Yves Klein, zijn familie en hun Nederlandse wortels
Pulchri Studio en de Wassenaarse kunstenaarsvilla De Pauwhof speelden een rol in het familieleven van de beroemde Franse kunstenaar Yves Klein. In Schiedam is te zien hoe dat zit.
Energie, dat is het eerste woord dat je invalt bij het bekijken van de kunst van Yves Klein (1928-1962). Wat deed hij veel in zijn korte leven! Het liefst was hij overigens judokampioen geworden; hij nam het in 1954 in Utrecht zelfs op tegen Anton Geesink, die een maatje te groot voor hem was. ‘Fantastico’ vond Klein de ‘Reus uit Wijk C’. Uiteindelijk koos hij onder invloed van zijn ouders voor de kunst, alweer met volledige inzet. Hij verbaasde de wereld met de door hem gepatenteerde bereiding van het felle blauw, ‘International Klein Blue’ (IKB), met zijn monochrome schilderijen en zijn sculpturen, met performances en installaties. En hij groeide uit tot een ‘legende in de geschiedenis van het naoorlogse modernisme’, om met Rudi Fuchs te spreken.
Hoe dat allemaal zo gekomen is – en in het bijzonder welke rol zijn familie daarbij speelde – is te zien in het Stedelijk Museum Schiedam op de tentoonstelling ‘Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie – Frits, Marie en Rotraut’. Voor de duidelijkheid meteen maar een rondje voorstellen: Frits (1898-1990) was zijn vader, Marie Raymond (1908-1988) zijn moeder en Rotraut Uecker (1938) zijn vrouw. Het is voor het eerst dat de Kleins samen worden gepresenteerd, en daaruit komt een kleine Haagse link tevoorschijn.
Parijs
Frits Klein werd geboren in Nederlands-Indië, studeerde een tijdje in Rotterdam, maar koos voor de kunst en vestigde zich in Parijs. Hij ontmoette daar kunstenaars als Conrad Kickert en Piet Mondriaan, maar ook zijn latere vrouw Marie, zelf ook kunstenaar. Van beiden wordt werk getoond. Frits zou zijn hele lange leven figuratief blijven werken. Het intieme ‘Moederschap’ uit 1929 toont Marie met de kleine Yves als een moderne madonna met kind. Marie ging een heel andere kant op. Zij koos voor de abstractie.
In 1946 schilderde en tekende ik naar voorbeelden van mijn vader
De Kleins zouden altijd een band met Nederland houden. Frits en Marie verbleven vanaf 1947 jaarlijks een aantal weken in de kunstenaarsresidentie De Pauwhof, een landhuis aan de Rijksstraatweg in Wassenaar. In het gastenboek zijn van beider hand illustraties bewaard. Ze hebben ook nog samen lesgegeven aan de destijds net opgerichte Vrije Academie in Den Haag. Zeker Frits Klein heeft in Nederland succes gehad. Verschillende musea wijdden exposities aan hem en in 1988 was er een overzichtstentoonstelling van zijn werk bij Pulchri Studio.

Frits Klein, ‘Moederschap’ (Marie Raymond en Yves), 1929. Frits Klein c/o Pictoright Amsterdam, 2026, particuliere collectie
Hoe vernieuwend hij ook was, Yves Klein was schatplichtig aan zijn ouders, zoals hij zelf toegaf. “In 1946 schilderde en tekende ik naar voorbeelden van mijn vader, een figuratief schilder van paarden in landschappen of strandlandschappen, óf naar voorbeelden van mijn moeder, een abstract schilder van composities van vormen en kleuren. Tegelijkertijd wenkte me onregelmatig maar met hardnekkige volharding de ‘kleur’, de sensuele pure ruimte,” vertelde hij later. Op de tentoonstelling is een wand met kleurige monochromen van Yves’ hand te zien, één kleur per paneel. De eerste associatie is: Mondriaan! Maar nee, fout. Klein maakte in Nederlandse musea weliswaar kennis met Mondriaan, maar met Vermeer en Van Gogh en hun kleurgebruik voelde hij zich veel meer verwant. Die monochromen beschouwen als ‘Mondriaans zonder lijnen’ is daarom een oppervlakkige notie. Het ging Klein puur om kleur, niet om lijnen, niet om compositie.
Levende penselen
Het fysieke van het judo lijkt Klein mede te hebben geïnspireerd bij zijn zogeheten ‘Antropometrieën’: schilderijen met daarop afdrukken van in (de) blauwe verf gedrenkte lichamen. De modellen met wie Yves en Rotraut werkten, waren een soort levende penselen. Soms was Rotraut zelf ook model. Eén keer maakten ze er zelfs een performance van, met modellen dansend op muziek van een door Klein gedirigeerd orkest. Hij was geen schilder meer, maar ‘de regisseur van de ceremonie’, zoals hij zei.
Als ik de lucht en de sterren schilder, voel ik me rustig
Rotraut was meer dan assistent van Yves, die ze in 1957 ontmoette. Ze ontwikkelde zichzelf ook tot kunstenaar. Ruimte en kosmos waren (zijn) haar onderwerpen: sterrenluchten, de Melkweg. ‘Als ik de lucht en de sterren schilder, voel ik me rustig. Het sterrenstelsel is mijn verleden en mijn toekomst,’ lezen we. Ze voelt zich nog altijd sterk verbonden met de erfenis van haar al in 1962 aan een hartkwaal overleden man. Rotraut richtte de Yves Klein Archives op om zijn nalatenschap te documenteren en te bewaren.

Yves Klein, ‘Antropometrie zonder titel, (ANT 7)’, 1960. (David Bordes, The Estate of Yves Klein c/o Pictoright Amsterdam, 2026)
Toch is het laatste woord voor Yves. De uiterste consequentie van zijn obsessie met kleur en in het bijzonder met IKB is de installatie ‘Pigment Pur’. De zaal wordt gedomineerd door een groot blauw vlak dat bestaat uit poeder, pigment zonder bindmiddel. Erboven hangt ‘Pluie bleue’, een sculptuur die de suggestie wekt dat het blauw regent. Het is nu misschien niet hemelbestormend meer, maar dat was het in 1957 wel. De kleur zelf is kunst geworden, of andersom.
‘Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie – Frits, Marie en Rotraut’, te zien tot en met zondag 25 oktober, Stedelijk Museum Schiedam. Meer informatie.