Recensie: Ode aan verborgen volksbuurtje achter de Thorbeckelaan

‘Verhalen uit de Notenbuurt’ biedt een inkijkje in de geschiedenis en de mensen van het verborgen buurtje achter de Thorbeckelaan. Het boek biedt een mooie mix van wijkgeschiedenis en wijkbeschrijving.

Door

Welke Hagenaar weet nou dat een van de mooiste bomen van zijn stad te vinden is in het verborgen hart van de Notenbuurt? Ja, wat bomenfreaks weten het en natuurlijk de wijkbewoners. Zoals Conny van Dam en Stef Versteegh. ‘Als ik de okkernootboom zie, ben ik thuis,’ zegt zij. Ze komen aan het woord in het onlangs verschenen boek ‘Verhalen uit de Notenbuurt’, grotendeels geschreven door buurtbewoner Peter Bos (historie) en journalist Gerard van den IJssel (interviews) en onderdeel van het project Haags Verhaal.

Nog even over die boom. In het gemeentelijke register staat hij opgetekend als ‘walnoot’ en als ‘bijzondere beeldbepalende boom’, met een ‘kiemjaar’ van rond 1940. Dat klopt wel, want dat is ook ruim genomen de periode waarin het wijkje ontstond, gelegen tussen Thorbeckelaan en de buitenplaats Rosenburg, onderdeel van Parnassia.

Kassen

Ooit stonden er kassen, maar de oprukkende stad had bouwgrond nodig. En zo stond dat merkwaardig gevormde wijkje, met alleen maar etagewoningen, veelal gebouwd door een van de corporaties die intussen allemaal anders heten en heel graag willen slopen. Voor het Staedion-bezit werd dat afgewend, maar Haag Wonen (voorheen het katholieke VZOS) denkt nog altijd aan slopen van 141 woningen omdat die ‘niet toekomstbestendig’ zijn. Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat je ook oude huizen toekomstbestendig kunt maken en dat dat heel duurzaam is. Maar dat terzijde.

 

De tijd van uit de hand lopende oudejaarsvuren en opstandige jeugd lijkt voorbij

 

Verspreid door het boek zitten fraai geïllustreerde historische pagina’s. Interessant is de kaart van het Uitbreidingsplan West uit 1929, dat een zee van nieuwe straten toont tussen de Thorbeckelaan en de (huidige) Kijkduinsestraat. Het werd allemaal anders, behalve de Notenbuurt, die is grotendeels uitgevoerd zoals het toen werd getekend. Ook de moeite waard: de verdwenen wasserijen die ooit een klein industrieterreintje vormden aan de Oude Haagweg.

Yuppen

De Notenbuurt had lang niet zo’n goede naam. Er was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw nogal wat opstandige jeugd; oudejaarsvuren liepen geregeld uit de hand. Die periode lijkt voorbij. De wijk is zelfs ‘aan het veryuppen’, constateert Peter Bos met gemengde gevoelens. Ook de sloop- en nieuwbouwplannen kunnen dat bevorderen. ‘We moeten wel waakzaam blijven dat de balans niet te veel doorslaat,’ zegt hij. Maar de yuppen, of hoe je ze ook wilt noemen, hebben het zeer naar hun zin. Neem de hoogopgeleide, uit Turkije afkomstige expats Erhan en Begüm Gül die samen met hun zoontje Ali op het Notenplein wonen. Ze prijzen de rust. ‘We zijn hier gelukkig.’ En Ali is elke dag te vinden in het speeltuintje.

En zo komen er nog vele andere bewoners langs. ‘Verhalen uit de Notenbuurt’ biedt een mooie mix van wijkgeschiedenis en wijkbeschrijving. Sfeervol en treffend is de fotoreportage van Jeffrey Grouwstra, die er ook een kijkboek van maakt. Het is uiteraard een leuk boek voor de wijkbewoners, maar ook voor andere Hagenaars om kennis te maken met een buurtje dat een beetje verstopt ligt achter de gevelrijen met hoge daken van de Thorbeckelaan.

Peter Bos en Gerard van den IJssel, ‘Verhalen uit de Notenbuurt’ (150 pagina’s). Uitgever: Haags Verhaal in opdracht van de gemeente Den Haag. Het boek is gratis af te halen bij onder meer Bibliotheek Loosduinen, Museum Loosduinen en Buurtkamer Notenbuurt.

Standaardportret
Bekijk meer van