Recensie: Frans Lourijsen, protagonist van de Nieuwe Haagse School

Hij is niet de bekendste architect van de Nieuwe Haagse School, maar Frans Lourijsen heeft wel degelijk het stadsbeeld mede bepaald. Zijn onderschatte oeuvre is door Peter van Dam ontsloten.

Door

De in Breda geboren Frans Lourijsen (1889-1934) verhuist na een faillissement van zijn vader in 1903 met de meeste gezinsleden naar Den Haag. Bij zijn komst naar Den Haag staat hij in het bevolkingsregister al te boek als bouwkundig tekenaar. Aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, volgde hij onder meer avondlessen in bouwkundig tekenen. Van zijn oudere broer Lambertus, die in Amsterdam aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid en de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten studeerde en vervolgens de MO-akte tekenen aan de academie in Den Haag behaalde, kreeg hij privéles in perspectief- en handtekenen.

Lourijsen bekwaamde zich in de praktijk als tekenaar bij diverse architecten, zoals Louis de Wolf, aan wie Peter van Dam, die een welkome monografie over Lourijsen schreef, eerder een boek wijdde. In 1910, op twintigjarige leeftijd, realiseert hij tien middenstandswoningen in de Buijs Ballotstraat. In de jaren daarna volgen soortgelijke woningenblokjes in de Bentinckstraat en de Van Hoornbeekstraat. Deze projecten worden gefinancierd door de onroerendgoedmaatschappij Nationaal Grondbezit. Van een van de dochtermaatschappijen hiervan wordt Lourijsen directeur, waardoor hij als architect en uitvoerder betrokken is bij de bouw van middenstandswoningen en villa’s in Utrecht, Wageningen en Bergen (Noord-Holland).

 

Van Dam maakt aannemelijk dat Lourijsen een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het Benoordenhout.

 

In Den Haag ontwikkelt hij in deze hoedanigheid woonhuizen aan de Carel van Bylandtlaan en in de Bachmanstraat. Ook bouwt hij onder meer 36 woningen aan de Laan van Meerdervoort, links van de winkelgalerij op de hoek van de Fahrenheitstraat. Door heel de stad bouwt en verbouwt hij panden. Het zijn allemaal weinig opmerkelijke bouwwerken – voor zover dat nog is na te gaan, want een deel is ten prooi gevallen aan de slopershamer. Er blijft echter nog genoeg over om een beeld te vormen van zijn ontwikkeling.

Van Dam maakt aannemelijk dat Lourijsen en Nationaal Grondbezit en diens dochterondernemingen een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het Benoordenhout. Lourijssens loopbaan lijkt een belangrijke wending te nemen als hij in die wijk in 1925-26 met Jan Wils tekent voor een prachtig flatgebouw aan het Jozef Israëlsplein. Wils had hij bij de Haagse Kunstkring leren kennen, waar hij werkend lid van de tweede afdeling (architectuur en kunstnijverheid) was. Ook beeldhouwer Jan Altorf heeft hij daar ontmoet. Met beiden werkte Lourijsen sindsdien regelmatig samen.

 

Van Dam wijdt aan dit fenomeen een interessant hoofdstuk

 

Gebouwd door het aannemersbedrijf Boele & Van Eesteren wordt het flatgebouw op het Jozef Israëlsplein gedecoreerd met beeldhouwwerken van Altorf. Gezien het feit dat er ontwerptekeningen van dit gebouw bewaard zijn in het archief van Cornelis van Eesteren, is het geen gekke veronderstelling dat deze jonge architect, die op dat moment enkele projecten met Wils uitvoerde, eraan heeft meegetekend.

In de omgeving van dit flatgebouw ontplooit Lourijsen met Wils vervolgens een ongekende activiteit: woonhuizen in de Mauvestraat en de Jozef Israëlslaan, en een flatgebouw in de Mesdagstraat. Diverse projecten met Wils, en in een enkel geval met J.P. Vermeer volgen, in 1930-31 culminerend in een iconisch flatgebouw aan de Van Hogenhoucklaan.

Frans Lourijsen

Door aannemer Boele & Van Eesteren verspreid vloeiblad met door Lourijsen ontworpen flatgebouw Van Hogenhoucklaan, circa 1932.

Dit flatgebouw was een zogenaamd woonhotel, een voor die tijd vernieuwend fenomeen, dat vooral in Den Haag sporen heeft achtergelaten. Denk aan Huize Boschzicht aan de Benoordenhoutseweg en Flatgebouw Arendsburg aan de Wassenaarseweg, beide van de net als Lourijsen wat veronachtzaamde W. Verschoor. Van Dam wijdt aan dit fenomeen een interessant hoofdstuk, net als aan de flatgebouwen die Lourijsen bijvoorbeeld in de Van Zaeckstraat in Den Haag en aan de Westzeedijk in Rotterdam maakte en een wooncomplex aan de Hogewoerd in Leiden dat hij realiseerde.

 

De vraag is wat Lourijsens inbreng precies geweest is bij de met Wils ondernomen projecten

 

De vraag is wat Lourijsens inbreng precies geweest is bij de met Wils ondernomen projecten. De invulling die Lourijsen in 1930-32 (dus na zijn samenwerking met Wils) gaf aan een door hem zelfstandig uitgevoerd project in de burgemeesterswijk in Loosduinen, waar hij 216 onder- en bovenwoningen, een aantal winkels en enkele garages neerzette, is aanzienlijk simpeler dan de eerdere ontwerpen waarbij hij betrokken was. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de verslechterde economische omstandigheden, maar misschien ook met minder vindingrijke architectonische vaardigheden dan Wils had. Lourijsens vroege dood zorgt ervoor dat deze vraag nooit afdoende kon worden beantwoord.

Over Nieuwe Haagse School-architecten als Co Brandes en Jan Wils verschenen eerder lijvige monografieën. Daarmee vergeleken is Van Dams monografie bescheiden van omvang, maar ze doet Lourijsen alle recht en samen met de erin opgenomen oeuvrelijst vormt ze een welkome aanvulling op de bestaande literatuur over deze architectuurstroming.

Peter van Dam

Architect Frans Lourijsen, de grote onbekende

Uitgeverij De Onderste Steen -Nijmegen

Vormgeving: bureau Paul Smeets b.n.o, Banholt

ISBN: 978-90-822156-7-0

Standaardportret
Bekijk meer van