Onderzoek naar misdaad en straf van 1600 tot 1800: Inbreken in Huis ten Bosch? Doodstraf!

Studenten van de Universiteit Leiden onderzochten de strafrechtpleging in Den Haag tussen 1600 en 1800. Veel vrouwen en soms ook kinderen gingen in de fout.

Door

Ze heetten Claes, Dirck en Jan en Jan. Haagse straatschoffies, in leeftijd variërend van 14 tot 16 jaar. Op een dag in 1657 leek het ze een goed idee om in te breken in Huis ten Bosch, toen de residentie van Amalia van Solms, weduwe van stadhouder Frederik Hendrik. Met planken werden twee bossloten gepasseerd, met een breekijzer een deur van het souterrain. Daarna volgde een wilde tocht door fraaie vertrekken, waar gordijnkwasten en ander passementswerk werden buitgemaakt.

“Maar ze werden gepakt,” vertelt student geschiedenis Maartje van Dijk, die hun dossier bestudeerde. “Bij de ondervraging in de Gevangenpoort ontkenden ze. Onder tortuur bekende Claes (16) uiteindelijk. Ondanks zijn leeftijd kreeg hij de doodstraf. De anderen werden gegeseld en moesten toekijken bij de executie van Claes.”

Gewone mensen

Een mooi maar gruwelijk verhaal, dat naar voren kwam in het uitgebreide onderzoek ‘Misdaad en straf’, waarvan de resultaten dinsdagmiddag werden gepresenteerd op de Haagse Campus van de Universiteit Leiden aan de Turfmarkt. Verhalen ontdekken was een van de doelstellingen, vertelt professor stadsgeschiedenis Manon van der Heijden. “Over gewone mensen. Dat ook de elite vastzat in de Gevangenpoort, zoals bijvoorbeeld Cornelis de Witt, wisten we wel. Maar er werden ook gewone mensen ondervraagd, gemarteld en berecht.” Vijf van haar studenten bestudeerden steekproefsgewijs 3500 dossiers van de magistraat (de gemeente) en het Hof van Holland (het rijk); beide maakten gebruik van de Gevangenpoort, die centraal stond in het onderzoek.

 

Het ging meestal om arme, alleenstaande vrouwen die werden veroordeeld voor bedelen, prostitutie of diefstal
Manon van der Heijden, professor stadsgeschiedenis Universiteit Leiden

 

Opvallend is dat 51 procent van de door de magistraat gedaagden vrouw was en 61 procent van buiten de stad afkomstig was. Van der Heijden: “Het ging meestal om arme, alleenstaande vrouwen die werden veroordeeld voor bedelen, prostitutie of diefstal. De straffen bestonden vaak uit geseling of verbanning. Voor het Hof van Holland verschenen veel minder vrouwen; hier ging het vaak om vermogensdelicten.”

Verreweg de meeste veroordelingen (mannen en vrouwen) hadden betrekking op bedelarij en vermogensdelicten. Volgens de onderzoekers spelen hier specifiek Haagse omstandigheden een rol. De stad had geen muren, waardoor je er makkelijk binnen kon komen. Daarnaast was er een grote economische ongelijkheid. Een kleine, rijke elite stond tegenover een fors aantal minvermogenden.

Chantage met baby

Opmerkelijk is de casus uit 1767 van een zekere Cornelia van der Redder, een prostituee. Zij chanteerde een klant, een houthandelaar uit Delft, door te zeggen dat ze zwanger van hem was en dat aan de grote klok zou hangen. Hij ging akkoord met een jaarlijkse ‘alimentatie’ van tweehonderd gulden. Maar er volgden aanvullende eisen en de zwangerschap bleek gefingeerd. De Delftenaar kreeg wel een baby te zien, maar die was geleend. Uiteindelijk kwam er een rechtszaak van. Cornelia werd veroordeeld tot levenslange verbanning uit Holland en West-Friesland. De onderzoekers van vandaag zien toch nog wel een lichtpuntje. Uit hun verslag: ‘Cornelia was weliswaar alleenstaand en had weinig middelen, maar ze was ook zelfstandig, kende de wetgeving rond alimentatie en ze wist haar criminele activiteiten goed te gebruiken als overlevingsstrategie.’

Scheenklemmen

De Gevangenpoort staat bekend om zijn collectie martelwerktuigen. Toch kwam ‘tortuur’ in de onderzochte periode niet al te vaak voor, ongeveer zes keer per jaar. Tot de pijnbank kwam het vrijwel nooit, maar de geniepige duimschroeven en scheenklemmen lagen binnen handbereik. Gewoon slaan kon ook. Bij dit alles speelde een rol dat iemand alleen bij een bekentenis kon worden veroordeeld. Bij onderzoek naar kleinere vergrijpen mocht niet ‘scherp worden geëxamineerd’, zoals dat toen heette.

 

Het boek werd op het schavot symbolisch verscheurd
Alexander Nuijten, student

 

Een aparte categorie vormde de drukperscensuur. In de zeventiende eeuw waren er zestien zaken, in de achttiende drie, vertelde student Alexander Nuijten. “Opvallend is dat soms boeken fysiek werden veroordeeld. Dat gebeurde bijvoorbeeld met een publicatie van de verlichtingsfilosoof Voltaire, wegens godslastering. Het boek werd op het schavot symbolisch verscheurd.” En dan was er nog de dichter Jacob Baroen, die massa’s spotdichten op de Oranjes maakte en godsdienstig gezien ook van leer trok. Na allerlei procedures, listige ontkenningen en interventies van vrienden werd hij uiteindelijk veroordeeld tot zes jaar tuchthuis. Hij mocht zijn straf uitzonderlijk genoeg in de ‘Voorpoort’ (Gevangenpoort) uitzitten onder een niet al te zwaar regime. Toen hij vrijkwam, maakte hij althans een lofdicht op de poort. ‘Vaar wel, o Poort, vaar wel gesloten huis / Gij waart voor mij toch geen onvriend’lijke kluis’ (fragment).

Gekerm

Voor het Haags Historisch Museum, waar de Gevangenpoort administratief onder valt, ging met het onderzoek een lang gekoesterde wens in vervulling, vertelde museumdirecteur Tjeerd Vrij. “We zijn een klein museum, dus we kunnen zelf nooit zo’n onderzoek doen. We hebben nu een schat aan informatie die we digitaal zullen presenteren. Ook gebruiken we de resultaten voor een nieuwe inrichting en opstelling in de cellen van de poort. Dat is de plek die de meeste historische sensatie biedt. Als je goed luistert, kun je er het gekerm van de gevangenen horen. De nieuwe inrichting is in januari klaar.”

De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van