Serie Grafportretten: Gedenksteen voor een selfmade man

Historicus Wim Willems trekt langs Haagse begraafplaatsen op zoek naar bijzondere verhalen. Vandaag het verhaal achter een gedenksteen op de buitenmuur van de Abdijkerk in Loosduinen. Het graf van Hendrik Lemckert mag dan al lang geruimd zijn, de nazaten wilden de herinnering aan hun veelzijdige voorvader niet verloren laten gaan.

Door

Een ruime kinderschare

In de 65 jaar dat hij leefde, kreeg Johann Willem Hendrik Lemckert (1819-1884) niet minder dan 23 kinderen. Dat ging, zoals bij veel gezinnen in die tijd, met veel verdriet gepaard. Al bij zijn eerste echtgenote gaat het mis, want zowel zij als hun eerste kind sterven in het kraambed. Zijn tweede vrouw, een weduwe, brengt in hun huwelijk vier kinderen ter wereld. Maar ook zij komt in het kraambed van de laatste te overlijden. Lemckert is bijna veertig als hij voor de derde keer trouwt, dit keer met een veel jongere vrouw, bij wie hij ook nog eens achttien kinderen krijgt, van wie de meesten jong sterven. Als strenggelovig lidmaat van de kerk zal hij gedacht hebben aan Job 2, vers 21: ‘God geeft, God neemt, gezegend zij de naam van God.’

 

Het verdriet om al zijn gestorven kinderen zal zwaar op hem hebben gedrukt

 

Als jongen groeit Hendrik Lemckert op in een gezin met een vader die vaak wisselt van beroep, maar geen analfabeet is. Ook zijn zoon leert lezen en schrijven, met de hulp van een schoolmeester die bijverdient als koster, voorzanger en soms ook als doodgraver. Hij houdt aan die scholing een voorliefde voor boeken en een fraai handschrift over, dat hem later in zijn leven van pas komt. Over zijn jonge jaren is weinig bekend, alleen dat hij als knaap van achttien belijdenis doet in de lokale Nederlands-hervormde kerk, om direct erna in militaire dienst te gaan. Hij wordt gelegerd in garnizoensplaatsen als Nijmegen en Bergen op Zoom. Eenmaal terug op het thuishonk trouwt hij en beweegt hij zich van het ene naar het andere baantje. Hij kan zich geen kieskeurigheid veroorloven bij het aannemen van werk en ontwikkelt zich tot een ware allrounder. Het verdriet om al zijn gestorven kinderen zal zwaar hebben gedrukt op hem en zijn gezin, maar in een eeuw waarin het voor veel mensen niet meeviel om het hoofd boven water te houden, bleef er nauwelijks tijd over om te rouwen.

Winkel op de hoek

De tweede echtgenote van Hendrik, Anna Wolters, verdient haar geld als vroedvrouw in Loosduinen en helpt mee in de kruidenierswinkel van haar eerste echtgenoot, die ook huishoudelijke artikelen verkoopt. Zij erft de zaak na diens vroege dood, maar het ontbreekt haar aan de tijd om die draaiend te houden. Dat blijkt echter een kolfje naar de hand van Hendrik, met wie zij kort erna huwt.

 

Met zijn zakelijk instinct helpt hij velen uit de brand

 

Het zal een verstandshuwelijk zijn geweest, maar wie aan de armoedeval wil ontsnappen, moet de tering naar de nering zetten. En dat doet de nieuwe echtgenoot, die zich als winkelier binnen de kortste keren in zijn element voelt. De zaak op ‘Het Kruispunt’ in Loosduinen floreert onder het bewind van Lemckert, die met de jaren uitgroeit tot een gewaardeerde middenstander. Daar hoort ook bij dat hij bepaalde diensten voor de gemeenschap vervult, zoals in zijn geval rondgaan als dorpsomroeper en afslager. Zijn vader liep in diens tijd gedurende de nacht drie keer door het dorp om het hele uur om te roepen. Het werk als afslager bestaat voor zijn zoon vooral uit het op de koperen gong slaan bij openbare verkopen van een inboedel of bij een faillissement. Nog tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw staat de naam van de afslager in het telefoonboek vermeld.

Lemckert

De winkel van Lemckert in de oude kern van Loosduinen. (Hendrik van Noort)

Als winkelier alleen redt Hendrik Lemckert het op enig moment niet langer, dus gaat hij er van alles naast doen. Zo laat hij zich inhuren als aangever of getuige bij het melden van een geboorte of overlijden op het gemeentehuis. Het zal niet veel opgeleverd hebben, maar alle beetjes helpen. In de loop van de tijd gaat hij zich als doodgraver ook professioneel bezighouden met het regelen van begrafenissen. Hij ontwikkelt zich, kortom, tot een man die van vele markten thuis is. Zijn grote netwerk dankt hij aan de actieve rol die hij speelt in de Dorpskerk. Iedereen kent de man van ‘de winkel op de hoek’, die met zijn zakelijk instinct velen uit de brand helpt.

Spil in de Abdijkerk

Het geloof verheft, net als de beheersing van het schrift. Boeken helpen Hendrik Lemckert om de vinger aan de pols van zijn tijd te houden. Als gelovig man voelt hij ook de plicht om zijn gemeenschap te dienen. Zo speelt hij als bestuurder van wat nu de Abdijkerk heet vanaf 1865 tot drie jaar voor zijn dood een rol bij het overleg over tal van activiteiten. Tot het moment dat er een verschil van inzicht ontstaat, waarna Lemckert besluit zijn ambt als diaken neer te leggen. Hij heeft dan bijna twintig jaar voor de kerkvoogdij als penningmeester gewerkt en de zondagsschool geleid. Als traditioneel ingesteld man voelt hij zich thuis in het milieu van God, Nederland en Oranje. Zijn talent als koopman en zijn sociale karakter maken hem tot een ideale raadgever in de dorpse gemeenschap van Loosduinen, dat dan nog niet tot Den Haag behoort.

 

Lemckert groeit uit tot een belangrijke notabele van Loosduinen

 

Dat zijn blik verder reikt dan de eigen leefwereld, blijkt uit zijn werk voor de Vereniging ter Verbreiding van de Waarheid. Een initiatief uit het midden van de negentiende eeuw om jonge vrouwen voor wie armoede of prostitutie dreigt op te vangen. De bestuurders willen voorkomen dat zij zedelijk ‘verwilderen’. Het zijn de jaren dat de filantropie in Nederland hoogtij viert en de gegoede burgerij zich actief inzet voor het welzijn – geestelijk en materieel – van mensen die het minder breed hebben. In Amsterdam opent in 1856 het logement Het TeHuis zijn deuren, waar jonge vrouwen kunnen aankloppen voor tijdelijk onderdak, tot ze ergens een betrekking vinden. Dit initiatief krijgt navolging in andere gemeenten, ook in Loosduinen, waar Lemckert als correspondent optreedt. Zijn naam treffen we in die jaren af en toe aan in landelijke kranten – en dan met name in advertenties waarin hij onder meer Lofodinsche Levertraan aanbiedt (‘gewonnen uit de lever van kabeljauw’), maar hij levert ook levensmiddelen aan winkels.

Een turbulente tijd

Door al zijn activiteiten groeit Hendrik Lemckert met de jaren uit tot een belangrijke notabele van het dorp. Hij vormt niet alleen een spil in de kerk en in het economische leven, ook in de landelijke politiek laat hij zijn stem horen. Hij is ondertekenaar van een brochure uit 1868 waarin vooraanstaande Nederlanders zich tot de Tweede Kamer richten met hun grieven tegen het beleid van het liberale kabinet. Tien jaar later tekent hij het historische Volkspetitionnement waarin honderdduizenden burgers zich keren tegen het plan van dezelfde liberalen om alleen het openbaar onderwijs nog te bekostigen. Het is een klap in het gezicht van bestuurders die al jaren pleiten voor algemeen christelijk onderwijs. Het is voor het eerst dat orthodox-protestantse en katholieke gelovigen uit het hele land samen optrekken om te bepleiten dat de nationale overheid bijzonder onderwijs financiert. Maar ze halen bakzeil en moeten tot 1920 wachten voor de nieuwe wet door de Kamer komt.

 

In religieus opzicht leeft hij in een turbulente tijd, en hij komt fier voor zijn geloof op

 

Helemaal zonder resultaat is het protest niet, want het leidt overal in het land tot particuliere initiatieven om christelijk onderwijs zelf te bekostigen. Het fenomeen van de ‘School met de Bijbel’ doet zijn intrede, ook in Loosduinen, waar in 1878 een bestuur wordt gevormd met Lemckert in een vooraanstaande functie. De diaken is een protestant van de oude stempel, en is tegelijk uitgesproken nationalistisch. Een man van principes, die niet gemakkelijk wijkt bij tegenstand. Dat blijkt als hij in 1872 het initiatief neemt om in Loosduinen op 1 april met een optocht te vieren dat de Geuzen Den Briel driehonderd jaar ervoor ontzetten. Die viering vindt overal in het land plaats, en hij vindt dat Loosduinen niet mag achterblijven. Alleen krijgt hij geen toestemming van de autoritaire burgemeester H.C. Waldeck. Als politicus moet deze met zijn katholieke kiezers rekening houden, en voor een deel van deze gelovigen ligt de viering gevoelig. De Geuzen hadden namelijk bij de bevrijding van Den Briel – in de Tachtigjarige Oorlog – enkele tientallen katholieke geestelijken gruwelijk vermoord. Zij zijn later heilig verklaard en staan in de geschiedenis bekend als de Martelaren van Gorcum.

Door deze op de spits gedreven controverse komen groepen gelovigen van Loosduinen op 1 april tegenover elkaar te staan. De burgemeester maakt dan de kapitale fout om de politie hard te laten ingrijpen, waarna de ongeregeldheden compleet uit de hand lopen. Het gezag van de burgemeester is aangetast en hij treedt af. Het conflict wordt breed uitgemeten in de pers, een mediarel die ook Hendrik Lemckert naar de pen doet grijpen. In religieus opzicht leeft hij in een turbulente tijd, en hij komt fier voor zijn geloof op. De dood op 23 juli 1884 komt volstrekt onverwacht voor de man die zich op eigen kracht wist op te werken van arbeider tot een geziene notabele. In een graf achter de abdijkerk vindt hij zijn laatste rustplaats. Zijn weduwe, Elisabeth Westbroek, heeft de winkel in Loosduinen nog jaren succesvol voortgezet.

Lemckert

De gedenksteen op het Abdijkerkhof. (auteur)

Standaardportret
Bekijk meer van