Opnieuw een boek over de Kop van Jut, maar nu het hele verhaal

Den Haag stond op zijn kop in 1872. Het horrorverhaal van Hendrik Juts dubbele roofmoord was wel bekend, maar is nu tot in detail uitgezocht.

Door

‘De Kop van Jut is niet meer’, kopte het AD in 1968. Het stukje ging over de bizarre geschiedenis van het hoofd van de negentiende-eeuwse Haagse moordenaar Hendrik Jut, dat lang op sterk water was bewaard in de collectie van de Groningse universiteit. De glazen pot ging lekken, het hoofd ging rotten. Het werd gecremeerd. Wat tot op de dag van vandaag resteert, is een gipsen dodenmasker van Jut. En natuurlijk de uitdrukking en de kermisattractie met de hamer.

Jut vermoordde in december 1872 met betrokkenheid van zijn geliefde Christina Goedvolk in een huis aan het (tegenwoordige) Huygenspark de rijke weduwe Maximiliana van der Kouwen-ten Cate (62) en haar dienstbode Leentje Beelo (27). Hij stak ze dood met een groot mes. Het ging om een roofmoord. De zaak hield stad en pers maandenlang in zijn greep. Het duurde uiteindelijk zo’n drie jaar voordat de politie Jut en Goedvolk op het spoor kwam. Ze werden berecht. Jut kreeg levenslang en Goedvolk twaalf jaar. Niet alleen Den Haag was in de ban van de gruweldaad en alles eromheen, het hele land keek en leefde mee. Er werden gedichten en liederen gemaakt, er was zelfs een theatervoorstelling en de bekende kermisattractie zag het licht.

Als de krant

Deze week verschijnt het boek ‘Goedvolk en de Kop van Jut’ van journalist Paul van der Steen. Het is een doorwrochte studie, waarvoor veel archiefmateriaal en literatuur is bestudeerd. De titel geeft al aan dat behalve Jut ook zijn vrouw een grote rol speelt. Het boek leest als de krant of als een roman. Dat was ook een bewuste keuze van de auteur. Niet voor niets valt het verhaal in twee delen uiteen: ‘Misdaad’ en ‘Straf’, uiteraard een verwijzing naar het meesterwerk van Dostojevski waarin ook twee vrouwen worden vermoord.

 

Een beetje vergezocht maar toch aardig, is het uitstapje naar de slechte staat waarin het Binnenhof verkeerde

 

Van der Steen vertelt het sensationele verhaal, maar schetst tegelijk een tijdsbeeld door telkens kort uit te wijden over bredere thema’s als criminaliteit, stadsontwikkeling en andere zaken. Een beetje vergezocht maar toch aardig, is het uitstapje naar de slechte staat waarin het Binnenhof verkeerde (ook toen al). De aanleiding is dat de rechtszaak plaatsvond in de vervallen Rolzaal achter de Ridderzaal. Het gerechtshof zetelde daar destijds.

Hoofdrolspelers

Om even bij de rechtszaak te blijven: wat een hoofdrolspelers, even afgezien van de beklaagden! De advocaat van Jut was Pieter Cort van der Linden, de latere premier. Willem Thorbecke, zoon ván, stond Goedvolk bij. Als officier van justitie trad Felix van Maanen op, kleinzoon van de gelijknamige bekende en beruchte minister van Justitie van het vroege Koninkrijk.

 

Die bijbel wordt bewaard in het Haags Gemeentearchief, waar de auteur hem inzag

 

Voor Van der Linden was er niet veel eer te behalen aan de zaak, want de labiele Jut had een volledige bekentenis afgelegd. Maar Thorbecke sleepte voor Goedvolk toch een relatief milde straf uit het vuur. Het opzetje van beide verdachten – dat Jut alle schuld op zich zou nemen – slaagde. Van der Steen maakt aannemelijk dat Goedvolk in feite zwaar medeplichtig was, al hanteerde ze dan niet het mes. Ze was als voormalig werkneemster van de weduwe betrokken bij de planning. Daardoor rook dienstbode Beelo geen onraad en opende ze de deur toen het tweetal zich laat op de avond meldde. En Goedvolk wist ook waar de buit – sieraden, geld en waardepapieren – lag. De weduwe had namelijk de rare gewoonte om te showen met haar rijkdommen.

Huwelijksbijbel

Van der Steen toont ook aan dat de degelijke Cort van der Linden de rechtbank poogde te misleiden. Kort na de misdaad trouwden Jut en de zwangere Goedvolk op stand, in de Kloosterkerk op het Lange Voorhout. Ze kregen toen volgens goed gebruik een huwelijksbijbel. Jut zou daarin een godvruchtige opdracht hebben geschreven, volgens zijn advocaat. Klopt niet. Die bijbel wordt bewaard in het Haags Gemeentearchief, waar de auteur hem inzag. Geen geprevel van Jut.

 

En zo belandde de ‘kop’ dus in de anatomische collectie tussen gelige potten met embryo’s en Siamese tweelingen

 

Veelschrijver Eduard Douwes Dekker (Multatuli) kon dit toen niet weten, maar hekelde al wel de ‘knoeierige oneerlykheid’ van de advocaten, die van het proces een ‘wanstaltig toneelstuk’ hadden gemaakt. Hij verwierp alle verhalen over de gelovige Hendrik en ‘Stientje’ en raadde hun slachtoffers aan te verkassen naar de hel, als het de goede Jezus zou behagen het wrede echtpaar later tot de hemel toe te laten.

Tuberculose

Maar goed, het mocht Jut allemaal niet baten. Hij kreeg levenslang. Hij had geluk dat de doodstraf net was afgeschaft, anders was hij vrijwel zeker op het schavot beland. Het maakte uiteindelijk niet veel uit, want Jut bezweek twee jaar later in de gevangenis van Leeuwarden aan tuberculose. Zijn lichaam werd daarna gebruikt op de snijzaal van de universiteit. Eén van de studenten daar: de jonge Aletta Jacobs. De lijkenlucht zat daarna in haar ‘geurgeheugen’, schreef ze. En zo belandde de ‘kop’ dus in de anatomische collectie tussen gelige potten met embryo’s en Siamese tweelingen.

 

Van der Steen biedt de lezer veel waar voor zijn geld

 

Van der Steen biedt de lezer zoals gezegd veel waar voor zijn geld. We maken ook uitgebreid kennis met alle betrokken families. En de auteur houdt na de rechtszaak de draad vast. We krijgen nog veel te horen over Goedvolk, die hertrouwt, weer weduwe wordt en uiteindelijk aan de bedelstaf raakt. Ook het kind dat ze had met Jut, Angelica, wordt nog gevolgd. Komt in een weeshuis terecht, emigreert met een groep naar Amerika, keert weer terug, wijzigt haar naam, trouwt, krijgt kinderen en overlijdt uiteindelijk in 1915 na een val van de trap.

Daarmee is het boek ook een bijdrage aan de geschiedschrijving over gewone lieden en zeker ook gewone vrouwen. De in de rechtszaak optredende Thorbecke, Van der Linden (dat ‘Cort’ voegde Pieter eraan toe om deftiger te lijken) en Van Maanen werden geboren in een welgesteld milieu. Voor de meerderheid van de Hagenezen gold dat niet, en tussen die onfortuinlijken treffen we Hendrik Jut en Christina Goedvolk aan. Hun zoektocht naar een beter leven ontspoorde jammerlijk en eindigde met moord en doodslag.

Paul van der Steen, ‘Goedvolk en de Kop van Jut – Nederland in de ban van een dubbele moord’. Uitgever: Alfabet Uitgevers. Prijs: € 23,99.

Standaardportret
Bekijk meer van