Cees Nooteboom (1933-2026) en Den Haag, kort maar krachtig

Schrijver Cees Nooteboom overleed op woensdag 11 februari op 92-jarige leeftijd op Menorca. Hij had een losse maar bijzondere band met zijn geboortestad Den Haag.

Door

Den Haag speelt in het omvangrijke oeuvre van Cees Nooteboom een zeer bescheiden rol. Toch deden zich hier en in Rijswijk, waar hij ook woonde, dramatische gebeurtenissen voor die zijn leven beïnvloedden.

Cornelis Johannes Jacobus Maria (Cees, spreek uit: Sees) Nooteboom wordt op 31 juli 1933 geboren in Den Haag, in een katholiek gezin. Zijn vader was textielhandelaar. In 1939 verhuist de familie naar Rijswijk. Vanaf het balkon van hun woning aan de Lijsterbeslaan zijn vader en zoon Nooteboom op 10 mei 1940 getuige van de Duitse aanval op het vliegveld Ypenburg. Later zou Nooteboom dit in een voordracht in Duitsland ‘een eigenaardig kernmoment’ van zijn jeugd noemen. Aan de jaren daarvoor heeft hij geen herinneringen. ‘Nooit zal ik een ‘À la recherche du temps perdu’ (het grote werk van Marcel Proust, red.) kunnen schrijven omdat die eerste zes jaar, mijn kindertijd, werkelijk perdu zijn, verloren, weggewaaid, overstemd door het geluid van Heinkels en Stuka’s’.

Cees Nooteboom en zijn zusje Hanneke omstreeks 1937. | Foto: DBNL

Later schrijft hij over zijn geheugen: ‘Anderen kunnen hun hele kindertijd, compleet met data, scholen en voorvallen oplepelen als waren ze hun eigen computer, maar dat kan ik niet. Soms vraag ik me weleens af of ik er vroeger wel geweest ben’. Zijn oorlogsherinneringen verwerkt hij in zijn roman ‘De ridder is gestorven’ (1965).

Leven gered

Het huwelijk van zijn ouders was niet goed. Ze gaan in 1943 uit elkaar. Cees gaat bij zijn vader wonen, die terugverhuist naar Den Haag. Zijn broertje en zusje verhuizen met hun moeder mee naar Barneveld. Later, eind 1944 of begin 1945, wordt Cees daar naartoe gebracht wegens de slechte voedselsituatie in Den Haag. Mogelijk heeft dit hem het leven gered, want zijn vader raakt op 3 maart 1945 ernstig gewond bij het vergissingsbombardement op het Bezuidenhout en sterft niet veel later. Hij woonde in de zwaar getroffen Amalia van Solmsstraat (nummer 88).

Daarna zou Nooteboom nooit meer in Den Haag wonen. Hij gaat naar verschillende katholieke internaatscholen, wordt journalist en onderneemt vele reizen door Europa. Italië met zijn vele kunstschatten is aanvankelijk zijn favoriete land. Later wordt dat het ruigere en legere Spanje. In 1955 kwam zijn debuut ‘Philip en de anderen’ uit waarvoor hij de Anne Frankprijs ontving. Het is de eerste van een lange reeks onderscheidingen. Zijn bekendste boek is ‘Rituelen’ (1980). Het werd in 1981 bekroond met de Ferdinand Bordewijkprijs van de Haagse Jan Campert-Stichting. Nooteboom, wiens werk breed is vertaald, is lang gezien als een kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Dat is er nooit van gekomen. Ook Simon Vestdijk en Harry Mulisch werden kansrijk geacht, maar uiteindelijk is er nog nooit een Nederlandse schrijver deze eer te beurt gevallen.

Haganum Festival

Vanaf 1970 woonde Nooteboom in de Amsterdamse binnenstad, maar hij bracht een groot deel van het jaar door op het Spaanse eiland Menorca. In 2010 keerde de schrijver nog één keer terug naar zijn geboorteplaats om deel te nemen aan het Haganum Festival, een activiteit van het gelijknamige gymnasium. Hij sprak er over zijn reizen en over zijn een paar jaar eerder verschenen bundel ‘Rode regen’. Daarin speelt zijn huis op Menorca een grote rol. Ook het lezen als zodanig kwam aan bod. “De lezer die leest om te lezen is een echte lezer,” zei hij. “Schrijvers die lezen zijn geen echte lezers. Dat zijn jaloerse lezers.”

Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix lieten donderdag de volgende verklaring uitgaan: “Met groot respect gedenken wij Cees Nooteboom, een van onze meest prominente auteurs. Hij wist culturen te verbinden en mensen te raken met zijn fijnzinnige pen. Nederland verliest een literaire grootheid die over de hele wereld lezers wist te boeien met de kracht van zijn grensoverschrijdende verbeelding.”

  • Voor dit stuk is een aantal gegevens ontleend aan het artikel ‘Het bombardement op Ypenburg – Cees Noteboom: een jeugd in Rijswijk’ van Diana van Dijk, dat in 1998 verscheen in het Jaarboek van de Historische Vereniging Rijswijk.
Standaardportret
Bekijk meer van