordt langzaam dement en sterft uiteindelijk in 1992.

Carmiggelt en Keur slaagden er door lang en gecompliceerd onderzoek in dit uitzonderlijke levensverhaal fraai te reconstrueren. Een enkele keer waaiert het verhaal wat breed uit, bijvoorbeeld wanneer het gaat over de Zuid-Afrikaanse politiek. Ook wordt de Weinreb-episode onlogisch in fragmenten opgedist. Wat niet iedereen zal bevallen, zijn de vele ‘gedramatiseerde’ fictieve stukken. Die zijn wel duidelijk gemarkeerd en afgeleid van in noten genoemde bronnen. Het is bovendien zo gedaan dat je ze kunt overslaan. Ze verlevendigen het boek, alleen het laatste fragment is raar. Daar kijken en luisteren we mee met een ‘vreemdeling’ die Elferinks begrafenis bezoekt en nog een praatje aanknoopt met de overledene en hem beoordeelt. Een normale conclusie had ook gekund.

Arnold Carmiggelt en Marieke Keur, ‘Hoe een classicus nazispion werd’. Uitgever: Walburg Pers. Prijs: € 29,99.

De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van