Corona-dagboek: Wolkenkrabber is vriend van virus

DHC-redacteur en columnist Casper Postmaa schrijft, zolang de coronacrisis duurt, een dagelijkse blog over het leven in Den Haag dat steeds meer in de ban raakt van de pandemie.

Door

Wolkenkrabber is vriend van virus

 

Als we het over de tijd na corona hebben, gaat het vaak over vliegreizen, globalisering en andere gedragingen die virussen in de vaart der volkeren kunnen opstoten.

De 86-jarige architect Flip Rosdorff (ontwerper van het voormalige ministerie van Onderwijs in Zoetermeer) keek als lid van de denktank ‘Haagse Vijf’ op een heel andere manier naar de gevolgen van de crisis en kwam tot verstrekkende conclusies die misschien wel onontkoombaar zijn.

Bij het ontwikkelen van zijn ideeën heeft hij gebruikgemaakt van cijfers en inzichten van het RIVM en andere gezaghebbende instituten. Daaruit blijkt dat we mogelijk om de tien jaar te maken krijgen met een pandemie, terwijl het huidige virus – als er geen vaccin op de markt komt – nog tot ver in 2021 op de mens zal blijven jagen.

Dat moet consequenties hebben voor de inrichting van onze steden en met name voor de wens van de gemeente Den Haag om de woningnood op te lossen door hoogbouw. Een slecht idee, vindt Rosdorff, want het huidige virus blijkt zich juist goed te verspreiden in door wolkenkrabbers beheerste metropolen als Wuhan en New York waar veel mensen letterlijk boven op elkaar zitten en de liften het virus hogerop brengen. Verdichting, zoals ook Den Haag voorstaat, is dus voorlopig af te raden.

Parkachtige zones

Beter is het om steden in te richten met kleinere, zelfstandig functionerende stadsdelen gescheiden door parkachtige zones. Want die aanpak lijkt nu al te werken; bekende voorbeelden van zulke steden zijn Berlijn en ons eigen Almere. Nu al blijkt uit cijfers van het RIVM, stelt Rosdorff vast, dat het virus zich aanzienlijk minder heeft verbreid in Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en, opnieuw, Almere.

Dat zijn gemeenten met veel groen, die veel minder dicht bebouwd zijn – rijtjeshuizen! – dan het door ruimtegebrek geplaagde Den Haag. Wijken die geschikt zijn voor een meer zelfstandige positie ten opzichte van de stad zijn Wateringse Veld en Den Haag Zuidwest.

Maar volgens Rosdorff zijn ook stedenbouwkundige details belangrijk. Als we afspreken dat Hagenaars afstand van elkaar moeten houden, moeten we daar ook de mogelijkheid toe bieden. Nu kan dat lang niet altijd. Trottoirs zijn niet zelden slechts 1,5 meter breed en ook fietsers kunnen elkaar lang niet altijd passeren zonder vlak langs elkaar te scheren. Appartementengebouwen zouden een vergelijkbaar systeem moeten krijgen als supermarkten nu al hebben, dat in- en uitgaande bezoekersstromen van elkaar scheidt.

Het openbaar vervoer blijft een probleem; op de perrons kunnen duidelijke zones worden ingericht, in tram en bus is dat vrijwel onmogelijk. Het ziet ernaaruit dat we de stad van morgen opnieuw moeten plannen. Niet veel Hagenaars zullen treuren als we daardoor worden verlost van het woud van wolkenkrabbers dat op maquettes al bestaat.

Bijpassende muziek: ‘La maison où j’ai grandi’ van Françoise Hardy.

Van camper naar risicogroep

 

Toen ik erachter kwam dat niemand van mijn familie, vrienden of kennissen corona had – en ook de kennissen van de kennissen niet – begon ik mijn eigen waarneming te wantrouwen. De vrees stak de kop op dat ik een weinig populair familielid in mijn onderbewustzijn al had begraven of dat mijn kennissenkring misschien wel zeer beperkt was.

Dat laatste is als journalist bijna onmogelijk, maar ik ontdekte wel dat ik een steekje had laten vallen. Een van mijn oudste vrienden had nog geen bezorgd coronatelefoontje van mij ontvangen, dus snel de schade hersteld.

Met zijn bedrijf bleek het verrassend goed te gaan, hij werkt veel voor de overheid en daar tikken ze zich de vingers blauw aan nieuwe coronamaatregelen die ook chic gestyled dienen te worden. Dus ze hebben nog even adem.

Zwaardere gevallen

Niettemin reken ik mijn vriend wel degelijk tot de zwaardere gevallen. Ga maar na: ondanks alles is hij als ondernemer kwetsbaar, hij woont alleen in een belachelijk groot huis, wat de eenzaamheid nog eens versterkt, én hij is nog slechts twee maanden van zijn zeventigste verjaardag verwijderd.

In een maand tijd is zijn perspectief veranderd van een vitale pensionado die de aankoop van een camper niet uitsluit, in een achter glas geparkeerd leven als lid van de met de dood bedreigde corona-risicogroep. Het eeuwig durende Zwitserleven-gevoel is vervangen door een rampscenario waarin de pandemie – als je de geleerden mag geloven die vandaag in de NRC tot ons spreken – nog één tot twee jaar als een rat aan de fundamenten van de samenleving zal blijven knagen.

Zelf is mijn vriend met zijn hoofd vooral bij zijn afscheid, want na dertig jaar draagt hij zijn bedrijf over aan het personeel. Om dat te vieren geeft hij een boek uit dat geheel is gewijd aan het getal dertig. Een typografisch feestje dus.

De oorspronkelijke datum van de presentatie, ergens in juni, leek hem niet meer haalbaar en mijn voorstel om zijn partijtje dan maar vorm te geven als de begrafenis van zijn carrière met het toepasselijke aantal van dertig gasten sprak hem om de een of andere reden niet aan.

Optimistisch

Vlak voordat hij de hoorn neerlegde – niet ziek, niet eenzaam – kwamen we nog wel tot de onverklaarbare optimistische conclusie dat het allemaal zal goed komen met corona en zo. Waarom? Kijk maar naar buiten, it’s in the air!

Ik geef het toe, dat is geen degelijk onderbouwd wetenschappelijk argument, toch kan aan onze voorspelling niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Eerder hadden wij het al een keer bij het rechte eind toen het om een zaak van nationaal belang ging. Dat zit zo, we ontmoetten elkaar voor het eerst bij V&D, waar we in 1972 vakantiewerk deden op de etalage-afdeling.

Onze uitgebluste collega’s in vaste dienst droegen grauwblauwe stofjassen alsof ze beheerders van een ondergronds archief waren die al jaren het daglicht niet meer hadden gezien. En steeds opnieuw moesten we de etalages net zo inrichten als alle zomers daarvoor. Toen we weer een keer een tepelloze damespop naar zo’n vreugdeloze uitstalkast sjouwden, keken we elkaar aan en zeiden: “Dit kan niet lang goed blijven gaan.”

Bijpassende muziek: ‘Friends’ van The Beach Boys.

Met 1,3 miljard samen tegen corona

 

De strijd tegen corona moeten we samen doen, hoor je van alle kanten. Ik ben benieuwd hoe dat in India gaat waar 1,3 miljard zieltjes in lockdown zitten. Ik kan het aan onze vroegere buurjongen vragen, die ik me vooral herinner als een begaafd voetballertje met een ouderwetse, Faas Wilkes-achtige dribbel.

Na lange omzwervingen woont hij met zijn gezin in Mumbai (het vroegere Bombay) waar bijna 24 miljoen mensen zijn lot delen. Wybren van der Vaart (34) is bezig het Indiase wagenpark te elektrificeren, dus enige ambitie kan hem niet worden ontzegd. Rutte was al eens bij hem op bezoek.

Bezorgcultuur

Uit het antwoord op mijn vraag in ons WhatsApp-gesprek – hoe doen ze dat bij jullie? – blijkt het nog niet zo eenvoudig de situatie te duiden. “Mijn indruk is dat ze zich hier goed aan de lockdown houden. De politie is erg actief, op alle grote wegen moet je langs checkpoints. Ik woon in een doodlopend straatje en wij zijn echt de enigen die nog buiten komen om een wandelingetje te maken of om wat te kopen. Indiërs doen dat niet en het hoeft ook niet, want dit land kent een uitstekende bezorgcultuur,” vertelt hij. “Bovendien is India een ‘mission driven state’, zo’n boodschap die voor iedereen geldt, wordt hier goed begrepen.”

Maar hoe het in de rest van India gaat, is hem – en waarschijnlijk ook de overheid – niet altijd duidelijk. “In zo’n groot land kom je er nooit achter wat er allemaal speelt. Wat je hoort, is vaak het tegenovergestelde van de waarheid. Ik weet ook niet hoe de situatie in de ‘slums’ is. Daar zijn de huizen vaak niet groot genoeg om iedereen te bergen. Ik hoor dat mensen daar in grote groepen op straat bij elkaar kruipen.”

200 kilometer lopen

Zijn dagen slijt Wybren bijna op dezelfde manier als Europeanen die door corona in eigen huis zijn opgesloten, maar miljoenen anderen voeren een keihard gevecht om in leven te blijven. “Ik zal je een voorbeeld geven. Toen in New Delhi arbeiders geen werk meer hadden, gingen ze naar huis lopen, soms 200 kilometer ver. De overheid heeft dat proberen op te lossen door bussen in te zetten, met als gevolg dat duizenden mensen op de laatste bus stonden te wachten.”

En omdat de overheid geen geld heeft om de bevolking en het bedrijfsleven te steunen, is iedereen op zichzelf aangewezen. Dus stroomt het water waar het niet gaan kan. “Je hebt hier veel mensen die nog geen week zonder werk kunnen, die moeten wel werken en dat gebeurt ook. Mijn onderburen hebben twee mensen als hulp in dienst, die komen nog steeds elke dag werken. Het mag niet, maar anders hebben ze helemaal niets.” Als het straks voorbij is – de lockdown loopt tot 15 april – zal waarschijnlijk een verlenging volgen. Betrouwbare cijfers over het aantal doden en besmettingen zijn er niet. Wybren weet niet zeker of hij weer tot de orde van de dag overgaat, als de regering zegt dat het voorbij is.

Bijpassende muziek: ‘Bombay’ van The Golden Earring.

 

Websites ontploffen, wijn helpt ons door de crisis

 

Toen het kabinet met ongekende maatregelen het vaantje van onze economie verontrustend ver liet zakken, rende heel Nederland meteen naar de supermarkt om wc-papier te hamsteren (ik vind wel dat iemand op deze gedachtenkronkel moet promoveren!). Maar een andere, veel begrijpelijker reactie bleef onderbelicht. Want wat doet de mens in tijden van crisis?

Precies: hij grijpt naar de fles. Vroeger was het jenever, tegenwoordig verzacht vooral wijn de pijn. Voor bekende Haagse wijnhandels als Bosman Wijnkopers van wijngoeroe Nico McGough en Henri Bloem van Tjitse Mollema is internet de kurk waar hun handel in deze bange tijden op drijft.

“De winkel doet het nog steeds goed, maar de webshop is volledig ontploft,” vertelt Mollema. “We hebben negentien vinotheken met zelfstandige ondernemers door het hele land en daarmee doen we op internet per jaar ongeveer één miljoen euro, maar als het zo doorgaat verdrievoudigen we de omzet.”

McGough in latex

Henri Bloem verkoopt, net als Bosman Wijnkopers, nu meer wijnen onder de tien euro. Maar de uitwerking van de crisis is voor beide anders. “Bij ons is de bodem weggevallen omdat een groot deel van onze verkoop uit de horeca komt, dat staat helemaal stil,” vertelt McGough, “en ik kan je vertellen dat dat niet leuk is.”

Daar staat tegenover dat de omzet van de webshop met een factor zeventien (!) is vermenigvuldigd. “Een mooie ontwikkeling. We hebben net de site geüpdatet, maar we deden niet heel veel op internet, dus de miljoenen lopen hier niet binnen. We hadden dit jaar fantastische eerste maanden waarin we grote sprongen maakten en dan gebeurt dit. Ik word weleens moe van alle energie die ik in crises moet steken, we zijn net bekomen van de vorige en dan krijgen we deze klap.”

En nu? “We staan dag en nacht klaar voor onze klanten. Mensen willen het nu thuis leuk maken, daar hoort goede wijn bij. Ik rijd zelf de hele stad door om te bezorgen. Ik weet nu ook waar de Samuel Beckettlaan is, die kon de navigatie van mijn elektrische karretje niet vinden.”

In de winkel hebben nieuwe accessoires hun intrede gedaan: latexhandschoenen, gelpompjes en een spatscherm; ook als we grote dorst hebben, kijkt corona mee.

Gin, rum, whisky

Harrie Wijdeveld van Drinxx, met zaken in Noordwijk, Voorhout en Den Haag, heeft de pech dat er nog aan een webshop wordt gebouwd. “Ik hoop dat we voor de zomer gaan draaien. Bij Drinxx lopen, net als bij de concurrentie, de zaken in de winkel beter, maar wel anders. “Ook duurdere wijnen doen het bij ons nog steeds goed én we verkopen meer gedistilleerd: rum, gin en whisky zijn onze uitschieters.”

Conclusie: de glasbakken zitten voller dan ooit. Met een glas in de hand proberen we aan tafel de corona-ellende te vergeten, daarna zijn de wc-rollen pas aan de beurt. Proost!

Bijpassende muziek: ‘Red, red wine’ van Neil Diamond, UB40 of Hagenaar Rudy Bennett is natuurlijk een voor de hand liggende keus, maar het mooiste dranklied is Frank Sinatra’s ‘One for my baby (and one more for the road).

Op weg naar een ander leven?

 

Vorige week vroeg ik u als lezer wat u verwachtte en hoopte van de wereld na corona. Toegegeven, er kwam geen tsunami van e-mails op gang – misschien was de vraag te groot of zijn we er nog niet aan toe – maar de reacties waren toch waardevol, omdat ze zoveel gemeenschappelijk hadden. Kennelijk is wel duidelijk wat er mis is: we stappen te makkelijk in het vliegtuig, we halen te veel spullen van ver weg en we bekommeren ons te weinig om onze medemens.

Gewoontedieren

Dat was ooit anders, schrijft Coby Fritz. ‘Zelf ben ik van net na de Tweede Wereldoorlog. Luxe kenden we niet, maar wel het begaan zijn met de medemens. Dat hoorde bij je opvoeding, waar ik nog de vruchten van draag. Ik gaf het door aan mijn kinderen.’ Coby is somber over de kansen van een herziene samenleving na corona:

‘Mensen gedragen zich nu wel anders.
Maar houdt u dit straks vol? NEE!
En waarom zou u dit niet volhouden?
Omdat zij dat ook niet doen!’

En zo komen we dus nergens. Zij heeft een lezer uit het Bezuidenhout aan haar zijde. Ook hij leeft tussen hoop en vrees. ‘Mensen zijn wel van goede wil, maar uiteindelijk kunnen ze heel moeilijk hun oude leventje opgeven. We zijn gewoontedieren.’

Saskia Ras beperkt zich tot adviezen voor een nieuwe levenshouding: ‘Laat de auto staan, minder voortjakkeren, meer rust en tijd voor elkaar en gezonder leven (zodat we ook een betere weerstand hebben).’

Onze ziel

Je zou kunnen zeggen dat die reacties duiden op nostalgie, maar dat is wat te makkelijk – want wie wil er echt terug naar 1950? Ik denk eerder dat het moderne leven (denk aan Charlie Chaplins geniale film ‘Modern Times’) te ver van ons af staat.

Talrijke door de techniek opgezweepte ontwikkelingen als supersnelle vliegreizen, massaal autobezit en de zegeningen van het internet hebben ons vooruitgebracht, maar we zijn daardoor ook in een abstracte wereld terechtgekomen waar ontmoetingen en echte ervaringen zijn vervangen door voorgeprogrammeerde, steriele handelingen: clicks. Hoe sneller, hoe beter, en dat kan de ziel van de mens, die nog steeds te paard gaat, niet bijhouden.

Dat wringt met onze moderne samenleving en het is funest voor onze relatie met de natuur, die toch echt meer is dan een vakantiebestemming.

Waarom ik toch optimistisch ben over onze kansen op verandering? Omdat het niet anders kan, het moet, en dan is de mens op z’n best.

Bijpassende muziek: ‘Auto, Vliegtuug’ van Rowwen Hèze.

Het onroerend goed is sterker dan corona

 

Niet heel het raderwerk staat stil, er zijn delen van de economie die als een bijna onzichtbare onderstroom de markt blijven bedienen. De buurvrouw kan er van meepraten. Ze zwaait enthousiast naar me om een wat pijnlijke boodschap te camoufleren: ze gaat haar plek in de straat verlaten, ze heeft zojuist een appartement gekocht.

Ik begrijp haar wel, zij is alleen en ondanks de logeerpartijen van haar kleinkinderen is het huis toch te groot, dus liever een flat in het groen. Maar kopen, betekent ook vérkopen; nú, in deze onzekere tijd!? Haar makelaar is optimistisch, want er zit volgens hem nog genoeg leven in de markt. En hij heeft gelijk: lees tot het eind!

Tijdelijke afvlakking

Jan Kokje, directeur-eigenaar van makelaarskantoor De Vries Robbé en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Makelaars, afdeling Den Haag, steunt de visie van zijn collega.

“Ik heb net nog een appartement verkocht en ook wat verhuurd. De omstandigheden zijn natuurlijk anders, extreme prijzen zullen minder vaak voorkomen, en sommige mensen wachten nu misschien liever een paar maanden, maar ik denk dat het allemaal tijdelijk zal zijn. Want de omstandigheden op de markt zijn niet veranderd: nog altijd is de vraag groter dan het aanbod. Mensen willen nog steeds wonen en expats blijven ook komen. Vanuit Amsterdam hoor ik dezelfde geluiden.”

Wel zijn er minder bezichtigingen, technische hulpmiddelen als Skype, FaceTime en WhatsApp worden ingezet om de risico’s voor klant en makelaar te verkleinen.

Op de site van De Vries Robbé staan alle instructies opgesomd: de eerste keer liever elektronisch rondkijken en wie toch voor de real thing gaat moet dat in eenzaamheid doen, de makelaar wacht buiten. “Het zijn vooral expats die FaceTime gebruiken,” vertelt Kokje,  “voordat ze uit Singapore overkomen willen ze het huis eerst op die manier zien.”

Notarissen hebben de nieuwe werkelijkheid ook aanvaard. Kokje: “Het passeren van de acte van levering kan via FaceTime, dat is rechtsgeldig. Je moet dan nog wel tekenen, maar dat kan over de post.”

Overboden

De buurvrouw is er klaar voor en wacht op de eerste geïnteresseerden voor haar huis; de prijs die volgens haar makelaar haalbaar is, ligt ruim boven de onlangs verhoogde WOZ-waarde. De kans is groot dat het pand onderhands wordt verkocht, zo groot is ondanks alles de vraag naar oude herenhuizen. Maar het beste bewijs dat de markt nog lang niet dood is, komt na het weekend met een harde klap: op het laatste moment wordt de buurvrouw – die dacht de koop al te hebben gesloten – royaal overboden. Voorlopig is onroerend goed sterker dan corona.

Bijpassende muziek. ‘House for sale’ van Lucifer of ‘Our house’ van Crosby, Stills, Nash and Young.

Liefde achter glas (foto’s)

 

De crisis is voor iedereen moeilijk, maar sommigen hebben het extra zwaar omdat het virus gezinnen verdeelt of geliefden van elkaar heeft gescheiden. Marlies (37), liever alleen haar voornaam, uit de Ligusterstraat is allebei overkomen.

Foto: DHC/Brian Mul

Haar 13-jarige zoon uit een vorige relatie is bij zijn vader en even naar zijn moeder fietsen is er niet bij, want Marlies heeft een slechtwerkend afweersysteem, ze moet dus extra voorzichtig zijn. “Dat is heel verdrietig, maar FaceTime helpt wel.”

Latrelatie

Gelukkig is onze veelgeprezen zorg ook hier aanwezig. Tweemaal per week dient Marlies zichzelf een infuus toe en eenmaal per maand komt een verpleegster langs – nu geheel in coronaharnas gestoken – om een wat ingewikkelder infuus aan te leggen dat het afweersysteem stimuleert.

“Het duurt alles bij elkaar zeven uur,” vertelt Marlies, “al die tijd blijft ze bij me.” Maar zij heeft nog een steun en toeverlaat: haar vriend Ingmar (37, popmuzikant in gedwongen pauzestand) met wie ze een latrelatie onderhoudt, maar sinds de crisis is het meer ‘living apart’ dan ‘together’.

Het korte verhaal van een liefde. “We kennen elkaar van de Basisschool Bohemen, we hadden toen kinderverkering. Daarna hebben we elkaar heel lang niet gezien, maar een jaar of tien geleden is het contact hersteld en ontmoetten we elkaar een paar maal per jaar. Sinds twee jaar hebben we een relatie.”

Foto: DHC/Brian Mul

Dat hebben ze nog steeds, maar corona kwam tussenbeide, techniek en echte liefde hieven de barrière deels op. “Als het, zoals afgelopen week, mooi weer is, komt hij langs en gaat hij in de voortuin vlak bij de ruit zitten. Dan praten we met onze telefoons een uur of langer. Wil je met optimisme naar de toekomst kunnen kijken, dan moet je creatief zijn.”

Mona Lisa

De volgende dag fiets ik naar de Bomenbuurt om te zien hoe het precies werkt. Ze zitten al op hun post als ik de straat inrij. Hij voorover gebogen een paar centimeter van het glas, zij aan de andere kant, stralend als een door kozijnen ingelijste Mona Lisa. Even later schiet Marlies naar buiten, niet meer dan één stap, om een kopje thee voor Ingmar neer te zetten.

“Zo is het wel uit te houden,” zegt Ingmar grijnzend, “maar we hopen toch dat alles weer snel gewoon wordt.” Om kwart voor zes, als de zon uit het tuintje is vertrokken, sluit het doek voor deze Haagse Romeo en Julia. Tot de volgende mooie dag.

Foto: DHC/Brian Mul

Schattig

Een buurvrouw die in de aangrenzende tuin aan de rosé is, roept me na als ik wegfiets: “We vinden het allemaal zó schattig!”

Inderdaad, ‘life can be so sweet, on the sunny side of the street’.

Bijpassende muziek ‘On the sunny side of the street’, veel artiesten hebben het vastgelegd, onder anderen Billie Holiday en Peggy Lee, maar de bekendste uitvoering is van Louis Armstrong.

Wat denkt u over de samenleving na corona?

 

Veel landen vinden dat ze in oorlog zijn met corona. Hier hoor je die krijgshaftige taal minder, maar de psychologie erachter is niet moeilijk te begrijpen. In oorlogen ga je voor de overwinning, je zet alle middelen in die er zijn en de natie zal zich vaderlandslievend achter de leiders scharen om dat doel te bereiken.

Veel Amerikanen geloven daarin, vandaar dat Trump zichzelf tot ‘war president’ heeft uitgeroepen. Ik betwijfel of corona daarvoor op de vlucht gaat, maar ik gun elk land zijn eigen aanpak. Veel eerder zie ik een overeenkomst met oorlog als we het hebben over corona als gebeurtenis in een mensenleven.

Ik ben van 1950, dus ik heb de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, maar hij was altijd aanwezig in mijn leven; net als miljoenen anderen heb ik geleerd te denken in vóór en ná de oorlog. Zou dat straks weer zo zijn, vóór en ná corona, omdat het voor ons, de Nederlandse bevolking, de grootste en ingrijpendste ervaring is die we collectief delen?

Een andere wereld

Daarover wil ik het hebben; we zitten nu midden in de crisis, maar ik hoor dat veel gesprekken, stukjes en mails over ‘straks’ gaan. Natuurlijk is dat ook een verweer tegen de omstandigheden, straks zal alles anders zijn, dan beginnen we een nieuw leven, want hoop dóét leven.

Veel van die overdenkingen over ‘straks’ gaan over een wereld die wel moet veranderen. Maar is dat zo? Na ’40-’45 hoopte het overgrote deel van de Nederlandse bevolking, inclusief koningin Wilhelmina, op grote maatschappelijke en bestuurlijke vernieuwingen, maar na de bevrijding was alles binnen de kortste keren weer bij het oude. De echte veranderingen lieten twintig jaar op zich wachten.

Huidige corona-crisis

Velen zien de huidige crisis als een grens die is overschreden. Willen we overleven, dan moet de samenleving zijn materiële verlangens afbouwen, langzamer gaan draaien en moeten mensen zich meer binden aan de plek waar ze wonen. Straks zal er een andere wereld moeten ontstaan waarin op tal van gebieden de lucht net zo schoon is geveegd als de afgelopen weken boven het vervuilde China is gebeurd.

Ideeën

Hoe zou dat gaan als we straks weer de straat op mogen, onze geliefden mogen omhelzen, stadions mogen bezoeken en weer kunnen klinken op de toekomst?

De verwachtingen die het vaakst worden uitgesproken: minder vliegen (kan dat in een wereld waarin alles met elkaar is verbonden en waarin je steeds vaker ziet dat gezinnen zich over continenten verspreiden?), minder massaal voedingsmiddelen produceren (blijft de economie van Nederland, de tweede voedselproducent ter wereld, dan overeind?), beter met dieren omgaan en niet meer massaal slachten (zie vorige tegenargument), de maakindustrie verplaatsen naar de landen waar de producten worden gebruikt (is dat betaalbaar en willen we dat eigenlijk wel, die vervuiling binnen eigen grenzen, hebben we daar de arbeidskrachten voor?), meer ruimte voor natuur in ons land (waar en hoe?).

Het is maar een kleine selectie uit de gedachten die je her en der hoort oppoppen. Ik ben benieuwd wat de lezers van Den Haag Centraal verwachten van onze samenleving na corona. Laten we het er in deze rubriek over hebben. Ik hoor graag van u! Mail naar: dagboekcorona@gmail.com

Bijpassende muziek: ‘Imagine’ van John Lennon.

Het ouderenuurtje kwijnt aan de Place des Invalides

 

Het is kwart over zeven in de morgen en Den Haag slaapt nog. Geen verrassende constatering als de economie platligt en ook de zon amper is ontwaakt. Maar binnen ons dramatisch veranderde dagelijks leven is dit een uitzondering op een uitzondering; activiteit is juist gewenst, want tussen zeven en acht uur speelt zich het ouderenuurtje van de supermarkten af. Grote concerns als Albert Heijn en Jumbo hebben consumenten van zeventig jaar en ouder opgeroepen om juist dan boodschappen te doen. Komen ze niet tussen de wielen.

Het is een initiatief van D66 en 50PLUS; ouderenbond Anbo was aanvankelijk positief, maar bedacht zich later. Want worden ouderen er niet op aangekeken als ze later op de dag hun inkopen doen?

AH aan het Willem Royaardsplein

Ik neem de proef op de som bij de AH aan het Willem Royaardsplein, geen XL-filiaal, maar wel ruim bemeten. Als het ouderenuurtje ergens zou moeten lopen, dan wel hier in dit wijkje met de hoogste gemiddelde leeftijd van Nederland. Verzorgingshuizen, seniorenflats en verpleeghuizen staan hier schouder aan schouder. Frédéric Bastet (1926-2008), de biograaf van Louis Couperus, zei eens dat de geest van de Haagse fin-de-siècleschrijver nergens in Den Haag nog zó aanwezig is als rondom de Place des Invalides, zoals het Willem Royaardsplein in de volksmond heet.

Al is er van ‘volk’ nauwelijks sprake, de burgers zijn veelal hoogopgeleid en bekleedden tijdens hun werkzame levens hoge posities in bedrijfsleven, ambtenarij en diplomatiek. Zij vormen de basis van het AH-klantenbestand waarin, wordt weleens grappend gezegd, premier Rutte – die om de hoek woont – de jongste is.

De ideale markt dus voor het ouderenuurtje, alleen voelen de zeventigplussers er zelf weinig voor. Zelfs niet hier. Maandag dwaalden er tussen zeven en acht ongeveer vijftig mensen over de twee etages, een dag later, vertelt een caissière, zijn het er nog minder.

Zalvende stem

Als ik net binnen ben, spreekt een hartelijke, bijna zalvende stem mij toe. ‘We doen het samen,’ besluit ze haar spreekbeurt met goedbedoelde adviezen. Inderdaad, Rutte is niet ver weg. Meer dan twaalf klanten, meest mannen, tel ik niet. En de mevrouw naast mij, die angstvallig de ruime afstand tussen ons in de gaten houdt, zal er de volgende keer waarschijnlijk ook niet meer bij zijn. Ontzet kijkt ze naar de groenteafdeling waar veel schappen leeg zijn. “Nou hebben ze nóg niks!” Niks is overdreven, maar geen sperzieboontje, avocado’s of paprika’s. Wel asperges. Ook bij de bakker is de bevoorrading nog niet echt op gang gekomen.

Als ik heb afgerekend – het laatste zakje rode uien, de laatste pot mayonaise met citroen van Devos Lemmens – en naar buiten loop, roept de AH-stem me na: ‘En zorg goed voor elkaar!’ Op mijn telefoon popt een bericht van de Volkskrant op: ‘De coronadoden: man, oud en meestal ziek.’ Ik hoop dat de heren aan het plein vandaag de krant overslaan.

Bijpassende muziek: ‘A walk on the wild side’ van Lou Reed.

Een leger paashazen sneuvelt op zondag

 

Op deze zondagochtend lijkt er sprake te zijn van een omslag. Zaterdag stonden er nog rijen auto’s op de wegen naar Scheveningen, nu is de stad uitgestorven terwijl de zon even fel schijnt.

Ik maak een korte wandeling naar Maison Belder in de Javastraat om croissants te halen, want het leven gaat door en de middenstand moet gesteund worden, vooral de echte locals. De banketbakker streed jaren geleden in de voorste linie tegen de gedwongen winkelsluiting op zondag, dus is het pijnlijk om het briefje op de deur te lezen waarin mevrouw Belder laat weten dat de ovens uit zijn en blijven zolang het corona-virus heerst.

Leeg is de zaak allerminst, de winkelvloer is bevolkt door een leger grote chocoladepaashazen die me met dode ogen aankijken. Wie zal ze eten en wanneer ruiken we in de Javastraat weer de geur van versgebakken croissants?

Bijpassende muziek: ‘Sunday Morning’ van The Velvet Underground.

Flowerpower tegen corona

 

Het is zaterdag kwart over zes in de ochtend – ik moet het opschrijven om het zelf te kunnen geloven – en we zijn op weg naar de Sligro in het Forepark zoals we gewoonlijk om de – pakweg – veertien dagen doen. Maar nooit ’s morgens om kwart over zes. Mijn vrouw was verbijsterd toen ze van mijn matineuze aandrang vernam. Ik kan het uitleggen: het heeft niets met hamsteren te maken, ook niet met angst voor uitgeputte voorraden, ik heb gewoon geen zin om nu in een winkel, al is het een heel grote, tussen drommen mensen te lopen.

Bovendien heeft Sligro tijdelijk zijn uitgangspunt opgegeven dat alleen ondernemers, althans mensen met een bedrijf op hun naam, toegang hebben. Dus wordt een kerstachtige drukte verwacht. Maar wij wanen ons alleen op de wereld, de zonsopgang is schitterend en het licht kristalhelder. Op de weg hebben we vrij baan en elk verkeerslicht springt spontaan op groen. We voelen ons als de koninklijke familie die een rijtoer maakt.

Aangekomen in het Forepark dwalen we langs volle schappen en in de enorme horecasupermarkt duwen hooguit een man of twintig hun karretje. Een halfuur later rijden we weer over lege wegen naar huis, als visjes die voor de school uit zwemmen.

Verjaardag

Rond het middaguur fietsen vrouw en dochter naar Scheveningen om toch wat beweging te hebben en om een vriendin met haar verjaardag te feliciteren. Het is een bijzonder moment, want zij is na een verblijf van zeven jaar in Australië sinds vier maanden terug in Den Haag. Haar partner werkt aan de tunnel voor de Rijnlandroute tussen de A44 en de A4, diensten van acht lange dagen achterelkaar. Al die tijd zit zij met haar twee kleine kinderen alleen thuis.

Zij blijft in de deuropening staan om op afstand de felicitaties in ontvangst te nemen. “Het is heel raar,” zegt de vriendin, “mijn ouders zijn wel drie-, viermaal in Sydney op mijn verjaardag geweest en nu ik eindelijk terug ben in Den Haag mogen ze niet komen.” Als vrouw en dochter weer naar huis fietsen, stoppen ze bij de bloemenkiosk op de Fred. Vergeefs, want om half drie is hij al los. Als bewijs hebben ze een foto van de lange rij lege emmers gemaakt. Wakkert de corona-crisis romantiek aan?

Flowerpower

Op de Scheveningseweg stuiten ze op een feestje voor de deur van verpleeghuis Bosch en Duin; de veelal oudere patiënten deinen op het balkon mee met de tonen van ‘Even aan mijn moeder vragen’ (Bloem, 1980) die uit de enorme geluidsinstallatie van een auto dreunen. Later trekt de muziek Scheveningen-Dorp in. Het is sowieso een mooi weekend voor Bosch en Duin, want het huis was het doelwit van een door bloemist Bloemenwaas (Tesselseplein) bedachte actie. Duindorpers kochten de afgelopen dagen bloemen voor de bewoners (ook Uiterjoon aan de Vissershavenstraat deelde mee) en de dames van Bloemenwaas gingen ze vrijdag aan het einde van de dag bezorgen. Even waren de zorgen verdwenen: flowerpower tegen corona.

Bijpassende muziek: ‘Sag mir wo die Blumen sind‘ door Marlene Dietrich, maar de uitvoering van Pete Seeger, ‘Where have all the flowers gone,’ is zeker zo goed.

Bruno Bruins komt altijd terug

 

We hebben het over de oorlog tegen corona, werkers in de zorg zijn onze soldaten en woensdag zagen we voor het eerst dat een generaal op het corona-slagveld sneuvelde. Minister van Volksgezondheid Bruno Bruins (VVD) zakte in de Tweede Kamer door z’n hoeven na een paar verwoestende weken. Het was pijnlijk om te zien hoe journaals dat moment keer op keer herhaalden alsof Arjen Robben in het strafschopgebied was neergehaald. Alleen de slowmotionbeelden ontbraken nog.

‘Toen gebeurde er dit!’ En hup, daar ging de minister weer. Kennelijk gaat het tijdens crises toch ook gewoon om scoren. De neergang van Bruins was een pijnlijk voorbeeld van wat je tijdens zo’n collectieve ramp kan overkomen, zelfs als je niet besmet bent.

Jaloersmakende Jaguar XJ

Drie weken geleden zag ik Bruins nog op het Willem Royaardsplein zijn AH-boodschappen in zijn jaloersmakende Jaguar XJ (het tot 2009 geproduceerde oude model) laden. Hij was welgemoed, van een crisis of hamsteren was nog geen sprake en in de wandelgangen gold hij – ook bij mijn collega’s – als een van de belangrijkste kandidaten voor het burgemeesterschap van Den Haag.

Dat zou geen slechte keus zijn geweest, Bruins is een sobere politicus die vrijwel alles heeft bestuurd wat er in zijn stiel voorhanden was. Hij was raadslid en wethouder in Den Haag, voorzitter van de raad van bestuur van het UWV, plaatsvervangend burgemeester van Leidschendam-Voorburg, staatssecretaris en minister, en bovendien is hij iemand die Den Haag goed aanvoelt.

Ik kan me van Bruins nog een voorval herinneren uit de tijd dat hij nog gewoon raadslid was. Er deed zich aan het begin van de zomer een spannend politiek moment voor, wat het precies was is me ontschoten, in elk geval bestond de kans dat raadsleden van vakantie moesten terugkomen. Niet iedereen had daar zin in. Bruins, toen nog een stuk luidruchtiger dan nu, riep richting de voorzitter: ‘Schrijft u maar op: Bruno Bruins komt altijd terug!’

Hopelijk is dat nu ook het geval, al weet ik niet of mevrouw Bruins het daar ook mee eens zal zijn.

Michael Barnaart, er komen andere tijden

 

De corona-crisis is nog maar amper begonnen of er is bij sommigen al een intens verlangen naar de tijd erna, want het ontluikende voorjaar wakkert het natuurlijke verlangen naar vernieuwing aan. In elk geval zijn er genoeg mensen bij wie in tijden van corona ondergangsgevoelens en defaitisme níet overheersen. Couturier-ondernemer Michael Barnaart is er zo een. Als ik hem vraag hoe de zaken gaan in de Papestraat (waar hij zijn winkel heeft), komt er een hoopgevend antwoord. Natuurlijk, ook voor hem zijn het zware en onzekere dagen, maar er komen andere tijden.

“Ik betrap mezelf erop dat ik al wel bezig ben met de tijd die hierna aanbreekt. Komen we dichter tot elkaar? Wordt geld minder belangrijk? Gaan we kijken hoe we dingen dichter bij huis en op de menselijke maat kunnen organiseren? Krijgen we meer oog (en ontzag) voor de natuur, die groter is dan wij? Als de nieuwe wereldorde die kant opgaat, zou dat mooi zijn.”

“Ik was daar al bewust mee bezig, zowel privé als in mijn werk, maar nu fantaseer ik er weleens over om ook in mijn eigen grondstoffen te voorzien. Schapen in de tuin voor wol om nieuwe ontwerpen voor te maken, alleen nog produceren waar vraag naar is. Ik zie het wel zitten.”

Ardennen

Inderdaad, de ingrijpende crisis kan de aanzet geven tot een nieuwe kijk op ons bestaan. Grote onderwerpen zullen straks op de agenda komen te staan. Zoals globalisering en mobiliteit. Het virus kon zich dankzij globalisering zo makkelijk verspreiden, want die maakte het mogelijk dat computer, auto en vliegtuig worden geassembleerd met onderdelen uit drie continenten.

Om maar wat te noemen. Met Pasen naar Cuba of andere warme, ver weg gelegen bestemmingen is misschien ook verleden tijd, want virussen reizen altijd mee. Voorlopig zijn we nog in de ban van de door corona veroorzaakte sores van alle dag. Onze Poolse hulp foetert op haar regering die extra controles bij de grenzen uitvoert waardoor er nu files van vijftig kilometer voor de slagboom staan.

Maar ook de Belgische viroloog Van Ranst zorgt voor huiselijke onrust. Hij spreekt in De Standaard de verwachting uit dat buitenlandse zomervakanties er dit jaar niet in zitten (‘de Ardennen waren vroeger toch ook goed genoeg?’) en het festivalseizoen verklaart hij eveneens voor gesloten. Mijn dochter heft haar handen dramatisch ten hemel. “Dit wordt het langste jaar ooit!”

Muziek

Zoals ik al eerder meldde, vraag ik me tijdens het schrijven vaak af welke muziek bij mijn stuk zou passen. In een van de eerste blogs over corona noemde ik ‘I want to hold your hand’ van The Beatles. Omdat het alles zegt over wat we op dit ogenblik het meest missen en er tegelijkertijd aan de titel het verlangen naar betere tijden kleeft. Muziek was in oorlog en ellende altijd al een teken van hoop. Denk bijvoorbeeld aan het door Willy Walden gezongen ‘Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan’, dat in 1943 perfect het verlangen naar vrede uitdrukte.

Het even weemoedige ‘Eens zal de Betuwe in bloei weer staan’ van Hagenaar Dolf Brouwers vertolkte tijdens de jaren van de wederopbouw de wens om terug te keren naar het vertrouwde leven van voor de oorlog. Wereldwijd was ‘We’ll meet again’ van Vera Lynn (zij wordt op 20 maar 103!) hét lied van de hoop.

Van nu af aan dus elke dag onder mijn blog de titel van een bijpassend nummer, want muziek biedt hoop. Ook in tijden van corona.

Vandaag ‘The times they are a changin’ (1964) van Bob Dylan, maar de Nederlandse uitvoering ‘Er komen andere tijden’ (vertaling Lennaert Nijgh) van Boudewijn de Groot mag natuurlijk ook.

 

Piet van der Eijk mogen ze opzijschuiven als de ic vol is

 

Schrijven of spreken over corona is schrijven en spreken over de dood, want het is die dreiging die ons leven nu bepaalt. Maken we straks deel uit van dat steeds oplopende aantal anonieme doden of ontspringen we de dans? Net als de meeste lotgenoten die ik heb gesproken, ben ik optimistisch of wellicht beter gezegd, is mijn voorstellingsvermogen ontoereikend om mezelf werkelijk als toekomstig slachtoffer te zien. Naïef, dom, overmoedig, zeg het maar.

Toen ik me met dergelijke bespiegelingen bezighield, moest ik onwillekeurig aan mijn vriend Piet van der Eijk denken. Piet is 86 en is journalist voor het leven, hij werkte onder meer bij De Tijd, HP/De Tijd en Den Haag Centraal. Hij was in zijn hoogtijdagen specialist op het gebied van de gezondheidszorg en schreef ook verhalen over de ethische kanten daarvan.

Intensive care

Hoe zou Piet tegen de grimmige, in Italië oprukkende realiteit aankijken, waarbij de leeftijd van het slachtoffer het criterium is om te bepalen of hij of zij de laatste plek op de intensive care (ic) krijgt? Als je boven de zeventig bent, gaat er in sommige Italiaanse ziekenhuizen een kruis door je naam.

Die discussie is actueel want de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) had vrijdag nog voorgesteld om patiënten ouder dan tachtig en couveusekindjes (‘extreem premature kinderen,’ zei NVIC-voorzitter Diederik Gommers) als eersten van de ic te verwijderen als daar een gebrek aan bedden zou ontstaan. De Tweede Kamer heeft daar inmiddels op aandringen van Henk Krol (fractievoorzitter 50PLUS) een stokje voor gestoken.

Piet van der Eijk kan de redenering van Krol wel volgen, maar die van de ic-specialisten ook. “Als ik zelf ziek zou worden en de nood in de ic komt aan de man, dan mogen ze mij opzijschuiven. Ethisch gezien is dat helemaal in orde. Het is de keuze tussen iemand die al een lang leven achter de rug heeft en iemand die onder normale omstandigheden nog vele jaren heeft te gaan. Kijk, niets menselijks is mij vreemd, ik heb natuurlijk liever dat het de buurman overkomt, want ik voel me prima en wil doorgaan, maar dat aanvankelijk deze keuze is gemaakt, is goed te verdedigen.”

Aán of mét corona

Piet geeft toe dat het zelfs voor hem als 86-jarige aanvoelt als een theoretische discussie. “Het is een kwestie van getallen; als je leest om hoeveel mensen het nu verhoudingsgewijs gaat, is dat nog steeds weinig. Al piep je natuurlijk wel anders als net een familielid met corona is overleden. Ik verwacht gewoon niet dat het mij of mijn vrouw overkomt. We houden ons goed aan de regels.”

Hij roept artsen en overheid op dat ook te doen en zorgvuldiger te zijn met de berichtgeving over de corona-doden. “Dan lees je dat er weer veertien mensen aan corona zijn gestorven: dat kán en mág je niet zeggen. Ik denk dat er nog maar heel weinig mensen áán corona zijn gestorven. Je kunt hooguit zeggen dat patiënten mét corona zijn gestorven. De combinatie van corona en een andere kwaal is meestal fataal,” betoogt hij.

Maar Piet, stel: je wordt echt heel erg ziek, ben je dan nog steeds zo’n held die een jongere patiënt bij de ic voorrang verleent? “Als ze de deur voor mijn neus dichtslaan, zal ik misschien nog wel beleefd vragen of er toch niet een plaatsje voor me is. Maar wat ook het antwoord daarop is, het zal mijn standpunt niet veranderen.”

De tong daalt in prijs en diners op de bon: voor later

 

Je ziet het overal om je heen: ondernemers proberen een vorm te vinden om met de crisis om te gaan. Hartverscheurend is de oproep op Instagram van Patrick van Aller, eigenaar van gastropub Van Kinsbergen aan het Prins Hendrikplein. Zijn nog jonge bedrijf dreigt meteen aan de grond te lopen. “Ik voel me als gezin megahard getroffen. Papa en mama hebben een hotel, oma en opa hebben een hotel, mijn broer heeft een hotel. Ik heb net zitten janken.”

Patrick vraagt aan zijn jonge klantenkring om tegoedbonnen voor etentjes bij hem te kopen, voor straks als het allemaal voorbij is. Intussen komt er dan wel geld binnen. Een iets ouder filmpje laat zien hoezeer zijn plannen en de werkelijkheid van vandaag botsen. Hij toont trots het grote scherm waarop zijn gasten straks het EK voetbal live kunnen volgen, maar de UEFA heeft het superevenement dat vanaf 12 juni in twaalf landen zou worden gehouden zojuist een jaar uitgesteld. De crisis is opeens wéér groter.

Kistjes

Maar de dag begint bij Franse bakker Michel aan de Breitnerlaan. Het is altijd afwachten in welke taal je er wordt aangesproken: Frans, Engels of Nederlands. Op de etalageruit hangen in het Engels gestelde briefjes met aanwijzingen voor de klanten. Er mogen er maar twee tegelijk naar binnen, geen cash alleen pin, (zoals nu bijna overal), en om de klanten op gepaste afstand te houden is een rij kistjes voor de toonbank geplaatst. Die had ik nog niet gezien.

Het brood vliegt de deur uit, vertelt de verkoopster, terwijl dinsdagen normaal gesproken rustig verlopen. “Het heeft volgens mij ook te maken met de horeca in de buurt die gesloten is. Nu komen ze hun croissantje bij mij halen.”

Kreeft

Dan meldt mijn vriend Piet van der Eijk (86) zich. Als oudgediende in de journalistiek (HP De Tijd en DHC) wijst hij me op de visafslag. Gaat daar het werk door? “Als het aan ons ligt wel,” laat Wim Harteveld, manager van de Visafslag Scheveningen, weten. “Die vissersmannen zijn op zee om voor ons voedsel te zorgen. Het lijkt me verstandig als ze daarmee doorgaan. In Yerseke is de eerste kreeftenveiling gecanceld, dat is wat mij betreft minder erg. Naar voor de ondernemers, maar het is wel een luxeproduct, heel wat anders dan wat wij hier veilen: mul, schol, schar, wijting, zeg maar de gewone vis die voor iedereen is.”

Harteveld is gematigd optimistisch als het over de toekomst gaat. “Wat de vraag betreft, zijn we met ruim veertig procent achteruitgegaan. Met name de tong, die vooral naar Frankrijk ging, daalt in prijs. Het meeste zal door Nederlandse ondernemers worden gekocht om in te vriezen. Er blijven kopers op de markt.”

Maar ook in de visserij kijkt iedereen naar de overheid. “De Franse vissersvloot moet vannacht voor twaalf uur terugkeren naar de haven. Niemand weet tot wanneer. Ik kan me niet voorstellen dat onze regering ook zoiets gaat doen. Onze vissers zorgen wel voor eten op ons bord.”

‘I want to hold your hand’

 

Op de vierde dag nadat Rutte de crisis officieel afkondigde, heerst nog steeds verwarring, maar de nieuwe door de regering afgekondigde maatregelen zorgen tegelijkertijd voor een nieuwe ordening. Misschien voelen mensen zich daar veiliger bij, maar de onzekerheid over de toekomst is groot; alle zekerheden van ons oude leventje verdwijnen snel.

Elke beroepsgroep zijn eigen sores, dus ook ons vak. Een kleine kernredactie zet de werkzaamheden aan het bureau voort, maar waar hebben we het eigenlijk over? Adverteerders trekken zich terug en het cultuurkatern dreigt in te storten, want geen concerten en voorstellingen meer, dus ook geen agenda.

‘Voor het eerst weten we op maandag niet wat voor krant we op woensdag gaan maken,’ vertelt redacteur Kim Andriessen me.

Boeken

Misschien is het tijd voor een alternatieve invulling, bijvoorbeeld gewijd aan boeken over gelijksoortige omstandigheden als waarin we nu verkeren. Literatuur waarin de epidemie centraal staat. Sommige mensen zullen daar geen trek in hebben, omdat ze nu al met corona-nieuws worden overspoeld, maar het kan interessant zijn om te lezen hoe anderen met zo’n noodtoestand zijn omgegaan.

Op nummer één ‘De pest’ van Albert Camus, over een pestuitbraak in Oran gedurende de jaren veertig van de vorige eeuw; prachtige en soms hoopgevende literatuur, ‘Dood in Venetië’ van Thomas Mann en natuurlijk

‘Liefde in tijden van cholera’ van Gabriel García Márquez, maar er zijn er veel meer. Boeken zullen voor veel thuisblijvers een uitkomst zijn nu een deel van het leven op een laag pitje is gezet. Kijkcijfers van tv-programma’s schieten omhoog en het zou me niet verbazen als de slijters ook gouden tijden beleven. Ik ga het uitzoeken.

Bezorgen mag

Bij de slager in de Van Hoytemastraat heerste vanmorgen grote, zaterdagse drukte, maar gehamsterd werd er zo te zien niet. Voor de horeca is er een sprankje hoop: bezorgen mag, her en der zag ik al briefjes op de ruiten van restaurants hangen (zoals bij La Luna in de Weissenbruchstraat) waarop staat dat ze hun activiteiten op dat gebied uitbreiden.

In Amsterdam gaat zelfs sterrenrestaurant Rijks maaltijden bezorgen. Het is te hopen dat ook de Haagse ondernemers nieuwe creativiteit aanboren en dat de stad daar vervolgens op ingaat. De economie is een enorme bron van zorgen. Net cancelde ook de tandarts mijn afspraken, nu is er niet veel meer over.

Als troost trakteer ik mezelf op een nummer uit onze oude jukebox (Wurlitzer 1956): ‘I want to hold your hand’.

De titel is opeens een weemoedige verwijzing naar de wereld die we even zijn kwijtgeraakt.

‘Het zal me toch niet gebeuren dat ik hier aan onderdoor ga’

 

Standen en koersen van het Haagse openbare leven op de derde dag nadat premier Rutte maatregelen afkondigde omdat de coronacrisis ook Nederland vol heeft geraakt. Voor wat het waard is: vanmiddag om 14.00 haalde het aantal bezoekers van de binnenstad nog niet vijftig procent van een gewone zaterdag.

Het was vrijwel uitgestorven op de Denneweg – een aantal cafés wel halfvol – in de Hoogstraat was de situatie vergelijkbaar met een langzaam opgang komende maandagmiddag. De Spuistraat werd, niet geheel verrassend, het best bezocht, maar ook hier is de terugloop enorm.

De Bijenkorf

Ook De Bijenkorf heeft het hard te verduren, vooral op de hoger gelegen verdiepingen. Als ik de shop-in-the-shop van Diesel passeer, kijkt een achterover hangende verkoper verbaasd op. ‘Ik schrik me rot,’ als er iemand voorbij komt zegt hij grijnzend tegen zijn collega.

Vrijwel overal waar ik flarden van gesprekken opvang gaat het erover. “Ja, als het zó doorgaat…”, (verkoopster van Chanel op de eerste etage), “Pap, het hangt helemaal af van hoe láng het gaat duren!” (Jonge onderneemster voor haar winkel op de Denneweg tegen haar IPhone).

Lange Voorhout

Op het Lange Voorhout loop ik bij Pulchri Studio binnen waar oud-voorzitter Frans de Leef zijn visie geeft op de toestand in de wereld. ‘De maatschappij gaat nu vóór de economie,’ zegt hij als ik de dreigende noodtoestand van het bedrijfsleven benoem.

Maar het is de vraag of er een verschil is. De economie is door de eeuwen heen een abstract begrip geworden, maar in essentie gaat het om overleven en overeind blijven; dus je baan houden je huis kunnen blijven betalen. De economie ís dus de maatschappij.

Pulchri

Ook voor Pulchri breken er moeilijke tijden aan, maandag vergadert het bestuur over sluiting van de kunstenaarssociëteit, niet zo vreemd want een groot aantal leden bevindt zich qua leeftijd in de gevarenzone. Een van hen spreekt me aan, het is journalistiek oud-strijder (HC) Hans Kraaijeveld. Hij is dik in de negentig maar toont zich niet bevreesd. “Ik stond vanmorgen op en zei tegen mezelf. ‘Het zal me verdorie toch niet gebeuren dat ik hier aan onderdoor ga!’ ‘’

De Haagse Markt met duizenden bezoekers gaat gewoon door

 

Jessie laat zich er niet van weerhouden om naar de Haagse Markt te fietsen, want alleen daar de goede kaas. ‘De markt,’ zeg ik verbaasd, ‘dat is de grootste van Europa, 20.000 bezoekers per dag, dat is veel meer dan bij ADO! Je gaat me toch niet vertellen dat alles dáár gewoon doorgaat?! Een half uur later belt ze triomfantelijk terug: business as usual. Wel schat ze het aantal bezoekers op de helft van normaal. ‘Overal is het rustig, behalve bij de groente- en fruitkramen.’

Drukte bij de bij de groente- en fruitafdeling op de Haagse Markt.

De Haagse humor is gebleven. ‘Hamsteren!,’ roept een koopman.

Een verzoek om commentaar van de gemeente levert vooralsnog niets op.

 

Nu nog even wennen, straks álles dicht?

 

Jessie, mijn vrouw, en ik zijn allebei tegelijk wakker, dat gebeurt wel vaker maar meestal komt het dan niet tot een nachtelijk gesprek. Nu herkauwen we in een staat van lichte opwinding de voorgaande halve dag waarin de nieuwe corona-maatregelen van kracht zijn geworden. Beiden stellen we vast dat dit een situatie is die we nooit eerder hebben meegemaakt.

Het gevoel komt nog het dichtst bij de autoloze zondagen van 1973 en 1974 toen de crisis om olie ging. Maar dat waren slechts enkele dagen, bovendien mochten journalisten wél de weg op, ook die van de sportredactie van de Haagsche Courant waar ik in ´74 kwam te werken. Niet echt een crisis dus.

In ons nachtelijk gesprek proberen we greep te krijgen op de ontwikkelingen die zich voltrekken en waar we niets over te vertellen hebben. Machteloosheid en onzekerheid over hoe lang nog. Voor angst is geen aanleiding, vinden we. Commentatoren orakelen dat dit het voorspel is van maatregelen die veel verder zullen gaan. Nu nog even wennen en dan álles dicht?

Mijn oplichtende telefoon meldt dat de horeca in België ook op slot gaat. Geen lange lunches en diners in Brussel? Dodelijk voor de EU.

Mijn vrouw begrijpt niet waarom niet meer bekend is over een goedkoop medicijn uit de jaren dertig, dat twee weken geleden alle kranten haalde omdat het een sterk remmende invloed op het ziekteproces zou hebben. Hoopvol, maar nu hoor je er niets meer over. Fake news?

’s Morgens zie ik dat de eerste foto’s van lege schappen in Haagse supermarkten binnendruppelen. Mijn zoon, die in Amsterdam in de financiële sector werkt, is met zeshonderd collega’s naar huis gestuurd. Hij appt een plaatje waarop hij met zijn Apple-desktop (dus geen laptop!) op de fiets stapt. Het Nederlandse kantoorleven verhuist naar huis; andere tijden, net wat u zegt.

Een benauwende leegte sluipt ons leven binnen

 

Dat corona ons dagelijkse leven zal veranderen op een wijze die de meesten van ons niet hebben meegemaakt staat wel vast. Steeds meer berichten duiden erop dat het leven zoals we dat kennen langzaam uitdooft; grenzen gaan dicht, vliegtuigen blijven aan de grond en bedrijven sturen hun mensen naar huis.

Waar houdt het op? Staan we straks, net als in Italië, bij winkels voor gesloten deuren? Zal angst de overhand krijgen? Gaan behalve theatervoorstellingen en andere evenementen ook verjaarspartijtjes niet meer door? Ik weet het niet, ook voor mij zijn deze tijden van corona een nieuwe, onbekende ervaring.

Interview in Milaan

Mijn eigen dagelijks leven waarin reizen nogal eens een rol speelt, liep al veel eerder spaak en vandaag crashte opnieuw een reisdoel. Het begon, zoals bij vrijwel iedereen in Europa, twee weken geleden met Italië. In Milaan zou ik Jo Coenen, een van de architecten van het Amare-theater in de binnenstad, interviewen ter gelegenheid van een expositie over zijn werk in de technische universiteit van Milaan.

Mogelijk zou ik daar iets meer te weten zou komen over wat er allemaal is misgegaan aan het Spui. U raadt het al: de universiteit ging meteen op slot en de expositie is uitgesteld tot betere tijden.

‘Nou, dan niet’ was mijn eerste reactie, ‘ik kan me ergere dingen voorstellen’, maar sinds vanmorgen piep ik wel anders, want eigenlijk had ik vandaag op de kunstbeurs TEFAF in Maastricht moeten zijn, maar ook daar is de tent nu gesloten. Ook dat is geen ramp (althans niet voor mij, wel voor de standhouders), maar tegelijkertijd kwam het bericht binnen dat het grote Amsterdamse bedrijf waar mijn zoon werkt al zijn in Nederland werkzame personeel naar huis heeft gestuurd: uit voorzorg, besmettingen waren er nog niet, mijn dochter die een baan in Den Haag heeft houdt er rekening mee dat haar werkgever eenzelfde stap zal zetten.

Onheilspellend beeld corona

Plotseling doemt het onheilspellende beeld op van een fabriek waar het gedreun van machines plaatsmaakt voor een oorverdovende stilte. Denk aan de eerste fascinerende reportages uit Venetië en Milaan, maar dan op de schaal van een continent. Een benauwende leegte sluipt ons leven binnen, alsof de allang weer vergeten millenniumbug alsnog heeft toegeslagen.

 

 

 

 

 

 


Onze columnist Casper Postmaa schrijft, zolang corona een actueel thema is, een blog over het leven in Den Haag. Wilt u meer Haags nieuws lezen? Verkooppunten van de krant kunt u hier vinden. Kijk hier voor een (proef)abonnement. Inschrijven voor onze wekelijkse nieuwsbrief kan hier.

Standaardportret
Bekijk meer van