Haags Studenten Cabaret: plezierige en lichtvoetige onstuimigheid

Van Kooten en De Bie waren fan. Wim Kan en anderen kochten graag bij hen in. Het Haags Studenten Cabaret maakte school in de jaren vijftig en zestig. Met ‘Nooit meer zó gelachen’ is er nu een herdenkingsfeestje in Diligentia.

Door

Een meeslepende documentaire plus een lijvig boekwerk over het Haagse Studenten Cabaret (HSC) worden op een en dezelfde avond ten doop gehouden, in ‘hun’ cabarettempel Diligentia. Het moet ervoor zorgen dat cultureel erfgoed vastgelegd en ontsloten wordt voor toekomstige generaties. Het HSC verkreeg in de zwart-witte oertijd van de televisiehistorie landelijke bekendheid met ‘K-Wartaal’ bij de VARA, merendeels geregisseerd door Berend Boudewijn. Het was een reeks van vijftien uitzendingen waarvan vijf registraties zijn overgebleven, die berusten bij Beeld en Geluid in Hilversum. Naast de televisie-uitzendingen trad het Haags Studenten Cabaret op in zalen in het land, met onder meer ‘Pas op! Niet te geloven’ (1952), ‘Is de krant d’r al’ (1954), ‘Spotlicht (1955), ‘Bij Lach en Ontij’ (1958), ‘Met Huid en Hagenaar’ (1963) en ‘Opzitten en pootjes geven’ (1964).

Rinus Ferdinandusse

Zeven decennia geleden, najaar 1952, ging het los. Een aantal padvinders en schoolvrienden vond elkaar in het maken van een voorstelling, een benefietoptreden voor een vereniging van oud-verzetsstrijders. Het mondde al snel uit in de vorming van een nieuw cabaretgroepje, geformeerd rond Rinus Ferdinandusse (1931-2022), de latere schrijver (o.a. ‘Naakt over de schutting’) en hoofdredacteur van Vrij Nederland. Ook werd hij bekend door zijn medewerking aan het satirische televisieprogramma ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’. Het clubje ongeregeld dat zich onder zijn aanvoering tot HSC vormde drong dankzij ‘K-Wartaal’ in de jaren zestig door tot ‘kijkkastjes’ in alle uithoeken van het land en zo in vrijwel alle vaderlandse huiskamers.

Hans Gelderblom, Frits van der Jagt, Rinus Ferdinandusse, Else Hoog, Henny de Ruiter en Daan Ferdinandusse (vlnr). | Foto: www. cabarinus.nl

De naam, Haags Studenten Cabaret, wekte bevreemding. De combinatie van ‘Haags’ met ‘studenten’ was indertijd ongebruikelijk, ook al omdat het Den Haag van de wederopbouw zeker geen typische studentenstad was. “We waren een liefhebbersclubje,” zegt Hans Gelderblom (1933) in zijn woning in het Belgisch Park na het samen zien van de documentaire. Hij is een van drie nog in leven en welzijn verkerende leden van het achtkoppige HSC. “Ieder van ons studeerde elders in het land, Amsterdam, Delft en Leiden, maar we zagen elkaar wel elke week in Den Haag.”

‘Kaviaar eten met stokjes’

Met ook nu nog lichtvoetige maar spitse tekstvondsten, korte conferences en sketches, soms vanaf papier voorgedragen of in liedjes vervat, wisten de zes vaak in coltrui met pullovers gestoken, in weinig woorden de tijdgeest te vangen met maatschappijpolitieke problemen die nog altijd opspelen. ‘Wat doet een optimist? Die leert Russisch. Een pessimist? Die leert Chinees. Ik weet nu ook wat een opportunist is. Die leert kaviaar eten met stokjes,’ horen we Ferdinandusse zeggen. Of over de Katholieke Volkspartij (KVP): ‘Vanuit het Zuiden steeds toenemende bevolking.’ De museumsuppoost die een werk van Karel Appel heeft leren waarderen: ‘Rotzooi, zei ik vroeger. Maar nu is hij een vriend. Appel? Zó’n peer!’

 

Wij waren in staat potten te breken, die anderen niet konden breken
Hans Gelderblom

Plezierige onstuimigheid over onder meer Nieuw-Guinea, Mammoetwet, woningbouw, ambtenarensalarissen, aldus toenmalig dagblad Het Vrije Volk. “Zij wisten onbekende vensters in het hoofd open te zetten,” legt lopende cabaretencyclopedie Jacques Klöters uit in de documentaire die Bart Grimbergen maakte. “Bij makers én bezoekers. Ze waren verstrooiend en vertederend, maar met hun gevoel voor taal en humor ook scherpzinnig, haalden indertijd fratsen uit waarvan makers van nu zouden zeggen: ‘Huh? Ahá! Zó kan het dus óók’.”

“Wij waren in staat potten te breken, die anderen niet konden breken,” vertelt Gelderblom. “Dat konden we doen omdat niemand van ons zessen beroepsambities had op cabaretgebied.” De cabaretgroep ging door tot 1966. “Daarna ging ieder weer zijns weegs.” Hijzelf, toen al architect, werd vooral actief in sociale woningbouw, met werk in het gehele land. “Jammer dat mijn gebouw in de Binckhorst kortgeleden gesloopt moest worden,” blikt hij terug op zijn beroepscarrière.

Ode aan Rinus

De aankomende herdenkingsavond in Diligentia is onbetwistbaar een ode aan Rinus Ferdinandusse, aldus Gelderblom, die de stichting CabaRinus oprichtte en vervolgens tot het initiatief kwam na het overlijden van Ferdinandusse. Maar de avond moet ook een heuglijk feestje worden. “Natuurlijk hopen we op een weerzien met oude bekenden,” zegt hij. “Maar hopelijk komen er ook wat jongeren een nieuwsgierig kijkje nemen.”

  • ‘Nooit meer zó gelachen’, vertoning documentaire en presentatie boek (van Rudie Kagie), maandag 10 november, 20.15 uur, Diligentia. Meer informatie: klik hier.
Standaardportret
Bekijk meer van