Horecatycoon René Bogaart dendert door en opent negentiende restaurant: ‘Ik wil het hele spelletje beheersen’

René Bogaart bouwt gestaag aan een horeca-imperium. Met negentien zaken en een eigen realityserie gaat het hem en zijn familie voor de wind, al heeft het harde werken ook een keerzijde. “Ik ben er niet trots op dat ik niet meega op vakantie, maar het is wel hoe ik in elkaar zit.”

Door

René Bogaart (57) heeft het druk. Het is een zaterdagochtend begin februari en zojuist heeft hij slecht nieuws gekregen. De nieuwe vestiging van zijn restaurantketen Pavarotti, in de Mall of the Netherlands in Leidschendam, mag vanwege gedoe met de vergunning nog niet open. Dus ijsbeert hij langs de bar, met op de luidspreker zijn advocaat.

Met de telefoon nog in zijn hand doet hij de deur van het restaurant open. Een handdruk, een kneepje in de arm. Na een kort praatje excuseert hij zich. “Heb je tien minuutjes? Krijg jij van die jongens een lekkere kop koffie, rond ik dit heel eventjes af.” De telefoon gaat weer. Zodra het gesprek voorbij is, schiet de cameraploeg van realityserie ‘De Bogaartjes’ nog snel even een scène van een zakelijk overleg tussen Bogaart en twee van zijn zoons.

 

 

Zo’n grote zaak op zo’n gewilde locatie is Champions League
René Bogaart, horecaondernemer

 

Een halfuurtje en een uitgebreide verontschuldiging later gaat hij voor naar Brasserie Le Paris, een van zijn drie restaurants tegenover het winkelcentrum. “Zo’n grote zaak op zo’n gewilde locatie is Champions League,” zegt Bogaart, terwijl we de roltrap afgaan. “Of je presteert, of je valt af. Morgen lopen hier duizenden mensen door de mall, allemaal potentiële gasten. Maar we mogen nog niet open. Mijn ondernemershart huilt.”

Bogaart heeft zich de afgelopen jaren ontpopt tot een van de grootste horecaondernemers in de regio. Sinds de opening in 1995 van Feestcafé ’t Biggetje in Leidschendam is de portefeuille van zijn Big Horeca gestaag uitgedijd. Inmiddels beheert de familie – vijf van zijn zes kinderen werken ook in het bedrijf – maar liefst negentien horecalocaties, van Leidschendam tot Kijkduin en van Leiden tot Delft. Quote schat het vermogen van de Bogaarts op twintig miljoen euro.

Wat motiveert u om telkens weer nieuwe zaken te openen?

“Ik vind het prachtig. Mensen denken bij horeca aan restaurants, maar het gaat ook over cafés, discotheken, hotellerie, noem maar op. Zie het als de Olympische Spelen: ik heb bij wijze van spreken met hardlopen en hoogspringen een medaille gewonnen, nu wil ik het ook met zwemmen. Ik wil het hele spelletje van de horeca beheersen.”

Toen we net door het winkelcentrum liepen, zei u direct dat het u niet om het geld gaat.

“Het heeft geen seconde met geld te maken. Overal staat over mij: grote ondernemer, groot huis, zes kinderen… Dat klopt natuurlijk, maar ik vind het jammer wanneer we alleen maar neergezet worden als steenrijk en dat het ons daarom te doen is. San (zijn vrouw Sandra, red.) en ik zijn gewoon begonnen in een flatje driehoog-achter. Beoordeel ons lekker op onze horeca, op wat we doen.”

 

Geld is nooit de doelstelling geweest
René Bogaart, horecaondernemer

 

“Geld is het gevolg van een bepaald succes, maar het is nooit de doelstelling geweest. Je begint, dan komt de buurman te koop en denk je: we hebben controle, het gaat hier goed, laten we de organisatie uitbreiden. Dan heb je ook kans om betere mensen binnen te halen en aan je te binden.” Hij glimlacht. “En voor mij is de horeca gewoon mijn leven.”

Komt er ego bij kijken? Wilt u de grootste horecaondernemer van de regio zijn?

“Nee, nee, nee. Als je mij beter leert kennen, zie je: het laatste wat ik ben, is een alfamannetje. Ik ben wel een dirigent. Ik kan het allang niet meer alleen, dus probeer ik iedereen om me heen mijn filosofie mee te geven: je doet alles voor de gast.”

Bogaart draait iedere week een paar diensten mee op de vloer. “Ik vind de geur van eten en de stem van de gasten nog te leuk. Ik wil ook niet vanaf kantoor de boel regelen. Als je je gasten spreekt, weet je wat er leeft en of je de juiste koers vaart.” Hij staat op om een tijdschrift te pakken waarin hij iets wil laten zien en neemt onderweg gelijk een plant mee om die neer te zetten. “Jij ziet dat niet van waar je zit, maar ik zag gele bladeren. Dan krijg ik een soort error in mijn hoofd.”

 

De verwachting van de gast is altijd prijsgerelateerd
René Bogaart, horecaondernemer

 

Sinds de ontwrichtende coronajaren heeft de horeca het niet gemakkelijk. Een lokale ondernemer omschreef het eens als een ‘cocktail van onzekerheden’: hoge kosten voor zowat alles (personeel, inkoop, energie), lage marges. In prognoses voor dit jaar wordt voorzien dat de tweedeling in de horeca verder verdiept. Aan de ene kant grote, veelal innovatieve bedrijven die de vruchten plukken van schaalvoordelen en aan de andere kant vooral kleinere zaken die moeite hebben zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden.

Tegen vakblad Food Inspiration heeft u gezegd dat u ervoor wilt waken dat de horeca een eenheidsworst wordt, dat het allemaal te veel op elkaar gaat lijken. Draagt u daar niet zelf aan bij, met negentien zaken?

“Dit hier is compleet anders dan Volle Maan, Chez Lou Lou of Pavarotti. Die laatste is inderdaad een keten (met acht vestigingen, red.); ik probeer er wel wat aan over te houden. Het is heel leuk om negentien zaken te hebben, maar als ik overal geld zou verliezen, wordt het de duurste hobby van Nederland. Dus organiseer je het op zo’n manier dat er onderaan de streep iets overblijft.”

Welke plaats nemen uw restaurants in het horecalandschap in?

“Wij zijn mainstream. Bij ons kun je lunchen of dineren tussen de 10 en 30 euro. De verwachting van de gast is altijd prijsgerelateerd. Als je vanavond bij de familie Boer gaat eten (van driesterrenzaak De Librije in Zwolle, red.) betaal je een paar honderd euro en verwacht je een 10. Bij mij verwacht je een 8 en doen we vervolgens ons uiterste best dat cijfer te overtreffen.”

Is het eten in uw restaurants ook voor de echte fijnproever?

“Dat denk ik niet. Ik geloof in een snel kwartje in plaats van een langzame euro. Bij ons kun je lekker eten voor een goede prijs. Er is altijd een locatie waar je nog lekkerder kunt eten, maar daar betaal je ook meer.”

 

We leggen ons privéleven bloot omdat we de ambitie hebben om zakelijk te groeien
René Bogaart, horecaondernemer

 

“Daar komt bij dat je tegenwoordig niet meer het verschil maakt met eten en drinken, maar met hospitality, een stukje extra gastvrijheid. Bij ons stelt iedere medewerker zich verplicht voor aan tafel met zijn voornaam. Geen werelduitvinding, maar je merkt dat onze gasten het heel fijn vinden.”

De familie Bogaart is sinds begin februari wekelijks te zien in het televisieprogramma ‘De Bogaartjes’ op SBS6. Op een van de kinderen na woont iedereen, inclusief partners en kleinkinderen, samen op het landgoed in Voorburg. En niet te vergeten: zestien honden en een heleboel andere dieren, waaronder geiten, hangbuikzwijnen en alpaca’s. Dat te laten zien, is een bewuste keuze. “Televisie geeft ons een landelijk platform. We leggen ons privéleven bloot omdat we de ambitie hebben om zakelijk te groeien.”

In hoeverre laat zo’n programma de werkelijkheid zien?

“Zij (de makers, red.) volgen de bal, ‘what you see is what you get’. Wij spelen geen spel. Als je mij beter leert kennen en me dan op tv ziet, zul je zeggen: je bent precies zo. Wel zal ik altijd een soort laagje over me heen houden. In de horeca kun je niet voor Ajax, Feyenoord of PSV zijn. Ik zal nooit het achterste van mijn tong laten zien, dat is niet gepast.”

 

Mensen zeggen: die René is heel rustig. Maar dat is de buitenkant
René Bogaart, horecaondernemer

 

In het uurtje dat we hier zitten, zijn verschillende mensen gedag komen zeggen en bij aankomst maakte u aan twee tafels een praatje. Hoort dat bij de rol die je in de horeca moet spelen?

“Nee, dat is wie ik ben. Ik ben een miljoen procent een mensenmens. Als ik door de mall loop en mensen groeten me, vraag ik hoe het met ze gaat en heb ik zo een gesprekje van tien minuten. Soms zegt m’n vrouw: ‘Moet je dat nou vragen?’ Maar ik vind mensen gewoon leuk.”

Wordt dat altijd ‘aan’ staan en het vele werken u wel eens te veel?

“Nou ja, ik straal het niet uit, maar ik voel wel een onwijs grote druk. Mensen zeggen: die René is heel rustig. Maar dat is de buitenkant. Vanbinnen voelt dat zeker niet zo. Vroeger lag ik wakker van de tienduizenden euro’s huur die ik per jaar moest betalen. Nu is dat nog veel meer, maar dan iedere maand. Maar dat went en als ondernemer groei je in dat proces.”

Eind januari was u een weekje skiën in Oostenrijk. Op de derde dag belde ik uw vrouw en zij zei dat u de piste nog niet op was geweest.

“We hadden die vakantie een jaar geleden al geregeld. Daar keek ik ook naar uit, maar ik wist toen niet dat we een week voor de opening zouden zitten. En dan gebeuren er zoveel dingen, valt er van alles tegen met vergunningen… Ja, dan interesseert dat hele skiën mij niet en ben ik de hele dag aan het bellen.”

 

Vandaag ben ik misschien een betere ondernemer, en dan morgen weer een betere vader of echtgenoot
René Bogaart, horecaondernemer

 

Afgelopen zomer liep er ook al een vakantie in de soep, vertelt Bogaart. De familie zou drie weken naar Spanje gaan, maar voor Brasserie Le Paris was op dat moment geen manager beschikbaar. “Dus was ik gewoon hier. Daar scoor ik thuis geen punten mee, maar in die tijd heb ik wel die winkel helemaal aan de praat gekregen, snap je? Daar ben ik niet trots op, maar het is wel hoe ik in elkaar zit.”

Wat is uiteindelijk belangrijker: werk of familie?

“Jij denkt misschien dat ik werk zou zeggen, maar het is allebei. Het is een eeuwigdurende strijd. Vandaag ben ik misschien een betere ondernemer, en dan morgen weer een betere vader of echtgenoot. Het is een weegschaal die nooit helemaal in balans is. Dat spanningsveld houdt het ook leuk.”

Als ik dat laatste aan uw vrouw Sandra zou vragen, zegt zij dan hetzelfde?

Hij lacht. “Die zou wel willen dat het met werk allemaal iets minder is.” Dan serieuzer: “San leeft mijn leven, al een groot deel van haar leven. We moeten niet zeuren: we wonen heel fijn, doen alles – werken, slapen, eten – samen met het gezin, dat is heel bijzonder. En San is de vrouw van mijn leven. Ze heeft natuurlijk ook gelijk dat je niet altijd alleen maar aan het werk kunt zijn. Ik hoop er naartoe te gaan dat we soms kunnen genieten en ook heel hard werken. Ik ben geen type voor de schommelstoel.”

 

Ik hoop dat mijn kinderen voortzetten wat we samen hebben opgebouwd
René Bogaart, horecaondernemer

 

Dus blijft het hier niet bij. In de eerste aflevering van ‘De Bogaartjes’ zei de pater familias dat hij een hotel wil openen en de strijd wil aangaan met horecafamilie Van der Valk, die wereldwijd zo’n honderd vestigingen heeft. Om te polsen hoeveel kleinkinderen er moet komen om dat te verwezenlijken, maakte Bogaart in de tweede aflevering een rondje langs zijn kinderen. “Een grapje, natuurlijk. Maar zij (de familie Van der Valk, red.) motiveren mij wel.”

Wilt u dan toch de grootste worden?

“Nee hoor, dat hoeft echt niet. Maar ik wil wel iets nalaten. Dat mensen zeggen, wanneer ik de wereld verlaat, dat ze heel graag op mijn locaties kwamen eten en drinken en dat mijn kinderen dan voortzetten wat we samen hebben opgebouwd. Ik wil vooral iets maken, het samen leuk hebben en het heel goed doen. Als morgen iemand het hele zootje van me overkoopt, begin ik overmorgen gewoon weer opnieuw.”

René Bogaart

Geboren

18 augustus 1968, Barcelona

Carrière

In 1995 richtte Bogaart Big Horeca op en opende hij Feestcafé ’t Biggetje in Leidschendam. Momenteel beheert Big Horeca negentien zaken, onder meer in Leidschendam, Zoetermeer en Leiden.

Opleiding

Meao, Leiden

Privé

Getrouwd, zes kinderen

De redactie biedt u dit verhaal gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.

Standaardportret
Bekijk meer van