Asielopvang in Archipel: buurt vreest overlast
De geplande opvang van minderjarige vluchtelingen aan de Javastraat zorgt voor verdeeldheid in de Archipelbuurt. De stem van tegenstanders klinkt het luidst.
Een leegstaand hoekpand aan de Javastraat moet vanaf mei dienstdoen voor de opvang van 45 jongeren tussen de 15 en 18 jaar die zonder ouders naar Nederland zijn gevlucht. Dat hoorden omwonenden onlangs van de gemeente. Velen van hen zijn verbaasd, bleek afgelopen maandag- en dinsdagavond tijdens buurtgesprekken over de geplande opvang.
Meer dan tweehonderd buurtbewoners en ondernemers kwamen af op de bijeenkomsten in het Hilton-hotel aan de Zeestraat. Is het besluit al genomen of niet?, wilden zij weten van wethouder Mariëlle Vavier (GroenLinks, zorg). Zij sprak van een ‘voorgenomen besluit’ om mee te werken aan de opvang van het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA), omdat de gemeente nu eenmaal de wettelijke taak heeft om 320 alleenstaande minderjarige asielzoekers op te vangen.
De opvangplekken liggen niet voor het oprapen
Momenteel telt de stad slechts 128 plekken, onder meer in Scheveningen en de Binckhorst, dus zijn er nieuwe locaties nodig. “Die liggen niet voor het oprapen,” legde de wethouder uit. “We moeten alle beschikbare plekken aandragen, dit is er een van. We willen met u graag in gesprek over de manier waarop we deze groep jongens hier het beste kunnen opvangen.”
De komst van de opvang staat dus vast, concludeerden groepjes aanwezigen even later tijdens zogenoemde ‘tafelgesprekken’ met medewerkers van de gemeente en het COA. Een van die tafels liep maandag vrijwel meteen leeg. “Als we het niet tegen kunnen houden, wat doen we hier dan nog?”, vroeg de eigenaar van een restaurant in de Javastraat, waarna zij boos de zaal verliet.
Bang
De restauranthoudster is pertinent tegen de opvang van minderjarige alleenstaande vluchtelingen, die volgens het COA momenteel veelal afkomstig zijn uit Afrikaanse landen als Soedan en Eritrea. “Het zijn natuurlijk allemaal jongens, want hun meisjes sturen ze niet vooruit,” zei ze eerder tijdens het plenaire vragenrondje. “Maar de veiligheid van onze meisjes dan? Mijn medewerkers zijn bang dat ze straks niet meer alleen op de fiets naar huis durven.” De woorden ‘testosteronbommen’, ‘getraumatiseerd’ en ‘barbaars’ vielen aan haar tafel, waaraan uiteindelijk slechts één van de acht buurtbewoners bleef zitten. “Ik sta er anders in,” verklaart zij. “We kunnen deze kinderen beter helpen om hier goed te landen en te integreren. Want als het zo gaat als vanavond, dan krijgen we zeker problemen.”
Deze locatie is niet geschikt, voor jongeren is hier niets te doen
Geen van de geciteerde belanghebbenden wil met zijn of haar naam in de krant. “We zijn een hechte buurt waarin iedereen elkaar kent,” legt een van hen uit. “Natuurlijk denkt niet iedereen overal hetzelfde over, maar we moeten wel met elkaar verder.” Hijzelf zegt de noodzaak van gespreide asielopvang te begrijpen, maar niet de keuze voor het pand aan de Javastraat. “Ik snap heel goed dat je niet alles in Zuidwest kunt dumpen en dat wij ook een deel moeten opvangen, maar deze locatie is niet geschikt. Het is een te grote groep jongeren in een te klein gebouw in een drukke straat tegenover een avondwinkel. Dat is vragen om samenscholingen.”
Woningwaarde
De vrouw die de jonge vluchtelingen wel welkom wil heten, wijst erop dat zij en veel andere mensen in de buurt een koopwoning hebben. “De waarde daarvan gaat naar beneden met de komst van een opvang,” realiseert ze zich. “Buren die huren reageren veel enthousiaster. Maar zij zijn er nu niet.” De aanwezige omwonenden vrezen voor overlast. “Er is voor jongeren niets te doen in deze buurt. Ouders hebben er een dagtaak aan om hun kinderen naar andere delen van de stad te brengen voor hockey- en balletles,” weet een oma. “Als je hier bent zonder ouders, ga je rondhangen op straat.”
Het kan ook goed gaan
Dezelfde zorgen leefden in Scheveningen, waar een jaar geleden een soortgelijke opvang kwam in een voormalig hotel aan de Gevers Deynootweg. “Wij werden er ook door overvallen,” reageert Jolanda Maas, voorzitter van Bewonersorganisatie Scheveningen-Dorp, telefonisch op vragen van DHC. “We hebben aan elkaar moeten wennen en er heeft zich in het begin een incident voorgedaan (in maart vorig jaar ging een groep opgevangen jongeren op de vuist met leeftijdsgenoten uit de buurt, red.), maar er is adequaat ingegrepen en ik durf te zeggen dat het nu gewoon goed gaat.”
Nuance
Het plan was om in Scheveningen 50 jongeren op te vangen, het zijn er nu 36. “Deze groep jongens uit voornamelijk Syrië en Afrika moet je heel goed begeleiden,” vindt Maas. “Maar het zijn geen gevangenen. En als ze met een bal tegen een muurtje trappen, dan kunnen omwonenden daar last van hebben.” Van eerder gevreesde zaken als vandalisme, winkeldiefstal of aanranding is volgens haar geen sprake. “Ik wil de zorgen zeker niet bagatelliseren, maar ik kan ze inmiddels wel nuanceren. We merken dat deze jongens heel dankbaar zijn voor de kansen die ze hier krijgen en graag iets terug willen doen. Mijn advies is: denk mee en leer ze kennen, dan kan het heel goed gaan. En gaat het mis? Meld het direct, zodat er actie kan worden ondernomen.”
Wij zorgen voor rust en regelmaat
De jongens aan de Javastraat krijgen vijf begeleiders en er zal dag en nacht een beveiliger aanwezig zijn, benadrukt het COA. “Ze gaan naar school en sport, hebben bijbaantjes, helpen koken en moeten ’s avonds voor tien uur binnen zijn. Wij zorgen voor rust, regelmaat en een goede relatie met omwonenden,” belooft regiomanager Brecht Sies tijdens de buurtgesprekken. “U kunt altijd langskomen, bellen of appen.”
Bezwaar
“Die jongeren hebben nog helemaal niets gedaan,” reageerde een buurtbewoonster op gemor uit de zaal. “Ik ben hier vandaag om te laten weten dat ik het een geweldig initiatief vind,” zei een ander. “Ik ben supergelukkig opgegroeid in deze buurt en gun dat deze kinderen ook. Met onze sociaaleconomische status kunnen wij daaraan prima een bijdrage leveren.” Een voorzichtig applausje wees erop dat een klein deel van de aanwezigen het met haar eens was. Een man die zijn armen stijf over elkaar hield, duidelijk niet. “Het pand moet nog worden verbouwd,” zei hij. “Daarvoor zijn vergunningen nodig, waartegen bezwaar mogelijk is. Het kan allemaal nog weleens lang gaan duren.”