Jong bij oud in woonzorgcentrum Scheveningen: een kamer in ruil voor aandacht

Twintigers die samen met negentigjarigen in een woonzorgcentrum wonen. Het gebeurt steeds vaker, aangejaagd door toenemende woningnood en eenzaamheid.

Door

“Niet valsspelen, hoor,” grapt Clara de Jager wanneer het de beurt is aan Sarah Baas om te sjoelen. “Ik houd je in de gaten,” waarschuwt de Scheveningse haar 67 jaar jongere tegenstander, die de ene na de andere steen in een vakje weet te schuiven. Eigenlijk is het Baas (23) die de ouderen tijdens de spelletjesavond in woonzorgcentrum De Thuishaven in de gaten houdt, samen met Magdalena Juckers (20). De studenten helpen een andere sjoelster uit haar stoel, herhalen de tussenstand voor een hardhorende en vergeetachtige deelneemster en brengen koffie, thee en koekjes rond. “Het zijn zulke prettige meisjes,” vindt De Jager (90), “echt lieverdjes.”

 

Omdat wij hier wonen, kunnen we makkelijk dan iets organiseren
Magdalena Juckers, student

 

Juckers en Baas wonen met ruim tweehonderd ouderen aan de Neptunusstraat in Scheveningen. Ze kwamen twee jaar geleden voor hun studie naar Den Haag. Via bemiddelingsorganisatie Connect Generations kregen ze een kamer in het woonzorgcentrum, in ruil voor hun aanwezigheid. De huur bedraagt 50 euro én 30 uur vrijwilligerswerk per maand. Hoe ze die tijd invullen, mogen ze zelf weten. “Er was overdag al bingo en bloemschikken, maar in de avonden gebeurde er niet veel,” vertelt Juckers. “Omdat wij hier wonen, kunnen we makkelijk dan iets organiseren.” Het werden spelletjes- en filmavonden. “Want dat vinden we zelf ook leuk.”

Aandacht

Connect Generations is in 2015 opgericht door Gitta Klopper (61), die 35 jaar in de zorg heeft gewerkt. “Ik zag de werkdruk toenemen, waardoor er steeds minder aandacht was voor eenzaamheid onder ouderen. Tegelijkertijd ondervonden mijn kinderen dat studeren duur en een kamer vinden lastig is. Door generaties samen te brengen, ondervang je beide problemen.” Inmiddels brengt de organisatie 250 studenten onder in kamers verdeeld over het hele land. In Den Haag zijn het er acht, inclusief de twee in De Thuishaven.

 

Op zondag komen ze meestal wel op visite, maar soms ben ik een beetje zielig
Clara de Jager

 

Op de muur achter De Jager staat Oud Scheveningen, een fragment van de Panorama Mesdag, afgebeeld. “Ik heb 48 jaar op de Westduinweg gewoond,” vertelt ze, “en daarna in een seniorenwoning aan de Kastanjelaan.” Het plan was om samen met haar man te eindigen in De Thuishaven. “Maar hij overleed een paar jaar geleden, dus ben ik hier alleen naartoe gekomen. Ik heb kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, maar die zijn allemaal druk. Op zondag komen ze meestal wel op visite, maar soms ben ik een beetje zielig. Dan is het gezellig dat ik hier een spelletje kan komen spelen.”

Baas wint de sjoelcompetitie, onder luid gejuich. “Leuk dat u erbij was,” zegt ze meerdere keren tegen een nieuwe bewoonster, die duidelijk tekenen van dementie vertoont. Ze woont nu nog zelfstandig in een aanleunwoning, maar kan zo nodig naar de verpleegafdeling een deur verder. “Hoe mensen hier leven is heel beperkt, sommigen komen nooit van hun kamer,” aldus Baas. “Het is fijn om iets voor hen te kunnen betekenen, al is het maar een beetje gezelschap.” Daar is Juckers het mee eens. “Wij dragen bij met een praatje en een spelletje; de zorg laten we over aan anderen. We zijn gewoon buren.”

Woningnood

Rond half negen verruilen de meeste spelers de gemeenschappelijke ruimte voor hun eigen. “Je kunt de hele kust zien vanuit ons appartement op de zevende verdieping,” vertelt Gijs Rog (93), “van de vuurtoren tot het Kurhaus aan toe.” Hij en zijn vrouw, met wie hij ‘al 68 jaar verkering’ heeft, komen oorspronkelijk uit Duindorp. “Maar we hebben zestig jaar in Voorburg gewoond,” vertelt Jane Rog-Keus (89). “Daar konden we een huis krijgen in plaats van een zolder. Ook toen was er woningnood. Maar het was wel gezelliger, doordat we met grote gezinnen in kleine huisjes woonden.” Het echtpaar vertelt over de oorlog en over hun kleinkinderen. “Ik ben oma,” aldus Rog-Keus. Ze knipoogt naar de studenten. “Of ze van mij zijn, maakt niet uit.”

 

Ik zou niet bij mijn eigen oma willen wonen
Magdalena Juckers, student

 

“Ik zou niet bij mijn eigen oma willen wonen,” zegt Juckers. “Dit is anders.” De studenten doen het licht uit. Een doolhof van gangen leidt naar hun kamers, in een hoek van het complex. Baas opent haar deur, na de ruimte erachter eerst snel een beetje te hebben gefatsoeneerd. Het oogt sfeervol, met kerstlampjes en roze accenten. Er staan een bed, een bank en een keukenblok. Allemaal eenpersoonsformaat, en dan nog past het maar net in het voormalige kantoor van twintig vierkante meter. “Maar welke student heeft nou alles voor zichzelf?”, zegt ze wijzend op de aangrenzende badkamer. “En dat voor alleen een beetje van mijn tijd.”

Beschermd

“Ik hoorde via via van dit initiatief,” vertelt Baas. “Zo mooi! Op mezelf wonen, maar toch nog een beetje beschermd. We zitten niet continu tussen de ouderen hoor, we leven ons eigen leven. Maar het contact dat er is, vind ik heel prettig.” De student verpleegkunde wist al dat ouderzorg haar ligt. Voor Juckers was dat anders. “Ik wist van tevoren niet hoe ik het zou vinden. Maar een studentenhuis is zeker niets voor mij, ik vind het daar al snel smerig en ik ben geen feestbeest. Hier moet het vanaf tien uur ’s avonds rustig zijn, maar mijn buurvrouw is slechthorend, dus een muziekje opzetten kan best.”

 

We selecteren studenten die het echt willen, omdat het anders niet werkt
Gitta Klopper, oprichter Connect Generations

 

Inmiddels heeft Juckers haar rechtenstudie aan de Haagse Hogeschool verruild voor een opleiding in Amsterdam. Verhuizen wil ze niet. “Hier zit ik lekker dicht bij het strand,” lacht ze. “Maar als je het alleen voor de kamer doet, dan ben je snel weer weg. Je moet je wel willen inzetten. Ik vond dat eerst best spannend, want hoe praat je met iemand die dementeert? Maar ik vind het heel leuk. En het scheelt dat Sarah en ik de activiteiten samendoen.”

Krenten

Zowel de jongeren als de ouderen hopen dat ‘deze geweldige oplossing’ de ruimte krijgt op meer plekken. “In het ziekenhuis waar ik werk, staan twee hele verdiepingen leeg,” zegt Baas, “daar zouden heel veel studenten in kunnen.” Dat vindt ook Connect Generations, waarbij bijna zevenduizend studenten ingeschreven staan voor een kamer tussen ouderen of andere mensen met een zorgvraag. “Niet uit noodzaak, maar omdat ze het graag willen,” aldus Klopper. “Daar selecteren we op, omdat het anders niet werkt. Dit zijn de krenten uit de pap.” Ze roept ziekenhuizen, zorginstellingen, woongemeenschappen en alleenstaande ouderen op om daarvan gebruik te maken. “Ik word zo blij als ik zie wat het oplevert, aan beide kanten. Er ontstaat een leuke dynamiek met andersoortige gesprekken. Jongeren leren ervan en ouderen krijgen het gevoel dat ze er nog toe doen. Die verbinding is goud.”

De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten

Standaardportret
Bekijk meer van