Rellen klinken door bij herdenking Johan De Witt    

Er zijn nog altijd lessen te trekken uit de gewelddadige dood van Johan en Cornelis de Witt in 1672, volgens D66-kamerlid Hanneke van der Werf.  

Door

‘Laat dit een les voor ons zijn,” zei Van der Werf, die woensdag sprak bij een kranslegging op de Plaats ter gelegenheid van de 400ste geboortedag van Johan de Witt. “De rechtsstaat is niet vanzelfsprekend,” zei zij, verwijzend naar de naar de rellen van zaterdag 20 september.

De kranslegging bij het beeld van Johan de Witt was een initiatief van de Stichting Haagse Historie en Erfgoed. Voorzitter Jan Linssen zei te hopen dat de kranslegging een traditie wordt.

D66-Kamerlid Hanneke van der Werf legt de krans. | Foto: Haagse Historie & Erfgoed

Esther Teunissen, auteur van de historische thriller ‘Tot het bittere einde’, die zich afspeelt in het rampjaar 1672, schetste de situatie van de noodlottige 20ste augustus van dat jaar. Ze haalde de woorden aan van tijdgenoot Pieter Corneliszoon Hooft: ‘Het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos’.

Georkestreerde lynchpartij

Zoals in onderzoek van onder meer de Haagse historicus Ronald Prud’homme van Reine is aangetoond, was de moord niet het gevolg van plotselinge uitbarsting van volkswoede, maar een georkestreerde lynchpartij. Een aantal vooraanstaande Oranjeklanten, zoals de vice-admiraal Cornelis Tromp, was er achter de schermen bij betrokken. En hoogstwaarschijnlijk is ook met jonge stadhouder Willem III overlegd. Hij haatte de familie De Witt en beloonde na de moord enkele oproerkraaiers. De achtergrond van de hoog oplopende spanningen in het Rampjaar was de gecombineerde Frans-Engels-Duitse aanval op de Republiek.

Standaardportret
Bekijk meer van