Vechtkunstschool WuDae viert vijfentwintigjarig bestaan: ‘Je leert hier een manier van leven’

Een blind oog leidde Bas Spaargaren naar zijn roeping. Inmiddels bestaat zijn vechtkunstschool WuDae een kwarteeuw. “Mijn droom is om op mijn 112de mijn laatste wing-chunbeweging te maken en dan dood neer te vallen.”

Door

In eerste instantie ziet de vechtkunstschool van Bas Spaargaren aan de Loosduinsekade er behoorlijk traditioneel uit. Op de voordeur prijkt in grote letters het woord ‘kungfu’, binnen sieren Chinese posters de wanden en boven de ingang van de trainingsruimte hangt een pagodedakje. “Dat was van een Chinees restaurant,” zegt de eigenaar lachend, waarmee hij het vooroordeel van strikte regels en rituelen die bij de vechtkunst horen meteen ontkracht. “Je hoeft hier niet te buigen voor de les. Ik doe het wel, maar meer om mezelf mentaal aan te geven dat ik ga trainen. Als je even geen zin meer hebt, kun je gewoon aan de kant zitten,” vertelt Spaargaren, die gespecialiseerd is in wing chun. Leerlingen van andere scholen spreken hem soms aan met ‘shifu’, de gebruikelijke titel voor een wing-chunleraar, maar ook dat wijst hij af. “Ik ben gewoon Bas.”

Dit jaar viert hij met zijn wing-chunschool WuDae het 25-jarig bestaan. De vechtkunst is een vorm van kungfu en is bij het grote publiek vooral bekend van actiefilms; acteur Bruce Lee hielp de vechtkunst wereldwijd te verspreiden. In talloze Chinese kungfufilms zijn vloeiende, bijna dansachtige bewegingen te zien rond een grote, ronde houten paal met een soort korte armen. Zo’n trainingsinstrument staat ook in de vechtkunstschool aan de Loosduinsekade. “Elke aanval is een verdediging, elke verdediging is een aanval,” legt Spaargaren uit. “Je gebruikt de kracht van de ander. Komt een tegenstander naar je toe, dan begeleid je zijn beweging en sla je terug met je hele lichaam.”

Blind

In wing chun draait het dus niet om grote, zwaaiende stoten vanuit de schouder, bedoeld om een tegenstander buiten bewustzijn te slaan. Al is Spaargaren wel vertrouwd met het zwaardere werk. Voordat hij zich toelegde op wing chun was hij een fanatiek kickbokser. De geboren Noord-Hollander trainde bij de Amsterdamse kickboksschool Chakuriki, waar ook wereldkampioenen Badr Hari en Peter Aerts hun basis legden. Na een ongeluk verloor Spaargaren het zicht in zijn rechteroog. Door het ontbreken van dieptezicht werd het lastig om stoten te zien aankomen en artsen adviseerden hem geen klappen meer te incasseren.

 

Elke aanval is een verdediging, elke verdediging is een aanval
Bas Spaargaren

 

“In een vechtsportmagazine stond een artikel over wing chun, met een foto van twee mannen die geblinddoekt trainden. Toen dacht ik: als zij dat blind kunnen, dan kan ik het ook met één oog,” vertelt Spaargaren. Hij beëindigde zijn studie fiscale economie, trainde jarenlang intensief en verhuisde van zijn geboortedorp Zwanenburg naar Den Haag. Hier werkte hij enkele jaren als postbode. Daarnaast trainde hij en gaf hij les, totdat hij zijn leven volledig in dienst stelde van wing chun. “Mijn droom is om op mijn 112de mijn laatste wing chun-beweging te maken, en dan dood neer te vallen,” zegt hij grappend maar ook serieus.

Filosofieën

Voor de verslaggever met een judo-achtergrond zijn de bewegingen tijdens de training onherkenbaar. Wing chun volgt duidelijk andere wetten. “Het voelt in het begin heel onnatuurlijk,” erkent Spaargaren. “Bij het kickboksen kwam ik binnen met een vol hoofd en ging ik ontspannen naar huis. Bij wing chun was dat de eerste jaren precies andersom: ik kwam terug met alleen maar vragen, en met bewegingen die ik niet begreep.”

Maar werkt deze vechtkunst ook in een écht gevecht? Spaargaren zucht hoorbaar; het is een vraag die hij al vaak heeft gekregen. “Ik vind het een volkomen lege vraag,” bijt hij de vraagsteller toe. “De beste bokser kan tegen de beste Braziliaanse jiujitsuka vechten en toevallig winnen, omdat die zijn dag niet heeft. En dan is boksen ineens ‘de beste sport ter wereld’. Een paar weken later kan diezelfde bokser in de kroeg weer van een ander verliezen. Het zegt allemaal niets.” Waar het om gaat, benadrukt Spaargaren, zijn de onderliggende principes. “Wat ik je hier leer, zijn filosofieën, een manier van leven en een verfijnde controle over je lichaam. Dat is voor mij veel belangrijker.”

De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van