‘Stadje in de stad’ snakt naar echte opknapbeurt
Oprukkende schimmel, lekkages en andere gebreken plagen de bewoners van de historische Van Ostadewoningen in de Schilderswijk. Maar dat is maar een deel van het verhaal.
Een bewoonster die niet met haar naam in de krant wil, komt in een met verf bevlekte overall naar buiten. “Ik ben zelf aan het opknappen,” zegt ze. “Voor zover dat gaat. Kijk, hier in het halletje zie je de blazen van de schimmel onder de verf. Nog even en dan komt het er weer doorheen.”
Dat er in veel van de ongeveer tweehonderd Van Ostadewoningen in het Schilderswijkse complex problemen zijn, kwam in maart aan de orde in een tv-uitzending van ‘Radar’ (AVROTROS). Er zijn beneden- en bovenwoningen en vooral beneden doet zich schimmelvorming voor. De zolders van de bovenwoningen zijn vochtig. Mede naar aanleiding van die uitzending kwam de beheerder, de Makelaars Associatie (MAKAS) uit Scheveningen, wel enigszins in beweging. Klachten werden geïnventariseerd en soms verholpen, of er werden werkzaamheden vergoed.
Maar eigenlijk is er veel meer nodig, zegt bewoner Itai Cohn met wie we langs de schilderachtige huisjes wandelen. “Het grotere verhaal is dat we ervoor moeten zorgen dat deze unieke woningen er over dertig jaar ook nog staan. Als er nu niet breder wordt gerenoveerd, is het straks te laat. Het gaat nu even niet over casussen en verwijten over en weer.”
We zijn met zo’n vijftig bewoners samengekomen
Ook GroenLinks-gemeenteraadslid Vincent Thepass is aanwezig. “Verkrotting van een bijzonder monument dreigt,” zegt hij. “Er is decennialang te weinig onderhoud verricht. De bewoners hebben er recht op gezonde woningen.”
Een andere bewoner, Philip Veerman, houdt zich bezig met de oprichting van een bewonersvereniging. “Die gaat er komen. We zijn met zo’n vijftig bewoners samengekomen in buurthuis De Mussen. Binnenkort gaan we naar de notaris. Als de vereniging er is met een bestuur, staan we sterker in het overleg met de stichting die eigenaar is van de woningen en met de beheerder.”
Complicaties
Jeroen Janmaat van beheerder MAKAS gaat uitgebreid op de kwestie in. Hij wijst op vele complicaties, zoals de lage en dus vochtige ligging van de huisjes, de monumentenstatus die goed is maar beperkingen oplegt bij werkzaamheden en het feit dat het nu eenmaal een negentiende-eeuws complex is. “Kleinere klachten proberen we snel te verhelpen. Als er een huisje leeg komt, volgt er een interne renovatie. Er komt cv in, keuken en natte cel worden vervangen. De huur gaat dan wel wat omhoog.”
In feite lopen onze belangen en die van de bewoners parallel
Maar waar Cohn en de zijnen nu op doelen, is een totale renovatie en verduurzaming van gevels en daken. Janmaat: “We hebben externe rapporten laten opstellen, die door het bestuur van de stichting worden onderschreven. En we zijn met de gemeente in overleg. Maar het is wel duidelijk dat de vergunningstrajecten lang gaan duren. Ook wij erkennen dat het een bijzonder complex is. In feite lopen onze belangen en die van de bewoners parallel. Dat er een bewonersvereniging komt, juich ik toe. Die kan voor ons een aanspreekpunt worden.”
Doelgroep
Cohn en Veerman, beiden van Joodse komaf, behoren in feite tot de originele doelgroep van het complex. Het maakte deel uit van bredere pogingen in de negentiende eeuw om de huisvesting van ‘minvermogenden’ te verbeteren. De stad ritselde van de zeer ongezonde sloppen (‘exploitatiehofjes’), waar soms cholera-epidemieën woedden. Verschillende particuliere organisaties begonnen hofjes te bouwen met behoorlijke woningen en goede sanitaire voorzieningen. Zo ontstond bijvoorbeeld Schuddegeest bij de Javastraat.
Hier is echt actie nodig, ook van de gemeente
De ‘Vereeniging tot verschaffen van woningen aan minvermogenden’ (nu een stichting), een initiatief van de Joodse koopman Jacob Simons, liet haar oog vallen op de Schilderswijk. Simons trok architect W.B. van Liefland (1857-1919) aan, een sociaalvoelend man die kosteloos ontwerpen leverde. Die grepen met hun vele trapgeveltjes terug op de Hollandse bouwkunst van de zestiende eeuw. In verschillende fasen ontstond uiteindelijk bijna een wijkje op zichzelf in het hart van de Schilderswijk. Veelzijdig was Van Liefland ook. Later zou hij Scheveningen verrijken met de (oude) Pier, het Palace Hotel en het Circusgebouw.
Oorspronkelijk waren de huisjes bedoeld voor Joodse Hagenaars die toen opeengepakt woonden in de oude Joodse Buurt bij de Nieuwe Kerk. Maar ze zouden een minderheid blijven; velen vonden de afstand naar de synagoge aan de Wagenstraat te groot en de huurprijs te hoog. En dus kreeg de bevolking een gemengd karakter.
Schoonheid
In de periode van de grootschalige stadsvernieuwing dreigden de Van Ostadewoningen verschillende keren te worden gesloopt, maar dat kon door acties worden voorkomen. In de twee helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw volgde een grote renovatie en in 1986 plaatste de gemeente het complex op haar eigen monumentenlijst. Met een uitgebreide lofprijzing: ‘Complex woningen van algemeen belang voor de gemeente ’s-Gravenhage wegens zijn schoonheid, zijn architectuurhistorische en sociaalhistorische waarde, waarvan de opzet als ‘Stadje in de stad’ in Nederland uniek is.’
“Nou, wat wil je nog meer?”, zegt Thepass, die er nog niet van overtuigd is dat het zomaar goed komt. “Hier is echt actie nodig, ook van de gemeente. Het is immers een gemeentelijk monument. Ik ga hier schriftelijke vragen over stellen aan het college van B en W.”
De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.