100-jarige Femke Groustra legt krans bij Indië-herdenking: ‘De geest overwint, zo is het’
Femke Groustra-de Kat legt vrijdag samen met haar oudste dochter en een kleindochter de ‘driegeneratiekrans’ bij het Indisch Monument. Ze blikt terug op haar kamptijd en de Bersiap in het voormalige Nederlands-Indië.
Begin dit jaar werd ze honderd. Ze woonde tot vorig jaar nog zelfstandig in Duinoord. En ze weet alles nog. Femke Groustra-de Kat vertelt haar verhaal in lange, verzorgde zinnen. Geregeld vallen Indische woorden. Het is alsof het allemaal kortgeleden is gebeurd.
Het begon voor haar in Indië als de bekende vooroorlogse idylle. Een geprivilegieerd bestaan met haar familie in mooie huizen met personeel. Haar vader was ingenieur. Dat veranderde in 1942, toen de Japanners Nederlands-Indië bezetten. “lk kwam als 17-jarige met mijn moeder en drie zussen terecht in het kamp Tjideng in Batavia. Dat werd geleid door de wrede commandant Kenichi Sonei. Ze zeiden dat hij maanziek was. Bij volle maan ging hij gekke, wrede dingen doen. Hij werd ook door zijn eigen manschappen gevreesd. In de loop van de oorlog heeft zich een keer een soort Dolle Dinsdag voorgedaan in het kamp. We gingen allemaal ‘gedekken’, handelen met Indonesiërs door de hekken heen. Sonei zette de bewakers die dat hadden toegelaten op een rij en scheurde met zijn handen hun mondhoeken uit; hij was heel sterk. De vrouwen liet hij kaalscheren, waarbij stukken vel werden meegetrokken. Ik was niet bij het hek geweest, dus ik had geluk.”
Ter dood
Deze Sonei was een geval apart. Hij is de enige Japanse kampcommandant die door een Nederlandse militaire rechtbank ter dood is veroordeeld, wegens het uitoefenen van een ‘systematisch terreurbewind’. Een gratieverzoek mocht niet baten; een vuurpeloton beëindigde zijn leven. Femke Groustra heeft daar gemengde gevoelens over. “Ondanks alle ellende die ik meemaakte, wilde ik de Japanners niet haten. Wat zij de tienduizend vrouwen en kinderen van Tjideng aandeden, was hun zaak. Met het vernederen, mishandelen en uithongeren moesten zij zelf maar in het reine zien te komen. ‘De geest overwint’, staat op het Indisch Monument. Zo is het. Het is ook een verhaal van saamhorigheid, van al die vrouwen die elkaar steunden. Ik zag het als uitdaging deze periode te doorstaan. Dat is mijn redding geweest. Deze dichtregel van Ella Wheeler Wilcox zat in mijn hoofd: ‘It is easy enough to be pleasant, / When life flows by like a song, / But the man worth while is one who will smile, / When everything goes dead wrong’. ”
Colt 43
Na de Japanse capitulatie was de ellende verre van voorbij voor de Nederlanders en Indo-europeanen. Jonge, radicale Indonesiërs openden de jacht op de vrijgelatenen uit de kampen. De periode staat bekend als de Bersiap, het Indonesische woord voor ‘wees paraat’. Femke Groustra en haar zussen werden met hun vader en broer herenigd in Bandung. Wat volgde, is een lastig samen te vatten verhaal. Groustra: “We vormden een groep en verschansten onszelf in een groot huis buiten Bandung. We hadden via de Engelsen wat wapens gekregen. Ik liep rond met een handgranaat en een Colt 43. Het was heel spannend en gevaarlijk. De ene keer doken er Indonesiërs op met houten geweertjes, die we weg konden jagen. Maar later kwamen ze aanzetten met automatische wapens. Eén meisje van onze groep is omgekomen. Uiteindelijk zijn we door de Engelsen ontzet en naar Bandung gebracht.”
Hij had alleen het pyjamajasje van zijn vader nog
De familie keerde berooid terug naar Nederland. Femke ging rechten studeren, werd praeses van de VVSL (Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden, later met de mannen samen: Minerva), trouwde, kreeg kinderen, emigreerde naar Canada, scheidde en keerde met de kinderen terug naar Nederland. Dat was een moeilijke periode, waarin ze zich als alleenstaande moeder staande moest zien te houden. Toen ze een baan kreeg bij de afdeling Oceanografie van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen begon het leven weer te zingen als een lied. Maar de Indische drama’s hebben haar nooit losgelaten.
Oorlogsleed
Als lid van Raad Uitkeringen Burger-oorlogsslachtoffers (RUBO) streed ze later voor erkenning van het leed in Indië. “Het ging daar vooral over het oorlogsleed in de Duitse kampen. Indië kwam er bekaaid af. Ik herinner me een zaak van een Ambonese jongen die alleen in de jungle moest zien te overleven nadat de Japanners zijn vader hadden vermoord. Hij had alleen het pyjamajasje van zijn vader nog. Dat trok hij aan, dan rook hij zijn vader. Ik heb gevochten voor die jongen, maar de rest van de raad wees het verzoek om een uitkering af. Dat vond ik verschrikkelijk en dat heb ik gezegd. Later kwamen de andere leden gelukkig op hun besluit terug.”
Koningin Beatrix complimenteerde mij omdat ik zo lang had gestaan
In de jaren tachtig van de vorige eeuw was Femke Groustra betrokken bij de voorbereiding van de plaatsing van het Indisch Monument bij de Waterpartij. “De gemeente had het eerder over een naald of zoiets. Dat is het stomste en meest onbenullige wat je kunt doen, heb ik gezegd. Uiteindelijk werd het de beeldengroep van Jaroslava Dankova, die ik erg mooi vind.”
Bij de onthulling in 1988 stond Groustra naast de Nederlandse vlag als vertegenwoordiger van de vrouwen en de kinderen uit de kampen. “Koningin Beatrix complimenteerde mij omdat ik zo lang had gestaan. Ik zei toen dat het wel heel lang had geduurd, een eigen herdenking en een eigen monument voor 15 augustus. ‘Wij waren ook uw onderdanen.’ Daar was ze het wel mee eens. Het werd een goed gesprek, ook doordat ik haar adjudant in buitengewone dienst, Rudy Boekholt, nog kende uit Indië. Wij zaten samen in een door mijn moeder opgezet schoolklasje. Dat hield op toen we het kamp in moesten.”
Vrijdagavond legt Femke Groustra de ‘driegeneratiekrans’ met haar dochter Marjolijn en kleindochter Josje. De krans staat voor het belang van het doorgeven van het verhaal. “Ik blijf het vertellen,” zegt ze.
De Nationale Herdenking 15 augustus begint vrijdag om 18.45 uur bij de Waterpartij. De plechtigheid wordt rechtstreeks uitgezonden op NPO 1. Meer informatie: www.15augustus1945.nl
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.