Recensie: Schrijver Christiaan Weijts slentert met een scherpe blik

De essays van Christiaan Weijts in zijn nieuwe bundel ‘Flaneren kun je leren’ zijn verrassende zwerftochten door onze hedendaagse wereld.

Door

‘Flaneren’ heeft voor de meesten van ons de betekenis van rondslenteren om gezien te worden. Het beeldje van de Haagse flaneur, eerbetoon aan de journalist Mr. Elias, is ook een duidelijke knipoog naar die pose. Maar dat is niet het soort koket flaneren waarop de Haagse schrijver Christiaan Weijts doelt met de titel van zijn jongste essaybundel ‘Flaneren kun je leren’. Voor Weijts gaat het alleen om het anoniem rondhangen, het slenteren, even opgaan in de wirwar van het stedelijke, moderne leven. Letterlijk en figuurlijk. En ga je erover schrijven, dan geldt alleen dat je dat goed doet. Voor de rest heerst er de vrijheid, of zoals hij het noemt: ‘literaire jazz’. Alles mag. Als het maar goed is.

Christiaan Weijts kent de lezer van zijn wekelijkse rubriek op pagina twee in deze krant. Hij schrijft voorts columnachtige stukken voor NRC en De Groene Amsterdammer. Ook als auteur van romans is hij bekend. Voor zijn romandebuut ‘Art. 285b’ kreeg hij de Anton Wachterprijs en het Gouden Ezelsoor. Zijn laatste roman, ‘De goddelijke comedyclub’, speelt in de regio tussen Leiden, Den Haag en Delft, en gaat ten dele over de coronacrisis en een groep stand-upcomedians. Aan verrassende onderwerpen heeft de schrijver geen gebrek. Dat heeft te maken met zijn manier van kijken: journalistiek nieuwsgierig en actueel, maar ook beschouwend.

Omslag ‘Flaneren kun je leren’.

Omslag ‘Flaneren kun je leren’.

Moderne leven

Die combinatie van rondzwerven en goed om je heen kijken, waarna er een verdieping volgt, vind je in uitgesproken vorm in dit flaneerboek terug. Het is een dikke bundel geworden met heel uiteenlopende onderwerpen. De stukken en stukjes gaan over vakantie-ervaringen, boeken die hij gelezen heeft, politiek, kleine voorvallen in de stad, nieuwe trends in het moderne leven et cetera. Hij heeft ze uiteindelijk losjes gegroepeerd rond trefwoorden, maar met de nadruk op ‘losjes’.

 

Aan verrassende onderwerpen heeft de schrijver geen gebrek

 

‘Flaneren’ heeft voor de meesten van ons de betekenis van rondslenteren om gezien te worden. Het beeldje van de Haagse flaneur, eerbetoon aan de journalist Mr. Elias, is ook een duidelijke knipoog naar die pose. Maar dat is niet het soort koket flaneren waarop de Haagse schrijver Christiaan Weijts doelt met de titel van zijn jongste essaybundel ‘Flaneren kun je leren’. Voor Weijts gaat het alleen om het anoniem rondhangen, het slenteren, even opgaan in de wirwar van het stedelijke, moderne leven. Letterlijk en figuurlijk. En ga je erover schrijven, dan geldt alleen dat je dat goed doet. Voor de rest heerst er de vrijheid, of zoals hij het noemt: ‘literaire jazz’. Alles mag. Als het maar goed is.

Christiaan Weijts kent de lezer van zijn wekelijkse rubriek op pagina twee in deze krant. Hij schrijft voorts columnachtige stukken voor NRC en De Groene Amsterdammer. Ook als auteur van romans is hij bekend. Voor zijn romandebuut ‘Art. 285b’ kreeg hij de Anton Wachterprijs en het Gouden Ezelsoor. Zijn laatste roman, ‘De goddelijke comedyclub’, speelt in de regio tussen Leiden, Den Haag en Delft, en gaat ten dele over de coronacrisis en een groep stand-upcomedians. Aan verrassende onderwerpen heeft de schrijver geen gebrek. Dat heeft te maken met zijn manier van kijken: journalistiek nieuwsgierig en actueel, maar ook beschouwend.

Moderne leven

Die combinatie van rondzwerven en goed om je heen kijken, waarna er een verdieping volgt, vind je in uitgesproken vorm in dit flaneerboek terug. Het is een dikke bundel geworden met heel uiteenlopende onderwerpen. De stukken en stukjes gaan over vakantie-ervaringen, boeken die hij gelezen heeft, politiek, kleine voorvallen in de stad, nieuwe trends in het moderne leven et cetera. Hij heeft ze uiteindelijk losjes gegroepeerd rond trefwoorden, maar met de nadruk op ‘losjes’.

 

De manier waarop Weijts hier schrijft, snijdt meer hout dan ik elders heb gezien waar filosofen de narratieve crisis bespreken

 

Maar dan komt waar het Weijts uiteindelijk om gaat: de mens van heden heeft een schrijnende behoefte aan zingevende verhalen (in dit geval over de kosmische samenhang) in plaats van eindeloze reeksen data. Daar is vaker over geschreven, maar de manier waarop Weijts dat hier doet, is wel zo aanschouwelijk en snijdt meer hout dan ik elders heb gezien waar filosofen de narratieve crisis bespreken. Weijts pleit voor eerherstel van de metafoor. Mensen moeten hun rekensommen en dataverkeer weer leren aanvullen met denken dat in een breder geestelijk perspectief staat.

Carnaval

Op een vergelijkbare manier schetst hij hoe er gewerkt wordt in het Brabantse stadje Bergen op Zoom aan de opbouw van de wagens voor de carnavalsoptocht. Een oom van hem is daar nog bij betrokken geweest. De man is inmiddels gestorven. Je verwacht een verhaal over hoe de tijd het oude vakmanschap heeft vernietigd. Dat lijkt aanvankelijk ook helemaal het geval, omdat de vooruitgang ook hier van zich heeft doen spreken. Werken met draad, gaas en soortgelijk materiaal is er niet meer bij. Er wordt nu geprint. Totdat Weijts concludeert dat ondanks die printer de traditie eigenlijk nog altijd wordt doorgegeven. Het is een kwestie van goed kijken.

Ik hoop dat Weijts op zijn beurt nog lang in zijn traditie mag doorgaan, een traditie die begon met Montaigne: slenteren, kijken, nog eens kijken en dan overtuigend schrijven.

Christiaan Weijts, ‘Flaneren kun je leren’. Uitgever: De Arbeiderspers. Prijs: € 26,99.

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van