Na de hel van Bergen-Belsen: Eddy Boas is geen slachtoffer, maar overlever
Lang verdrong hij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Totdat hij vond dat hij moest spreken. Eddy Boas, Australiër met Joodse wortels, komt naar zijn geboortestad Den Haag, waar een documentaire over hem en zijn familie wordt vertoond.
Eddy Boas (86) is een vitaal ogende en moeiteloos formulerende man. En niet alleen dat. Hij neemt geen blad voor de mond, snijdt pijnlijke feiten aan. “Ik oordeel niet, maar ik benoem wel de feiten,” zegt hij in een videogesprek dat we voeren in het Engels, maar waarin hij geregeld laat blijken het Nederlands niet te zijn verleerd. Die feiten zijn vaak onaangenaam. Bijvoorbeeld dat de Nederlandse en zeer zeker ook Haagse politie intensief meedeed aan het arresteren van Joden en hun helpers. En dat er na de oorlog bijzonder weinig begrip was voor Joodse overlevenden die onverwacht terugkwamen. Sterker nog, verloren gegaan bezit kregen ze niet terug en er kwamen naheffingen voor erfpacht en straatbelasting.
Mijn vader hield voedsel voor de paarden achter, waarmee hij ons kon voeden
We springen in één keer naar de hel, het concentratiekamp Bergen-Belsen, waar onder anderen Anne en Margot Frank aan ziekte en uitputting bezweken. Boas, zijn broer Boy en hun ouders werden er in 1943 naartoe gedeporteerd. “Ik heb een herinnering aan de zusjes,” vertelt hij. “Mijn vader had gediend bij de cavalerie en de Duitsers hadden iemand nodig die met paarden kon omgaan om de karren te trekken met de lichamen van de vermoorde – ja, ze werden vermoord! – gevangenen. Vreselijk, maar hij deed het voor ons. Hij hield voedsel voor de paarden achter, waarmee hij ons kon voeden. De Duitsers voedden hun paarden beter dan de Joden. Mijn vader stond bij elke trein die arriveerde klaar met zijn kar en vroeg dan: ‘Zijn hier nog Nederlanders?’ En op een dag kwamen toen de zusjes Frank tevoorschijn, die niet veel later werden vermoord.”
Verloren Transport
Toen de geallieerden naderden, ontruimden de Duitsers het kamp. Er vertrokken drie treinen en het gezin Boas zat in wat later het ‘Verloren Transport’ is gaan heten. De trein reed wekenlang doelloos rond met 2600 uitgehongerde en uitgedroogde Joden aan boord. Toen de Russen de trein aanhielden en afrekenden met de Duitsers, waren er al zo’n tweehonderd gevangenen dood; korte tijd later bezweken er nog eens 320. In die trein zaten ook de schrijver Abel Herzberg en de latere journalist Ischa Meijer, toen een baby, en zijn vader Jaap.
Opeens waren we geen Nederlandse Joden meer, maar alleen nog maar Joden
Boas’ moeder en oudere broer Boy kregen tyfus, maar door een geluk kreeg het gezin in Leipzig hulp van een Britse officier. Boas: “Het is niet zomaar geluk, je dwingt geluk af. Als die trein stilstond, ging mijn moeder eten zoeken. Zij was een sterke, creatieve vrouw. En het was mijn broer die op zoek ging naar eten en daardoor die officier tegenkwam. Wij zijn volgens de Israëlische organisatie Yad Vashem het enige gedeporteerde gezin van vier personen dat bij elkaar is gebleven en de oorlog heeft overleefd.”

Het kamp Bergen-Belsen na de bevrijding, april 1945.
Twee eeuwen
Het leven van Eddy Boas begint heel gewoon, in januari 1940 in Den Haag. Zijn vader Philip was groentehandelaar en zijn moeder, Suze Boas-Schoonhoed, kwam uit een familie van fruithandelaren. Hoewel het gezin niet streng religieus was, hield het zich aan enkele Joodse tradities. “Mijn familie woonde al zo’n twee eeuwen in Nederland,” vertelt Boas. “Ze kwamen oorspronkelijk uit Portugal, maar waren volledig geïntegreerd. Mijn vader vocht in de meidagen van 1940 op de Grebbeberg. Daarna waren we opeens geen Nederlandse Joden meer, maar alleen nog maar Joden. Uiteindelijk is mijn hele familie vermoord: 26 familieleden van mijn moeders kant, 37 van mijn vaders kant.”
Toen we terugkwamen in Den Haag, kregen we geen hulp
Het gezin liet zich niet lijdzaam afvoeren. Moeder Boas wist in 1942 een ‘sperre’ (vrijstelling) te regelen bij de Joodse Raad, die ook een afdeling had in Den Haag. Een bijna-arrestatie liep goed af door hulp van een goede politieagent – die waren er ook. Maar in september 1943 volgde toch deportatie naar Westerbork en van daaruit naar Bergen-Belsen, dat geen vernietigingskamp was, maar waar uiteindelijk wel 50.000 gevangen zouden sterven door geweld, ziekte en uitputting.
Beproevingen
Toen het gezin met Engelse hulp in juni 1945 terugkeerde in Den Haag, waren de beproevingen niet voorbij. “In ons oude huis zaten andere mensen die ons niet wilden binnenlaten,” vertelt Boas. “We kregen sowieso geen hulp. We hadden geen familie, geen huis en geen geld meer. De mensen waren vreselijk. Mijn broer werd op school uitgescholden voor ‘vuile Jood’. We moesten alles zelf regelen. We konden tijdelijk bij andere Joden intrekken op het Hofwijckplein. Mijn moeder opende in 1947 een textielwinkel aan de Hoefkade en vervolgens werd mijn zusje Estelle geboren. Mijn ouders hebben nog geprobeerd een banktegoed en een investering van een tante in Shell terug te krijgen. Maar allemaal tevergeefs.”
Uit geen ander bezet land is zo’n hoog percentage Joden gedeporteerd als uit Nederland
In 1948 overleed zijn vader, waarschijnlijk als gevolg van alle stress en de doorstane ontberingen, denkt Boas. Zijn moeder voelde zich steeds minder thuis in Nederland en Europa en besloot in 1954 met haar kinderen naar Australië te emigreren. Boas: “Ze zei ooit: ‘In Europa komt er weer een Holocaust.’ Dat zeg ik niet, maar ik pleit wel voor waakzaamheid. Ik zie nu weer mensen door de straten marcheren die de vernietiging van Israël eisen. Als Holocaust-overlever zeg ik: dat is niet acceptabel en er moet tegen worden opgetreden.”
Autobiografie
Toen Suze Boas-Schoonhoed in 2001 overleed, besloot Eddy Boas, intussen succesvol zakenman, dat het tijd was om te gaan praten. In 2017 verscheen zijn autobiografie ‘I’m not a victim, I am a survivor’, vorig jaar gevolgd door de documentaire ‘Reflections of Courage’, die op zondag 3 mei wordt vertoond in Pathé Buitenhof.

Eddy Boas met zijn moeder in Australië, 1957.
Boas vertelt dat hij na het overlijden van zijn moeder een extra doel kreeg in het leven: ervoor zorgen dat de Nederlandse staat excuses zou aanbieden voor zijn rol bij de Jodenvervolging. “Ik zei: ‘I like the Dutch to apologize before I die.’ Ik veroordeel Nederland niet, maar ik wil wel duidelijk maken wat er is gebeurd. Welke rol de staat heeft gespeeld. Uit geen ander bezet land is zo’n hoog percentage Joden gedeporteerd als uit Nederland.”
Excuses
Het was Boas menens. In 2017 stuurde hij toenmalig premier Mark Rutte een brief met een verzoek om excuses. Hij kreeg een serieus en begripvol antwoord, maar excuses bleven uit. Tot 26 januari 2020, nadat er van meerdere kanten op was aangedrongen. Premier Rutte bood toen bij de Nationale Holocaustherdenking excuses aan ‘voor het overheidshandelen van toen, nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn’. Volgens Rutte was de Nederlandse regering in de oorlog tekortgeschoten als ‘hoeder van recht en veiligheid’. Boas: “Het was een bijzondere speling van het lot. De excuses kwamen op de dag dat ik tachtig werd.”
De documentaire ‘Reflections of Courage’ wordt op zondag 3 mei om 15.00 uur vertoond in Pathé Buitenhof. Eddy Boas is hierbij aanwezig. Op maandag 4 mei is hij in Madurodam eregast bij de Nationale Kinderherdenking.
De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse verhalen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.