Lust of last? Duizenden families blijven zitten met nagelaten kunst
Wat te doen met de nalatenschap van een overleden kunstenaar? Een groeiende groep nabestaanden en erfgenamen worstelt met die vraag. Zo ook de moeder van journalist Hester Heite.
Toen de muren van mijn ouderlijk huis begonnen te scheuren door het gewicht op zolder, bouwden mijn ouders de garage om tot bibliotheek. Inmiddels staan beide ruimtes vol. Kasten met schaakboeken – zo’n 26.000 in totaal – zijn onbereikbaar geworden door rijendik ervoor geplaatste blauwe doeken, schelpenschilderijen en tekeningen van bomen. Het betreft de zeldzaam complete verzameling van mijn vader, een fervent schaker, aangevuld met het levenswerk van een bevriend beeldend kunstenaar.
Het is alweer jaren geleden dat mijn vader de nalatenschap afhandelde van Ina Orbaan uit Wassenaar. Ze werd 95 jaar. Naast een paar vrienden had ze alleen nog neven en nichten met wie ze nauwelijks contact had. Mijn vader dacht haar werk onder te kunnen brengen bij een stichting, maar daar bleek het toch niet te passen. Dus kwamen honderden schilderijen en tekeningen ‘voorlopig’ bij mijn ouders thuis te staan.
Bijna wekelijks krijg ik telefoon of mail van mensen die hiermee worstelen
Maar mijn vader was ook op leeftijd, werd ziek en overleed een paar maanden geleden zelf. Niet alleen het huis, ook mijn moeder draagt tegenwoordig de zware last van de schaakboeken en de schilderijen. Sinds het overlijden van mijn vader ervaart zij naast verdriet en gemis vooral veel onrust. De collecties staan er al lang, maar nu voelt zij de verantwoordelijkheid om er een betere plek voor te zoeken. Zo heeft niemand er iets aan, is haar gedachte. En straks blijven mijn zus, broer en ik ermee zitten.
Gewetensvraag
Wij willen niet lichtzinnig omgaan met wat belangrijk was voor mijn vader. Maar maken we hem, het belang van zijn boeken en Orbaans kunst niet groter dan ze zijn? Het is een gewetensvraag, die ik voorleg aan Miriam Windhausen, een kunsthistoricus die tien jaar geleden een praktijk oprichtte om mensen te begeleiden bij het beheren en bestemmen van geërfde kunst. “Het is een reëel dilemma,” zegt zij. “Bijna wekelijks krijg ik telefoon of mail van mensen die hiermee worstelen. Ze willen de nalatenschap recht doen, maar hoe? Ik probeer die enorme berg waar ze tegen opzien een beetje behapbaar te maken.”
Ik kom nalatenschappen tegen die al twintig of dertig jaar ergens liggen
Nederland telt zo’n 15.000 professionele kunstenaars, rekent Windhausen voor. “Ongeveer de helft van hen is ouder dan zestig, want na de oorlog werden veel kunstenaars met sociale regelingen als de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) in staat gesteld om een oeuvre op te bouwen. Die groep komt de komende dertig jaar te overlijden. Dat betekent dat er 200 tot 300 nalatenschappen per jaar ontstaan, en daar is niet binnen een of twee jaar een oplossing voor. Ik kom nalatenschappen tegen die al twintig of dertig jaar ergens liggen, soms inmiddels bij kleinkinderen. Nabestaanden zijn vaak welwillend, maar kunnen het niet eindeloos blijven opslaan. Naar schatting zoeken duizenden families een oplossing.”
Waarde
Een bestemming vinden voor werk dat een kunstenaar bij leven niet heeft verkocht, is lastig. “Het ligt ook aan de positie van de overleden kunstenaar,” vertelt Leo van Heijningen, die 30 jaar lang een galerie had aan het Noordeinde. Of in zijn eigen woorden: ‘een agentschap voor kunstenaars.’ “Voor levende kunstenaars, die nieuw werk maken, maar er overleed ook wel eens iemand, dus ik ken de problematiek van erfgenamen. Was de kunstenaar in kwestie bekend, dan krijgt zijn of haar werk postuum meer waarde, maar anders wordt verkopen moeilijk.”
Van Heijningen is bekend met het werk van Ina Orbaan. “Een werkstuk van haar was bij mij terechtgekomen via de bevriende kunsthandelaar Miep Eijffinger. Zij deed in schilderijen van leden van de Haagse Kunstkring, onder wie Kees Andrea, Piet Klaasse en Else Lindorfer. Ook Ina Orbaan zat daarbij. Het schilderij heb ik onlangs nog verkocht, maar heel gewild is haar werk niet.”
Talent
Zelf ken ik Orbaan alleen van de verhalen. Mijn vader leerde haar kennen doordat ze een boek had gemaakt over haar overleden broer Constant, een bekend schaker en schaakverslaggever. Zij was een nakomertje en bleef alleenstaand. Mijn ouders omschreven haar als een eigengereide vrouw: slim en artistiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht ze een verzetskrant rond in Wassenaar, na de oorlog ging ze naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Het Vaderland van 4 maart 1955 omschreef haar als ‘een schilderes van talent’.
Het bij elkaar houden van een hele collectie is bijna niet mogelijk
Op latere leeftijd deed ze een studie psychologie en ging ze als klinisch psycholoog aan de slag in een ziekenhuis in Rotterdam. Ze bleef ook schilderen en tekenen. Dat deed ze op haar hurken in haar huis vol boeken en kunst, vertelden mijn ouders als ze weer eens bij haar op bezoek waren geweest. Na haar pensioen werd ze alleen maar productiever. Ze bracht in eigen beheer een boek uit over haar werk, waarvan ook nog een doos vol in mijn ouderlijk huis staat.
Schenken
Op haar negentigste exposeerde Orbaan nog bij de Haagse Kunstkring, waarvan ze bijna haar hele leven lang lid was. Daar verkocht ze goed, volgens mijn moeder. Zij wil de overgebleven kunstwerken niet verkopen, maar schenken. Het liefst wil ze dat alles bij elkaar blijft of dat een deel in een museumcollectie wordt opgenomen, maar ze betwijfelt of dat realistisch is.
“Het bij elkaar houden van een hele collectie is bijna niet mogelijk,” volgens Van Heijningen, die een paar keer heeft bemiddeld tussen erfgenamen en musea. “Al geef je het cadeau, dan willen ze hooguit een of twee werken, want ze zitten vol. En zodra ze iets aannemen, zijn ze er verantwoordelijk voor en kost het beheren ervan geld.” Dat musea niet staan te springen om schenkingen te accepteren, bevestigt Windhausen. Zij noemt opgenomen worden in een museale collectie ‘de hoofdprijs’ die maar heel af en toe valt.
Voor de maker zelf is het veel makkelijker om keuzes te maken dan voor erfgenamen
Windhausen adviseert niet alleen erfgenamen, maar ook kunstenaars die nog in leven zijn: “Neem zelf verantwoordelijkheid door je werk te archiveren, te selecteren, te verkopen en te schenken. Voor de maker zelf is het veel makkelijker om keuzes te maken dan voor erfgenamen. Bovendien zitten zij met het auteursrecht, waaraan persoonlijkheidsrechten vastzitten: je mag het werk niet zomaar vernietigen; daar moet een zorgvuldige afweging aan voorafgaan.” De kunsthistoricus raadt nabestaanden aan om dat niet te lang uit te stellen. “Ermee bezig zijn en het erover hebben kan onderdeel zijn van het rouwproces. Je kunt ook zelf een boek samenstellen of een tentoonstelling organiseren en het werk voor een symbolisch bedrag weggeven aan bezoekers.”
Expositie
Over het werk van de in 2022 op 57-jarige leeftijd overleden Haagse kunstenaar Christiaan Rogier van Manen is door zijn familie een boek uitgebracht én een expositie georganiseerd, die nu te zien is in het Vreedehuis aan de Riouwstraat. Daar spreek ik af met zijn zus, die het eerbetoon onder de aandacht wil brengen. Haar verhaal doet me denken aan dat van mijn moeder.
Odilia van Manen wil dat de kunst van haar broer gezien wordt. “Ik ben geen kenner, maar ik zie wel dat zijn werk kwaliteit heeft,” zegt ze. “Hij heeft geen naam gemaakt, omdat hij autodidact was, een teruggetrokken leven leidde en zijn werk voor zichzelf hield. Toen hij heel jong was, heeft hij een keer een tentoonstelling gehad in Scheveningen. Daar is het bij gebleven; later wilde hij niet meer exposeren.”
Later kreeg hij ook problemen met zijn mentale gezondheid, maar dat weerhield hem er niet van de prachtigste kunst te maken
Zittend in de tuin van het cultuurcentrum vertelt ze over het leven van haar broer. “Als kind liet hij al talent voor tekenen en schilderen zien; op zijn twaalfde maakte hij prachtige kopieën van Rembrandts. Maar hij was ook heel uitgesproken. Als tiener stortte hij zich in de punkscene, op school ging het niet meer, hij schilderde, speelde reggae en woonde even in kraakpand De Blauwe Aanslag. Later kreeg hij ook problemen met zijn mentale gezondheid, maar dat weerhield hem er niet van de prachtigste kunst te maken.”
Na turbulente jaren, die een deel van zijn werk niet overleefde, kwam Van Manen in rustiger vaarwater en kreeg hij een beschermde woonplek in Den Haag. In zijn kamer, ‘waar hij niet vaak mensen toeliet’, bleken er na zijn overlijden toch nog grote hoeveelheden schilderijen en tekeningen te zijn. “Tegelijk met ons verdriet waren we blij verrast dat er zoveel bewaard was gebleven.”
Met vereende krachten hebben de nabestaanden het oeuvre van Van Manen ontsloten. “Mijn andere broer heeft samen met de bevriende kunstenaar André Kruysen alles gearchiveerd. André heeft het boek samengesteld, mijn dochter heeft het vormgegeven en mijn moeder heeft deze tentoonstellingslocatie geregeld.”
Ik denk dat Chris stiekem blij zou zijn dat we dit doen
Een selectie indrukwekkende portretten en stillevens hangt door het hele Vreedehuis heen. “Hij tekende veel bomen en schilderde vaak dezelfde houten stoel,” concludeert zijn zus. In de portretten ziet ze haar broer, Rembrandt en Christus. “Ik denk dat hij zich herkende in het lijden van Christus. Hij had humor, nam de telefoon op met ‘met Chris-dus’ en zei soms ‘maak je geen zorgen, een schizofreen is nooit alleen’.”
Te koop is zijn werk nog niet. “We wilden eerst maar eens zien hoe de buitenwereld erop zou reageren. We krijgen erg positieve reacties, ook van andere kunstenaars.”
Herinneringen
Het boek met werk van Christiaan van Manen staat nu bij mij in de kast. Aan de muur ernaast hangt een schilderij van Ina Orbaan, een tastbare herinnering aan mijn vader. Inmiddels staat mijn moeder voor alle opties open als het om de kunstcollectie gaat. Ze heeft veel liever dat de werken bij iemand aan de muur hangen, dan dat ze bij haar stof staan te verzamelen. Ze doet haar best er aandacht voor te genereren, maar heeft nog een nalatenschap af te handelen: de schaakboeken, die ze overweegt te veilen.
“Het heeft mijn moeder, mijn broer en André ontzettend veel tijd en inspanning gekost om alles goed te regelen,” zegt Odilia van Manen. “Maar ik denk dat Chris stiekem blij zou zijn dat we dit doen, want hij genoot er wel van als zijn werk op waarde werd geschat. Een paar dagen voor zijn dood trad hij nog op in poppodium het Paard, als percussionist in een salsaband. Die avond zei hij dat dit misschien wel het gelukkigste moment van zijn leven was.”
‘In een slakkengangetje bergen verzetten’, het boek over Christiaan van Manen, is te koop bij het Vreedehuis (Riouwstraat 1), waar zijn werk nog tot en met zaterdag 30 mei te zien is.
Geïnteresseerden in het werk van Ina Orbaan kunnen zich melden via heite@denhaagcentraal.net.
De redactie biedt u dit artikel gratis aan. Meer Haagse politieke artikelen? Neem een (proef)abonnement op weekkrant Den Haag Centraal. Elke donderdag in de bus. De krant is ook verkrijgbaar bij onze verkooppunten.