Expositie – Den Haag met je niet gebouwde stadhuizen
Voor geen gebouw in Den Haag zijn in de twintigste eeuw zo veel ontwerpen gemaakt als voor een nieuw stadhuis. Het huidige staat er dertig jaar en daarom een expositie in het Atrium.
Hoe dan? Dat is het eerste wat bij je opkomt als je een schets uit 1929 bekijkt van de architecten H.P. Berlage en J. Limburg voor een nieuw Haags stadhuis op de Groenmarkt. Het Oude Stadhuis staat er nog wel, maar eromheen wordt alle ruimte ingenomen door nieuwe kantoorvleugels. En wat is eigenlijk het standpunt van waaruit we kijken? Het Buitenhof? Ja, het Buitenhof, zie de bank van ontwerper Piet Zwart.
Voor dit plan zouden moeten worden gesloopt: de Bonneterie, ’t Goude Hooft, het (oude) postkantoor en het gebouw van De Nederlanden van 1845 plus een aantal panden in de Hoogstraat, Papestraat, Nobelstraat, Oude Molstraat, Annastraat, Prinsestraat en Buitenhof. Saillant detail: Berlage was dus bereid zijn eigen nog niet heel oude schepping, De Nederlanden, op te offeren. Maar de ruimtenood van ambtenaren en raadsleden was hoog. Een tijdgenoot over de toenmalige in een aanbouw geïmproviseerde raadzaal: ‘In het benauwdste en ongezondste aller vergaderlokalen, in zulk een ontzenuwde atmosfeer moeten wel de helderste denkbeelden en oorspronkelijkste invallen bezoedeld en bedorven worden’. De raad verhuisde voorlopig naar de Javastraat.
Fors gesloopt
Het plan Berlage/Limburg zou een waanzinnig drastische ingreep zijn geweest, maar het is toch iets minder onwaarschijnlijk dan het nu lijkt. In dezelfde periode werd er namelijk fors gesloopt in de binnenstad voor de aanleg van de Grote Marktstraat en de Hofweg. Maar uiteraard ging het Groenmarktplan niet door en een tegelijk getekend stadhuis aan het Spui kwam er (toen) evenmin. Deze bijna vergeten episodes uit het architectuurdrama ‘Den Haag en zijn stadhuizen’ maken deel uit van een tentoonstelling van het Haags Gemeentearchief in het Atrium, waar anders? Aanleiding: het is dertig jaar geleden dat het nieuwe stadhuis werd geopend, toch op het Spui. Koningin Beatrix was erbij, Ronald Naar seilde ab en het Nationale Toneel bracht ‘Julius Caesar’ van Shakespeare. Het kon niet op.
Het was een worsteling vol misgrepen, en voortijdig gesloopte panden en politieke carrières
Dit was de laatste acte van de stadhuiskwestie, die de hele twintigste eeuw en ook ervoor al heeft gespeeld. Kwestie is eigenlijk een te zwak woord. Het was een worsteling vol misgrepen, en voortijdig gesloopte panden en politieke carrières. Een van de grote achterliggende problemen was dat 16-eeuwse Oude Stadhuis(je) al heel snel te klein was. In de achttiende eeuw werd het uitgebreid, in de negentiende opnieuw en uiteindelijk verrees ook nog eens de gehate betonnen raadszaal van architect Piet Zanstra.
Nooit een eerlijke kans
Een echte oplossing was nodig. Dat werd uiteindelijk het met veel oorlogsvertraging gebouwde geheel van architect Julius Luthmann op het Burgemeester De Monchyplein. Maar ook hier weer gedoe. Het bleef bij een kantoorcomplex, zonder raadzaal, zonder ceremoniële hal met orgel en zonder toren. Daartoe had een deel van de bebouwing van de Javastraat (brede deel) moeten wijken. Gelukkig niet gebeurd, maar het plan van Luthmann, die terecht vermaard is om zijn Radio Kootwijk-tempel, heeft daardoor nooit een eerlijke kans gekregen. Jammer dat er geen tekening in de expo is opgenomen van Luthmanns ontwerp in zijn volle omvang.
Uiteindelijk volgde de ontknoping tussen 1987 en 1995, de bekende stadhuisaffaire. De uitkomst is bekend: de ‘witte zwaan’ van Richard Meier, aan het Spui, jawel. En de sloop van zowel het Monchyplein, amper veertig jaar oud, als van de nieuwe raadzaal op de Groenmarkt, nog veel jonger. Heel curieus dat een conclusie die Berlage al had getrokken – kies voor het Spui – zoveel later alsnog is uitgevoerd en de hefboom werd voor de verheffing van het Spuikwartier (de visie van Adri Duivesteijn). Maar dat Groenmarkt-voorstel van Berlage en Limburg dan? Laten we dat maar als een experiment beschouwen of als een soort waarschuwing aan het stadsbestuur: de Groenmarkt is niet haalbaar.
Een ontwerp van De Bazel!
Vooraf dacht ik dat ik door interesse en ervaring eigenlijk wel zo’n beetje alles wist over de Haagse stadhuizen. Mis. Want wat duikt daar opeens op? Een ontwerp van K.P.C. de Bazel voor een stadhuis op de plek van de afgebrande Oranjekazerne, waar nu het Edith Stein College staat! Een idiote plek, die allerlei doorbraken vergde, bijvoorbeeld een naar de Parkstraat. Ging uiteraard ook niet door, maar dus wel een De Bazel, de man van onder meer de imposante voormalige Nederlandsche Handelmaatschappij aan de Vijzelstraat in de hoofdstad, nu eenvoudig ‘De Bazel’ geheten. Kortom, er is van alles te beleven in het Atrium voor de liefhebbers van politiek en architectuur.
- Tentoonstelling ‘Stadhuizen van Den Haag’, tot en met 6 oktober in het Atrium.
